Veelgestelde vragen

  1. Een kosteloze borg is een persoon die zich met zijn hele vermogen verbindt ten voordele van de hoofdschuldenaar en die er geen belang bij heeft zich borg te stellen. Er wordt als het ware een 2e schuldenaar toegevoegd die, wanneer de hoofdschuldenaar zijn schulden niet voldoet, de schulden zal betalen.

     
    Gevallen waar moeilijkheden mogen verwacht worden :
    Als de borgsteller een gezin vormt met de hoofdschuldenaar (het gaat bijvoorbeeld over een echtgenoot of over een samenwonende partner) is er veel kans dat de rechter zal oordelen dat hij of zij rechtstreeks voordeel had bij de borgstelling, waardoor de rechter geen bevrijding zal toestaan. Een vennoot die zich borg stelde voor kredieten van zijn vennootschap maakt evenmin veel kans op bevrijding, gezien men veelal aanneemt dat hier wel een belang speelt bij het toekennen van de borg.
  2. Een faillissement is een oplossing voor een onbetaalbare schuld van een ondernemer, waarbij de zaak gestopt wordt en de rechtbank van koophandel ( ondernemingsrechtbank ) een curator aanstelt om te vereffenen.

    De vereffening houdt in dat alle bezittingen van de schuldenaar verkocht worden en dat de curator daarmee de schuldeisers betaalt, in de mate van het mogelijke en in een volgorde die de wet bepaalt.

    Vanaf 1/5/2018 is het begrip handelaar in de faillissementswet vervangen door het begrip ondernemer. Daardoor kunnen ook zelfstandigen die geen handelaar zijn, failliet gaan. Voorbeelden van ondernemers die geen handelaar zijn, en die vanaf 1/5/18 dus voor het eerst failliet kunnen gaan zijn : vrije beroepen, vennootschappelijke mandatarissen en werkende vennoten, vzw's met een commerciële activiteit.

    Lees meer over de gevolgen van een faillissement.