Opschorting van betaling

De opschorting van betaling betekent dat alle bestaande schulden niet moeten worden betaald tijdens een bepaalde periode.
Dit kan gezien worden als een soort adempauze voor de onderneming. De essentie van de procedure is het redden van de onderneming en de opschorting speelt daarbij een belangrijke rol. De schulden mogen zich eventjes opstapelen, je moet ze namelijk niet meer betalen. De gelden die binnenkomen moeten niet meteen terug gebruikt worden om de schulden te gaan afbetalen. Tijdens deze periode van opschorting is het de bedoeling dat je een oplossing zoekt voor jouw financiële moeilijkheden, afhankelijk van het gekozen doel, nl. het minnelijk akkoord, het collectief akkoord en de overdracht onder gerechtelijk gezag.

Schuldeisers met een schuldvordering in de opschorting zullen tijdelijk niet betaald worden. Zolang de opschorting duurt, kunnen ze geen betaling vorderen. Het gaat om alle schulden die bestonden op het ogenblik dat de procedure werd geopend.
Al andere schulden, zijn schuldvorderingen buiten de opschorting.
De procedure gerechtelijk akkoord maakt geen einde aan lopende overeenkomsten. Het is dus niet omdat je de procedure gerechtelijk akkoord opent dat je alle overeenkomsten moet stopzetten. Stel bijvoorbeeld dat je een pand huurt waar je een winkel hebt. De huurgelden die niet betaald zijn voor de opening van de procedure zitten in de opschorting. Wanneer de procedure gerechtelijke reorganisatie een einde maakt aan het huurcontract, kan je geen activiteit meer uitoefenen en krijg je geen nieuwe inkomsten. Dat is zeker niet de bedoeling van de procedure.
Wanneer je tijdens de opschorting bijvoorbeeld de huur van de lopende maand niet kan betalen, dan heeft de verhuurder een nieuwe schuld. Deze zit niet in de opschorting en hij kan daarvoor beslag leggen op je goederen om betaling te bekomen.
Je kan vanaf de opening van de procedure beslissen om de overeenkomst niet uit te voeren voor de duur van de opschorting. Dit kan niet voor arbeidsovereenkomsten8 Je kan tegen je werknemers niet zeggen dat ze gedurende 6 maanden niet moeten komen werken, zodat jij ze niet moet uitbetalen en geld kan besparen.

Hoelang krijg ik opschorting van betaling?
De rechtbank bepaalt in het vonnis van toelating tot de procedure hoelang de periode van opschorting duurt. Dit is maximum zes maanden.
Er kan verlenging van de periode gevraagd worden. Hiervoor moet je tijdig een verzoekschrift tot verlenging indienen bij de rechtbank. Je moet dit uiterlijk vijftien dagen voor het einde van de periode van opschorting aanvragen. Als de verlenging wordt toegestaan, volgt de publicatie van het vonnis in het Belgisch Staatsblad. De periode van opschorting mag in het totaal nooit meer dan twaalf maanden bedragen, te rekenen vanaf de toelating tot de procedure. Enkel in geval van buitengewone omstandigheden kan toch nog een extra verlenging worden gevraagd en toegekend van zes maanden. Dit laatste is slechts zeer uitzonderlijk mogelijk. De absolute maximum duur van de opschorting is dus achttien maanden.
De periode van opschorting kan voortijdig worden beëindigd. Dit kan wanneer de informatie die je verstrekt hebt onvolledig of onjuist is of wanneer je jouw activiteiten echt niet meer kan verderzetten. Door voortijdige beëindiging zullen uitzichtloze of frauduleuze procedures niet onnodig aanslepen.
De rechtbank beëindigt de procedure op verzoek van de schuldenaar, het openbaar ministerie of eender wie belang heeft bij jouw zaak dus ook op verzoek van schuldeisers.
Hierover volgt dan weer een vonnis. Wanneer er geen verlenging van de termijn van opschorting werd gevraagd en er ook geen reorganisatieplan werd neergelegd, eindigt de procedure automatisch. De schuldeisers kunnen dan weer de schuldenaar aanspreken om betaling van hun schuld te verkrijgen. De gerechtsdeurwaarders zullen dan weer opnieuw komen invorderen bij de schuldenaar.

Opmerking: de opschorting van betaling geldt enkel bij de gerechtelijke opties, dus enkel bij het gerechtelijk minnelijk akkoord, het collectief akkoord of de overdracht onder gerechtelijk gezag. Bij de vierde optie, het buitengerechtelijk minnelijk akkoord is geen adempauze van toepassing.

 

 

Vijf voor twaalf Menulink: