De wederbeleggingsvergoeding wordt ook door de Rechtbanken ingeperkt

Sinds de wet van 21 december 2013 (die op 10/01/2014 van kracht werd) trachten de banken via 2 spitsvondigheden die wet te omzeilen. Er lopen (liepen) daardoor 2 discussies naast mekaar: De ene discussie gaat over het onderscheid tussen een schadevergoeding en een wederbeleggingsvergoeding (ook wel 'funding loss' genoemd), de andere over het onderscheid tussen de begrippen “leningovereenkomst” en “kredietopening”.

Die 1ste discussie is intussen voor goed van de baan. Sinds het Arrest van het Hof van Cassatie van 24 november 2016 is het duidelijk: elke vervroegde terugbetaling = max. 6 maand “funding loss”. Ook het onderscheid “schadevergoeding” versus “wederbeleggingsvergoeding” is door dit Arrest van de tafel geveegd.

De banken hebben getracht dit op te lossen door in hun leningcontract elke vervroegde terugbetaling te verbieden. Wanneer haar klant dan toch vervroegd wenste terug te betalen vroeg de bank geen 'wederbeleggingsvergoeding' maar een 'schadevergoeding'. Volgens het Hof van Cassatie is ook elke schadevergoeding maximaal gelijk aan 6 maanden intrest.

Voor de 2de discussie is er goede hoop dat ook die in het nadeel van de banken zal aflopen. De banken geven hun contracten een andere naam. Bedrijfskredieten noemen ze nu 'kredietopening'. Het Hof van Beroep te Luik heeft deze truuk echter doorzien. Er is inderdaad een onderscheid te maken tussen een 'kredietopening' en een kredietovereenkomst. En dus is het van belang om na te gaan of de vlag de lading dekt. Hieronder staat de uitleg die je nodig hebt.

Wat is het verschil tussen een kredietopening en een kredietovereenkomst?

  • Een leningsovereenkomst (ook wel lening op intrest genoemd) is een zakelijk contract dat pas tot stand komt bij de overhandiging van de uitgeleende gelden en is een eenzijdig contract waarbij enkel de ontlener na de afgifte van de gelden nog verplichtingen heeft. De kredietnemer moet namelijk (al dan niet periodiek) de intresten betalen en uiteraard ook het krediet terugbetalen. Anders gezegd: zodra de lening is opgenomen heeft de bank geen verplichtingen meer. De ontlener heeft uiteraard wel verplichtingen: de afbetalingen doen en de intresten betalen.
  • Een kredietopening daarentegen is een wederkerig contract met wederzijdse verbintenissen van kredietgever en kredietnemer. Anders gezegd: hier behouden beide partijen rechten en plichten. Hieronder zal dit duidelijk worden.

De banken gebruiken het onderscheid tussen die 2 begrippen omdat kredietopeningen in tegenstelling tot leningen op intrest niet ressorteren onder het toepassingsgebied van artikel 1907bis BW. Volgens hen vallen nagenoeg alle bancaire kredieten onder de noemer “kredietovereenkomst”. En dus menen zij dat ze wel meer dan zes maanden wederbeleggingsvergoeding mogen vragen.

Gelukkig gaan de Rechtbanken na of de vlag die de banken over hun contracten leggen de lading wel dekken. En dat is zeker niet altijd het geval.

Het arrest van het Hof van Beroep van Luik van 16 maart 2017: de 2de discussie raakt ook afgesloten : de 3 criteria die het onderscheid lening ↔ kredietopening typeren

Op 16 maart 2017 velde het Hof van Beroep van Luik een goed gemotiveerd arrest, waarin de criteria voor (her)kwalificatie van kredietovereenkomsten en leningsovereenkomsten duidelijk worden uiteengezet. Dezelfde criteria worden intussen ook door de Ondernemingsrechtbank van Brussel overgenomen.

1. de al dan niet vrije opneembaarheid en de al dan niet vrije besteding van de gelden.

Zijn dus indicaties dat het om een leningovereenkomst gaat:

  • De verplichte aanwending van de gelden voor een bepaald doel of

  • een in de tijd beperkte opnameperiode gekoppeld aan een verzakingsvergoeding bij gebrek aan (of laattijdige) opname van de gelden. Het gaat hier om de reserveringscommissie die de banken aanrekenen voor de niet opgenomen gelden.

2. de terugbetaling van de gelden volgens een op voorhand vastgelegd afbetalingsschema: een afbetalingsschema wijst op een leningsovereenkomst.

3. de vrijheid om de gelden opnieuw op te nemen.

  • Het gebrek aan vrijheid om zonder voorafgaand akkoord van de bank terugbetaalde kapitalen opnieuw op te nemen is een bepalend element ten gunste van de kwalificatie leningsovereenkomst.
  • Deze recentere rechtspraak bevestigt de huidige visie die de ‘vrijheid van de kredietnemer’ als determinerend criterium aanmerkt opdat men van een kredietopening zou kunnen spreken en dus bij de (her)kwalificatie ervan als/in leningsovereenkomsten. Een door de banken foutief benoemde “kredietopening” zal dus niet meer ontsnappen aan de toepassing van art. 1907bis BW.

Besluit: voorlopig moeten we nog afwachten of op dat Arrest van het Hof van Beroep te Luik nog een uitspraak van het Hof van Cassatie volgt. Toch kan je, als de bank jou bedrijfslening van minder dan 1.000.000 euro ten onrechte als een kredietopening bestempeld met de bovenstaande informatie de bank proberen te overtuigen.

Vijf voor twaalf Menulink: