Veelgestelde vragen

Categorie : Faillissement
  1. Vanaf 1 mei 2018 geldt een andere faillissementswet dan vroeger. Gemakshalve hebben we het hier over de oude wet en de nieuwe wet. De oude wet was van toepassing van 1997 tot 30/4/2018. Als je te maken hebt met een faillissement, hoe weet je dan dat de regels van de oude of van de nieuwe wet op jouw situatie van toepassing zijn ?

    Daarvoor moet je kijken naar de datum van het vonnis dat het faillissement uitspreekt. (Soms spreekt men ook van het vonnis van opening faillissement). Doorgaans laat de curator dat vonnis aan de gefailleerde betekenen door een gerechtsdeurwaarder. Als dat document niet beschikbaar is, kun je die datum terugvinden :

    1. via de kruispuntbank ondernemingen Daar kun je zoeken op ondernemingsnummer, naam of adres. Je vindt een link naar de publicaties in het Belgisch staatsblad onderaan het zoekresultaat.
    2. via de site www.regsol.be . Daar kun je zoeken op ondernemingsnummer, naam of adres.
    3. in het Belgisch staatsblad (daar zoek je op naam of op ondernemingsnummer in het tekstveld)

    Ligt die datum vòòr 1/5/2018, dan heb je ook na 1/5/2018 nog te maken met de oude wet. Download hier een set vragen en antwoorden die van toepassing zijn onder de oude faillissementswet.

    Ligt die datum nà 1/5/2018, dan heb mag je ervan uitgaan dat je situatie bepaald wordt door de nieuwe wet. De nieuwe wet wordt in begrijpelijke taal samengevat op dyzo.be in de rubriek faillissement/nieuwe insolventiewet.

  2. De nieuwe faillissementswet van 2018 garandeert in principe dat de gefailleerde of zijn vertegenwoordiger de kans krijgt om zijn/haar standpunt voor de rechtbank toe te lichten.

    In de praktijk kan het wel gebeuren dat de dagvaarding (= dwingende vorm van uitnodiging op de zitting van een rechtbank) niet toekomt bij de baas van het bedrijf. De rechtbank en al wie mag dagvaarden in faillissement moet die dagvaarding laten betekenen (= afleveren door een gerechtsdeurwaarder) op het officiële adres van dat bedrijf, vermeld in de kruispuntbank ondernemingen (= het vroegere handelsregister, kortweg : de KBO ). Als dat adres om een of andere reden niet meer het werkelijk adres is waarop de bedrijfsleider zijn post ontvangt, dan weet die zelfstandige niet welke juridische stappen er tegen zijn bedrijf gezet worden. Dat is een ernstig risico. De wet legt de verantwoordelijkheid voor de juistheid van de gegevens die de KBO publiceert over een bedrijf bij de baas van dat bedrijf.

    Zo kan een bedrijfsleider plots ontdekken dat zijn/haar bedrijf failliet verklaard is zonder kans om zijn/haar kant van de medaille toe te lichten. Een bedrijfsleider kan zich niet verweren tegen de gevolgen van een fout die hij/zij zelf gemaakt heeft met het argument dat hij/zij van niets wist. De termijn om zich te weren tegen een faillissementsuitspraak is heel kort, dus tegen dat de bedrijfsleider weet dat het bedrijf failliet is, is het waarschijnlijk te laat.

  3. (art. XX99 WER)
    De volgende partijen kunnen het faillissement bekomen bij de ondernemingsrechtbank :

    1. Aangifte door de gefailleerde zelf (het zogenaamde faillissement op bekentenis)
    2. Dagvaarding door één of meer schuldeisers
    3. Dagvaarding door het openbaar ministerie ( zie ook : "Hoe komt het openbaar ministerie te weten dat het slecht gaat met mijn zaak?" )
    4. Dagvaarding door de voorlopige bewindvoerder artxx.32§3 (zie ook : "Kan men al vóór men failliet wordt verklaard het beheer verliezen over de goederen ?")
    5. De ondernemingsrechtbank kan een mislukte gerechtelijke reorganisatie omzetten in een faillissement art XX.62§2
    6. Dagvaarding door de curator van de hoofdprocedure (indien de onderneming gevestigd is in meerdere landen)
  4. Het volgende is nodig voor het neerleggen van de boeken (Art. XX.103 WER)

    • De balans, de boekhouding en de jaarrekening (of een nota met uitleg waarom het onmogelijk is die documenten te tonen;)
    • De balans bevat
      • een tabel met de waarde van actief en passief;
      • een tabel met een schatting van alle roerende en onroerende goederen van de schuldenaar;
      • de staat van de schuldvorderingen en de schulden;
      • een tabel van de winsten en verliezen;
      • de laatste behoorlijk afgesloten resultatenrekening;
      • een tabel van de uitgaven.
      • De plaats waar de boekhouding zich bevindt, en de naam, adres, telefoonnummer van de boekhouder,
    • Als de aangever de laatste 18 maanden personeel had,
      • het personeelsregister,
      • de individuele rekening van de werknemers van het afgelopen kalenderjaar en van het lopende kalenderjaar,
      • de contactgegevens van het sociaal secretariaat en de sociale kassen waarbij het bedrijf aangesloten is,
      • de identiteit van de leden van het comité voor preventie en bescherming op het werk en van de leden van de vakbondsafvaardiging
      • de RSZ toegangscode van het elektronisch personeelsregister die ook toegang verleent tot de overige noodzakelijke identificatiegegevens.
      • (Als de curators het vragen moet het sociaal secretariaat hun onmiddellijk en kosteloos de ontbrekende gegevens geven.)
    • Een lijst met naam en adres van de klanten en leveranciers (commentaar Dyzo : enkel als er nog openstaande rekeningen zijn met deze klanten of leveranciers)
    • Een lijst met naam en adres van de natuurlijke personen die zich kosteloos persoonlijk borg gesteld hebben voor de aangever.
    • Voor ondernemingen met onbeperkte aansprakelijkheid (bijvoorbeeld VOF, GCV, CVOA, feitelijke vereniging en maatschap) :
      • een lijst van de vennoten
      • het bewijs dat die vennoten op de hoogte gebracht zijn van het voornemen om het faillissement aan te geven.
    De aangever moet de balans voor echt verklaren, voorzien van een datum en ondertekenen.
     
    Het neerleggen van de boeken is vanaf 1/5/2018 niet gratis, er moet 120€ rolrecht betaald worden, zoniet gaat je aangifte niet door naar de rechtbank en komt er dus geen faillissement. Enkel met een beschikking van het bureau voor juridische bijstand waaruit blijkt dat je zo behoeftig bent dat je gratis juridische bijstand kunt krijgen, kun je zonder betaling een faillissement aangeven.
     
     
  5. (Art. XX.21 - 29 WER)
    In elke ondernemingsrechtbank werkt een afdeling onder de naam "kamer voor ondernemingen in moeilijkheden". De kamers volgen de toestand van de schuldenaren in moeilijkheden. Ze streven ernaar om ondernemingen gezond te houden en waken ook over de rechten van de schuldeisers. Deze kamers organiseren de zogenaamde ‘knipperlichtprocedures’, wat er op neerkomt dat ze de probleembedrijven opsporen. Ondernemers in moeilijkheden kunnen opgeroepen worden door die kamers om uitleg te verschaffen. De kamers mogen geen advies geven, ze geven wel waarschuwingen.

    De procureur des konings ( = het openbaar ministerie, de gerechtelijke leider van het strafrecht en bewaker van het openbaar belang) heeft toegang tot deze gegevens, en krijgt ook een verslag van het onderzoek gevoerd door deze kamers. Hij/zij kan op basis daarvan een onderneming in onoverkomelijke moeilijkheden, dagvaarden in faillissement.

    De criteria die deze kamers gebruiken voor de opsporing zijn bij elke ondernemingsrechtbank anders. Zo zijn er sommige rechtbanken die intensief gebruik maken van de gegevens van het financieel informatiebureau Graydon, en andere helemaal niet. Het is wel officieel bepaald dat de griffie van de rechtbank van koophandel automatisch op de hoogte wordt gebracht van :

    1. veroordelende vonnissen waarbij de handelaar de gevorderde hoofdsom niet heeft betwist;
    2. handelaren die reeds twee kwartalen geen RSZ-bijdragen, BTW of bedrijfsvoorheffing meer betaald hebben;
    3. beslissingen waarbij aannemers hun erkenning wordt geschorst, waardoor ze niet meer mogen meedoen aan overheidsopdrachten;
    4. onbetaalde of geprotesteerde wissels of orderbriefjes;
    5. vonnissen die een einde maken aan een handelshuur of aan het beheer van een onderneming.

    De gegevens worden bijgehouden door de griffie van de rechtbank. De ondernemers kunnen er op elk ogenblik ter plaatse kennis van nemen. Schuldeisers kunnen foutieve gegevens over zichzelf laten corrigeren.

     
     
  6. Verbintenissen aangegaan door de gefailleerde na het vonnis van faillietverklaring zijn geldig en blijven bestaan, maar ze hebben enkel gevolgen na het afsluiten van het faillissement. Die verbintenissen worden dus niet in rekening gebracht bij de vereffening van het faillissement.

    Je kan dus bijvoorbeeld een huurcontract afsluiten tijdens de faillissementsprocedure, maar je mag dat maar betalen met nieuwe inkomsten die ontstaan zijn na het vonnis van faillietverklaring, en niet met de rekening van de failliete zaak.

    Juridisch spreekt men van de niet-tegenwerpelijkheid van de rechtshandelingen (en de daaruit ontstane verbintenissen) aan de boedel.

    Je moet ook niet passief alle schulden met rust laten. Je kunt de totale schuldenlast in het faillissement laten dalen door na het faillissementsvonnis gebruik te maken van de schuldkwijtscheldingsmogelijkheden die los staan van de faillissementswet.

    Zo voorziet de sociale zekerheid van de zelfstandigen in :

    1. een kwijtschelding van de sociale zekerheidsbijdragen van vennootschappen die failliet verklaard zijn.
    2. een algemene mogelijkheid, los van de gerechtelijke reorganisatie, om persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen kwijt te schelden omwille van je behoeftigheid. Een faillissement, zeker van een eenmanszaak, vormt een belangrijk bewijs van behoeftigheid.

    Deze sociale procedures hebben als voordeel dat de totale schuld daalt en dat er nog rechten uit kunnen voortkomen. De sociale zekerheid is in een faillissement een bevoorrechte schuldeiser, dus is de procedure via je sociaal verzekeringsfonds een middel om de schade voor andere schuldeisers te verminderen. Dat verbetert dan ook je kansen bij het herstarten in dezelfde sector.

    Ook de belastingen hebben een kwijtscheldingsprocedure voor belastingsplichtigen in nauwe schoentjes.

    Let wel, je mag als gefailleerde zelf geen schulden in het faillissement betalen. Je mag wel vragen aan anderen (familie, OCMW) om jouw sociale zekerheidsbijdragen te betalen als dat nodig is om sociale rechten uit de brand te slepen.

     

  7. Hier valt niet zomaar met ja of nee op te antwoorden.

    Sinds 1/5/2018 is de faillissementswet ook van toepassing op VZW's met commerciële activiteit en op vennooschappen zonder rechtspersoonlijkheid. Daarom behandelt dit artikel alle organisatievormen van ondernemers vanuit het standpunt van de aansprakelijkheid.

    De aansprakelijkheid voor zakelijke schulden is niet in elke situatie gelijk : soms is die beperkt, soms is die onbeperkt.

    Voorbeelden van zakelijke organisatievormen met beperkte aansprakelijkheid :

    • BVBA : besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
    • EBVBA : eenpersoons BVBA
    • de starters-BVBA
    • NV : naamloze vennootschap
    • CVBA : coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
    • VZW, stichting met commerciële activiteit

    Voorbeelden van zakelijke organisatievormen met onbeperkte aansprakelijkheid :

    • Eenmanszaak
    • VOF : vennootschap onder firma
    • CVOA : coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid
    • Feitelijke vereniging
    • Maatschap

    Er zijn ook organisatievormen die zowel vennoten met beperkte als vennoten met onbeperkte aansprakelijkheid bevatten :

    • Comm.V. : gewone commanditaire vennootschap.
    • Comm. V.A. : commanditaire vennootschap op aandelen.
       

    Deze laatste twee vennootschapsvormen bevat steeds stille en werkende vennoten. De stille vennoot is aansprakelijk tot het ingebrachte deel, de werkende vennoot is hier onbeperkt aansprakelijk.

    Het is dus zaak hier rekening mee te houden bij de oprichting of de overname van een vennootschap. Eens de vennootschap insolvabel is, is kennis van de vennootschapsvorm en het onderscheid tussen stille en werkende vennoot van belang om de aansprakelijkheid van elke vennoot individueel te bepalen.

    Bij onbeperkte aansprakelijkheid kan de curator ook alle persoonlijke eigendommen van de titularis/vennoot/maat aanwenden om de schulden van de organisatie te betalen.
    Bij organisaties met beperkte aansprakelijkheid is het onderpand van de schuldeisers in principe beperkt tot het ingebrachte kapitaal.

    Ook de vennoten/leden van een organisatie met beperkte aansprakelijkheid kunnen niet steeds op die beperking van hun aansprakelijkheid rekenen. Hierna enkele veel voorkomende voorbeelden van doorbraak naar het persoonlijk vermogen van de vennoten/leden omwille van de schulden van de organisatie:

    • Bij de oprichting moet er een zeker maatschappelijk kapitaal onderschreven worden door vennoten. Dat moet evenwel niet onmiddellijk volstort worden. Bij faillissement zal dit door de curator nog geëist worden van de vennoot die deze verplichting nog niet vervulde.
    • De rechter kan de beperking opheffen als er duidelijke beheersfouten gebeurd zijn (geen of een slechte boekhouding bijhouden of fraude, bijvoorbeeld)
    • Bij het aangaan van een lening van de organisatie kan een mandataris of een vennoot/lid zich borg stellen voor die lening. Ten aanzien van die leningmaatschappij is er dus wel doorbraak naar het persoonlijk vermogen, maar dan wel beperkt tot het bedrag van de lening.
    • Tussen vennootschap en vennoot wordt er boekhoudkundig een zogenaamde rekeningcourant bijgehouden. Daar kan uit blijken dat de vennoot nog geld moet aan de vennootschap, en dat zal bij faillissement zeker nog opgevraagd worden door de curator. Het kan ook zijn dat de vennoot nog geld moet krijgen van zijn failliete vennootschap. Bij faillissement is de kans dat dit zal lukken evenwel zeer beperkt.

    Het onderwerp vennootschappen en schulden en hun weerslag op vennoten en bestuurders wordt uitgebreid behandeld in een aparte rubriek.

  8. Wie al dopte of lang genoeg werkte als werknemer vooraleer te starten als zelfstandige  kan daarna nog gedurende 15 jaar de vroegere rechten op werkloosheidsuitkeringen weer opnemen .

    De wet voorziet (A) een wettelijke uitkering voor zelfstandigen die failliet gingen (het zogenaamde overbruggingsrecht, vroeger gekend als faillissementsverzekering). Er is ook voorzien dat (B) de curator aan de gefailleerde en zijn gezin een levensonderhoud kan toekennen indien er genoeg geld in de failliete boedel zit.

    (A) Het overbruggingsrecht moet aangevraagd worden bij het sociaal verzekeringsfonds en bestaat uit 2 componenten:

    1. een maandelijkse uitkering gedurende ten hoogste 12 maanden
    2. het kosteloos behoud van de rechten op gezinsbijslag, geneeskundige verzorging en ziekte-uitkering gedurende maximaal 4 kwartalen (1 jaar)

    De maandelijkse uitkering van het overbruggingsrecht stemt overeen met het bedrag van het minimumpensioen voor zelfstandigen. De huidige bedragen 

    Als er recht is op werkloosheid, moet dat opgenomen worden, zelfs al is het bedrag van het overbruggingsrecht hoger. Ook moeten in de laatste 4 jaar minimaal 4 kwartalen bijdragen betaald zijn, anders heb je geen overbruggingsrecht.

    Het behoud van de rechten heeft volgend belang :

    1. De verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging heeft vanaf 1/1/8 betrekking op alle risico’s gedekt door de verzekering gezondheidszorgen. Het gaat onder meer om de kosten van een verblijf in een ziekenhuis, heelkundige ingrepen, doktersbezoek, tandartsbezoek, geneesmiddelen op voorschrift. Sociale zekerheidsschulden uit het verleden kunnen evenwel roet in het eten gooien. Lees meer over een vaak werkende oplossing voor het deblokkeren van je recht op gezondheidszorgen.
    2. Het behoud van het recht op ziekte-uitkeringen via het overbruggingsrecht maakt het mogelijk om werkonbekwaamheid die optreedt na de stopzetting toch nog te verzachten met een uitkering. Die komt dan in de plaats van het overbruggingsrecht en kan ook voor pensioenopbouw zorgen en voor een langere periode waarin er uitkering is dan de maximaal 12 maanden gedekt door overbruggingsrecht. Lees meer over ziekte-uitkeringen voor zelfstandigen.
    3. Het kosteloos behoud van de rechten op gezinsbijslagen betekent dat je, in een periode dat je geen zelfstandige meer bent, toch nog gedurende maximaal vier kwartalen gezinsbijslag kan blijven ontvangen in de regeling der zelfstandigen.

    (B) Voor het levensonderhoud voorzien in de faillissementswet moet de gefailleerde de curator aanspreken. Dit wordt zelden toegestaan, en dan nog enkel als er prestaties tegenover staan die de failliete boedel ten goede komen. De curator moet de toestemming krijgen van de rechter-commissaris. Indien er moeilijkheden ontstaan kan de rechtbank de knoop doorhakken indien men een verzoekschrift indient (Art. XX.141 faillissementswet). Wie levensonderhoud krijgt van de curator kan tegelijkertijd geen werkloosheidsuitkering, ziekte-uitkering of overbruggingsrecht krijgen.

  9. Het grootste gedeelte van de informatie in dit artikel is ook toepasselijk op uitvoerend beslag zonder dat er zich een faillissement heeft voorgedaan.

    Er moet een onderscheid gemaakt worden. Iemand wiens vennootschap met volkomen rechtspersoonlijkheid (bijvoorbeeld een BVBA) over kop ging, zal enkel aangesproken worden op hetgeen hij ingebracht heeft in de vennootschap (er zijn enkele wettelijke uitzonderingen ). Zijn privé-vermogen blijft dus buiten schot. Dat is precies het grote voordeel van een vennootschapsstructuur.

    Wanneer de ondernemer geen vennootschapsstructuur had aangenomen, ligt het moeilijker. In principe is hij dan aansprakelijk met zijn hele vermogen.  Maar er is wettelijk voorzien in een aantal waarborgen voor de gefailleerde, of de beslagene, meer in het algemeen.

    Er zijn een aantal goederen, bedragen, sommen en uitkeringen die de schuldeisers en de curator helemaal niet kunnen opeisen bij de gefailleerde of bij iemand met schulden in het algemeen.

    1. De volgende goederen, zoals opgesomd in art. 1408 van het gerechtelijk wetboek, blijven onder het beheer en ter beschikking van de gefailleerde of beslagene, met uitzondering van de goederen die de beslagene volstrekt nodig heeft voor zijn beroep (bedoeld in 3° van het artikel):
      het nodige bed en beddegoed van de beslagene en van zijn gezin, de kleren en het linnengoed volstrekt noodzakelijk voor hun persoonlijk gebruik alsmede de meubelen nodig om deze op te bergen, een wasmachine en strijkijzer voor het onderhoud van het linnen, de toestellen die noodzakelijk zijn voor de verwarming van de gezinswoning, de tafel en de stoelen die voor de familie een gemeenschappelijke maaltijd mogelijk maken, alsook het vaatwerk en het huishoudgerei dat volstrekt noodzakelijk is voor het gezin, een meubel om het vaatwerk en het huishoudgerei op te bergen, een toestel om warme maaltijden te bereiden, een toestel om voedingsmiddelen te bewaren, één verlichtingstoestel per bewoonde kamer, de voorwerpen die noodzakelijk zijn voor de mindervalide gezinsleden, de voorwerpen die bestemd zijn om te worden gebruikt door de kinderen ten laste die onder hetzelfde dak wonen, de gezelschapsdieren, de voorwerpen en producten die noodzakelijk zijn voor de lichaamsverzorging en voor het onderhoud van de vertrekken, het gereedschap dat nodig is voor het onderhoud van de tuin, een en ander met uitsluiting van de luxemeubelen en luxeartikelen;
    2. De boeken en overige voorwerpen, nodig voor de voortzetting van studies of voor de beroepsopleiding van de beslagene of van de kinderen te zijnen laste die onder hetzelfde dak wonen;
    3. De goederen die de beslagene volstrekt nodig heeft voor zijn beroep, tot een waarde van (2.500 EUR) op het tijdstip van het beslag en naar keuze van de beslagene, behalve voor de betaling van de prijs van die goederen; 
    4. De voorwerpen die dienen voor de uitoefening van de eredienst;
    5. De levensmiddelen en brandstof die de beslagene en zijn gezin voor een maand nodig hebben;
    6. Een koe, of twaalf schapen of geiten, naar keuze van de beslagene, alsmede een varken en vierentwintig dieren van de hoenderhof, met het stro, voeder en graan, nodig voor het strooisel en de voeding van dat vee gedurende één maand.

    Door artikel 12 van de wet houdende diverse bepalingen (I) van 6 mei 2009, zijn maaltijdcheques ook niet meer vatbaar voor beslag.

    Wat betekenen die wettelijke regels nu eigenlijk ? Een paar voorbeelden maken veel duidelijk :

    1. Een wasmachine of koelkast mag u wel hebben/houden, een droogkast of diepvriezer niet
    2. Een lamp per kamer daar mag u ook op rekenen, maar niet op vintage/design/antieke armaturen.
    3. Van de kinderen mag niets in beslag worden genomen, dus ook hun speelgoed niet. Discussie is er soms over professioneel aandoende pc’s of verwante apparatuur. Bij beslag is het ook verdacht als de kinderkamers veel beter voorzien zijn van meubels en toestellen dan de overige ruimten.

    De inkomens uit een beroepsactiviteit die een gefailleerde of andere beslagenen ontvangen sinds het vonnis van faillietverklaring of het beslagvonnis kunnen maar in beperkte mate geclaimd worden door de curator of gerechtsdeurwaarder (art. 1409-1412 gerechtelijk wetboek):

    Grenzen loonbeslag 2018
    schijf netto maandelijks inkomen voor beslag vatbaar % maximale inhouding
    0 -  1.105 0% 0 euro
    1.105 - 1.187 euro 20% 16,40 euro
    1.187  – 1.309 euro 30% 36,60 euro
    1.309 - 1.432 euro 40% 49,20 euro
    1.432 en meer 100% onbeperkt

    Wanneer de gefailleerde/beslagene één of meerdere kinderen ten laste heeft, worden de bovenstaande bedragen verhoogd met 68 euro per kind ten laste.

    Voorbeeld : Een werknemer verdient netto € 1.400/maand en heeft geen kinderen ten laste. Hij houdt 1.310,61 euro over van zijn loon. Het verschil gaat naar de schuldeiser(-s).

    Vuistregels : wie meer dan € 1.432 netto verdient, houdt maximaal € 1.329,81 over na beslag. Wie minder dan € 1.105 verdient, zal geen inhouding ondergaan, behalve in mei en in december, maanden waarin er extra nettoloon betaald wordt wegens vakantie en eindejaar. Als er meerdere personen een inkomen hebben in een gezin, worden de lonen niet samengeteld, en de beslagbeperking voor elk apart berekend. Er is wel maar verhoging van de grenzen voor kinderlast voor één van de echtgenoten.

    Tip : contacteer Dyzo voor een persoonlijke berekening.

    De onderstaande vervangingsinkomens (zoals weergegeven in art. 1410, §1 gerechtelijk wetboek) zijn eveneens binnen bepaalde grenzen beschermd, maar de grensbedragen zijn wel lichtjes anders dan hierboven. Ook hier geldt de verhoging voor de kinderen:

    1. de al dan niet provisionele uitkeringen tot onderhoud, door de rechter toegewezen, alsmede de uitkeringen die na echtscheiding aan de niet schuldige echtgenoot worden toegekend;
    2. de pensioenen, aanpassingsuitkeringen, renten, rentebijslagen of als pensioen geldende voordelen betaald krachtens een wet, een statuut of een overeenkomst;
      2°bis. het vakantiegeld en de aanvullende toeslag bij het vakantiegeld betaald krachtens de wetgeving betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
    3. de werkloosheidsuitkeringen en de uitkeringen betaald door fondsen voor bestaanszekerheid;
    4. de uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid en de invaliditeitsuitkeringen betaald krachtens de wetgeving op de ziekte- en invaliditeitsverzekering of de wet van 16 juni 1960 die onder meer de maatschappelijke prestaties waarborgt ten gunste van de gewezen werknemers van Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi en de wetgeving betreffende de overzeese sociale zekerheid;
    5. de uitkeringen, renten en toelagen betaald krachtens de wetgeving op de vergoeding van schade uit arbeidsongevallen of beroepsziekten, of de genoemde wet van 16 juni 1960 of verzekeringsovereenkomsten aangegaan bij toepassing van de wetgeving op de overzeese sociale zekerheid, met uitzondering van het gedeelte van de uitkering bedoeld in § 2, 4°, van dit artikel;
    6. (...)
    7. de militievergoedingen bedoeld bij de wet van 9 juli 1951;
    8. de uitkering toegekend bij onderbreking van de beroepsloopbaan.

    Indien de betrokkene gelijktijdig inkomens heeft uit een activiteit én een vervangingsinkomen, dan worden die bedragen samengevoegd voor de berekening van het beslagbaar gedeelte.

    Sommige uitkeringen zijn helemaal niet vatbaar voor beslag door de curator/gerechtsdeurwaarder. De gefailleerde/beslagene kan die uitkeringen dus behouden, hoe hoog ze ook zijn, aangezien er wettelijk geen grensbedragen zijn voor die uitkeringen. Het gaat om de volgende uitkeringen (zoals weergegeven in art. 1410, §2 gerechtelijk wetboek):

    1. de gezinsbijslagen, met inbegrip van deze betaald krachtens de wetgeving betreffende de soldijtrekkende militairen;
    2. de wezenpensioenen of -renten betaald krachtens een wet, een statuut of een overeenkomst;
    3. de tegemoetkomingen aan mindervaliden;
    4. het gedeelte van de vergoedingen uitgekeerd krachtens de wetgeving op de vergoeding van schade uit arbeidsongevallen die 100 pct. overschrijdt en toegekend wordt aan zwaar verminkten wier toestand de hulp van een andere persoon volstrekt en normaal vergt, evenals de bedragen toegekend voor de behoefte aan andermans hulp krachtens de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
    5. de bedragen uit te keren :
      1. aan de rechthebbende van geneeskundige verstrekkingen als tegemoetkoming ten laste van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen of krachtens de wet van 16 juni 1960 of de wetgeving betreffende de overzeese sociale zekerheid;
      2. als kosten voor geneeskundige, heelkundige, farmaceutische en verplegingszorgen of als kosten voor prothesen en orthopedische toestellen aan een door een arbeidsongeval of een beroepsziekte getroffen persoon krachtens de wetgeving betreffende de arbeidsongevallen of de beroepsziekten.
    6. de bedragen uitgekeerd als gewaarborgd inkomen voor bejaarden of als inkomensgarantie voor ouderen.
    7. de bedragen uitgekeerd als bestaansminimum;
    8. de bedragen uitgekeerd als maatschappelijke dienstverlening door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
    9. de uitkering voorzien in artikel 7 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. Dit is het overbruggingsrecht ingebouwd in de sociale zekerheid van de zelfstandigen. (oude naam : faillissementsverzekering)
    10. de al dan niet provisionele vergoedingen voor prothesen, medische hulpmiddelen en implantaten.
    11. de bedragen bepaald in artikel 120 van de programmawet (I) van 27 december 2006 uitgekeerd als tussenkomst van het Schadeloosstellingsfonds voor asbestslachtoffers.
  10. Veel gefailleerden waren de jaren vóór hun faillissement al aan het sparen voor een aanvullend pensioen. Denken we maar aan het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ), groepsverzekeringen, bedrijfsleiderverzekeringen, pensioensparen, levensverzekeringen,… Door de financiële problemen ten tijde van het faillissement zijn vele gefailleerden gestopt met het betalen van die premies of bijdragen. Maar de vraag is natuurlijk wat er ten gevolge van het faillissement gebeurt met het voordien reeds opgebouwde kapitaal.
     
    Wanneer men stopt met premies te betalen voor een aanvullend pensioen, levensverzekering,… zijn er twee mogelijkheden. Ofwel is er gewoon reductie van het kapitaal, wat betekent dat men geen premies meer betaalt en het reeds opgebouwde kapitaal gewoon blijft staan tot men er recht op heeft op basis van het contract (bijvoorbeeld het bereiken van de pensioenleeftijd bij een aanvullend pensioenplan). Ofwel gaat men over tot afkoop van het reeds opgebouwde kapitaal. Dan krijgt men het kapitaal onmiddellijk uitbetaald.
     
    De curator De beslissing tot reductie of afkoop is een beslissing die alleen de betrokkene zelf kan nemen. De curator kan dus met andere woorden onmogelijk in de plaats van de gefailleerde die beslissing nemen. Art. 114 van de wet op de landverzekeringsovereenkomsten van 25/06/1992 bepaalt immers uitdrukkelijk het persoonsgebonden karakter van het recht op afkoop of reductie.

    De banken. Financiële instellingen kunnen rekenen op een wet die hen toelaat alle openstaande tegoeden bij dezelfde instelling als één geheel te beschouwen en die te gebruiken om schulden mee te betalen. Dat geldt voor spaarboekjes, maar ook voor aanvullend pensioenkapitaal, dank zij clausules in de verkoopsvoorwaarden. In die kleine lettertjes vind je dit systeem soms terug onder de vakterm "eenheid van rekening", maar daar bestaan ook tal van andere omschrijvingen voor.

     


    Voor sommige contracten is het bovendien onmogelijk om tot afkoop over te gaan. Bij het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) bijvoorbeeld is het in art. 49, §1 van de programmawet (I) voorzien dat het recht op afkoop slechts kan uitgeoefend worden van zodra de betrokkene de leeftijd van 60 jaar bereikt.

    Indien men beslist tot afkoop zal het kapitaal dat men vervolgens uitgekeerd krijgt dus in de failliete boedel belanden en uitbetaald worden aan de schuldeisers. Een voorbeeld hiervan is de levensverzekering. Wanneer tijdens een faillissementsprocedure het kapitaal van een levensverzekering vrijkomt door een overlijden of het verstrijken van de termijn, zal het kapitaal rechtstreeks in de boedel vallen als de gefailleerde zelf begunstigde is van de levensverzekering. Indien er een derde-begunstigde is, dan is de vordering op dat kapitaal een eigen recht van de derde en maakt het geen deel uit van het vermogen van de gefailleerde. Indien het contract  nog niet aanvaard is door de derde-begunstigde op het ogenblik van het faillissement, kan de gefailleerde het contract alsnog herroepen. De curator kan onmogelijk zo’n contract herroepen omdat het een persoonlijkheidsrecht is, een recht verbonden aan de persoon van de gefailleerde. Indien de derde-begunstigde al aanvaard heeft, is herroeping onmogelijk.

    In dit verband moet er een onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds de externe pensioentoezeggingen ( groepsverzekering, vrij aanvullend pensioen zelfstandigen (met of zonder sociale clausules), individuele pensioentoezegging,..) en de interne pensioenvoorziening nml. het pensioengeld op de vennootschapsbalans. De eerste categorie is faillissementsbestendig , de tweede categorie daarentegen niet. Het geld dat in de vennootschap is gebracht met het oog op pensioen kan aan de curator toevallen, maar over het geld van de externe pensioentoezeggingen heeft de gefailleerde altijd het laatste woord.

    Als een bank schuldeiser is in het faillissement, dan is het aanvullend pensioenkapitaal in gevaar. Het feit dat aanvullend pensioen geen kredietovereenkomst is maar een toepassing van de levensverzekeringsovereenkomst, verandert daar niets aan. Praktisch alle banken zorgen ervoor dat de kleine lettertjes van elk contract staat dat de eenheid van rekening van toepassing is op alles bij de bank (zichtrekening, beleggingen, pensioenspaarplan,...). Doordat de meeste banken ook beleggingen en verzekeringen verkopen, is hun macht bij betalingsmoeilijkheden dus niet te onderschatten.

  11. (Art. XX.132. e.v. faillissementswet)
    Een curator is een gerechtelijk mandataris die optreedt als vertegenwoordiger van de gezamenlijke schuldeisers en de gefailleerde en die onder toezicht van de rechter-commissaris belast wordt met de vereffening van de boedel.

     

    Alle curatoren zijn advocaten, en advocaten verdedigen ook ondernemers, maar een gefailleerde ondernemer mag daarom nog niet van zijn curator verwachten dat die hem of haar zal verdedigen in zaken die het faillissement aangaan. Daarvoor biedt de wettelijke opdracht van de curator nauwelijks ruimte.

    Het vonnis van faillietverklaring duidt één of meer curatoren aan. Klik hierna op "Ken je curator" voor aanbevelingen over de relatie tussen een gefailleerde en zijn curator.

  12. (art. 34 faillissementswet)

    Elk jaar en voor de eerste keer 12 maanden na de aanvaarding van hun ambt, overhandigt de curator aan de rechter-commissaris een uitgebreid verslag betreffende de toestand van het faillissement. Dat verslag bevat o.a. de ontvangsten, de uitgaven, de uitkeringen, wat nog moet worden vereffend, stand van de betwistingen van de schuldvorderingen,…

    Een kopie van dat verslag wordt altijd ter griffie neergelegd en bij het faillissementsdossier gevoegd. De gefailleerde kan die verslagen op de griffie van de rechtbank raadplegen. Anderen kunnen dit ook raadplegen, maar deze personen moeten wel een wettig belang aantonen. De voorzitter van de rechtbank is bevoegd om hierover te oordelen. Iets laten kopiëren uit dit dossier kan niet zomaar, daar zijn regels voor en daar moet ook voor betaald worden. Het is dus nuttig om pen en papier mee te nemen bij dergelijke inzage.

  13. (Art. XX.104. WER)
    Een rechter-commissaris is een binnen de ondernemingsrechtbank benoemde rechter die er in het bijzonder mee belast is toezicht te houden op het beheer en de vereffening van het faillissement en de verrichtingen ervan te bespoedigen. De curator opereert onder zijn leiding. De rechter-commissaris neemt initiatieven en komt tussen in gevallen waar tegengestelde belangen moeten verzoend worden.

    Zowel de gefailleerde, de curator als derden kunnen verhaal aantekenen bij de ondernemingsrechtbank tegen de meeste beschikkingen van de rechter-commissaris. Voor welbepaalde van hun beschikkingen staat evenwel geen beroep open.

  14. Goede vraag, eigenlijk. Ondernemers hebben het talent dat Vlaanderen hard nodig heeft. Een faling doet daar niets van af. Er zijn twee wegen te bewandelen : advies over hoe je specifieke sociale, financiële en juridische moeilijkheden voor herstarters kunt overwinnen en coaching die peilt naar je wezenlijke troeven en hoe je die het best kunt in de markt zetten of wat je afremt daarin.

    1. advies na faling (altijd kosteloos bij Dyzo en Boeren op een kruispunt)
    2. loopbaancoaching voor ondernemers is ook na faling zeer nuttig (Kosteloos voor werkenden, het mag ook als werknemer zijn)
    3. Er is gelukkig wel een kosteloos coachingaanbod voor 50 plussers (pdf, 731 KB). (Herstarters zijn immers ook starters.)
  15. Wie uitkijkt naar een nieuwe activiteit, en op een of andere manier nog hinder ondervindt van een faling in zijn/haar c.v., kan bij Dyzo terecht. We geven kosteloos advies en kunnen je in contact brengen met andere, meer gespecialiseerde spelers zoals :

    1. Zenitor loopbaancoaching (zet de motor van je zaak op scherp)
    2. startersGPS (een kosteloze online tool van Zenito sociaal verzekeringsfonds)
    3. het ondernemersloket Zenito (voor de startformaliteiten)
    4. de UNIZO startersservice en de projecten "go4business" (individuele begeleiding) en overnamecoach
    5. de subsiedatabank van het agentschap innoveren en ondernemen en aanverwante initiatieven
    6. Syntra -project "maak werk van je zaak" waar je een aan advies te besteden "rugzakje" kunt meekrijgen
    7. VDAB (arbeidsbemiddeling, beroepsopleiding)
    8. Senior Consultants Vlaanderen voor economische consulten aan een minimale kostenvergoeding
    9. Hefboom en Microstart voor het financieren van je tweedekans-onderneming.

    Er is nog veel meer. Elke steun voor opleiding, werk vinden of herstarten met een zaak is immers welkom.


    Wat kan het sociaal interventiefonds (deel van de VDAB) voor een gefailleerde doen ?

    Wat bijna niemand weet is dat ook de ondernemer van een failliet verklaard bedrijf op kosten van het sociaal interventiefonds van de VDAB begeleiding naar een job als werknemer kan krijgen. De curator moet de aanvraag indienen bij het sociaal interventiefonds. Een ondernemer moet na zijn faillissement de curator warm maken voor dergelijk initiatief, als die niet spontaan stappen in die richting zet. Ook de werknemers en de vakbonden zijn vaak vragende partij voor deze tussenkomst.

    Klik op sociaal interventiefonds voor meer info, of klik hier om te mailen naar het sociaal interventiefonds van de VDAB. Hun folder is hier downloadbaar (pdf, 119 KB). Die is wel uitsluitend op werknemers gericht.

    In 2000 werd het herplaatsingsfonds opgericht. Op 1 maart 2009 werd het herplaatsingsfonds omgedoopt in het sociaal interventiefonds (VDAB). De wettelijke basis voor toegang voor ondernemers tot het sociaal interventiefonds ligt in onderstaand besluit , artikel 2 dat luidt als volgt : "De activiteiten die kunnen bijdragen tot de herplaatsing van de werknemers, hebben betrekking op outplacementbegeleiding, of opleiding die nodig is voor het behoud en de versterking van de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt, en op certificering van verworven competenties.
    De volgende personen worden als met werknemers gelijkgestelde personen beschouwd :
    1° de gefailleerde zelfstandigen;
    2° de helpers van de gefailleerde zelfstandigen;..."

    Het besluit is hierna downloadbaar gemaakt voor belangstellenden.
    18 MAART 2011. - Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van artikel 5, § 1, 2°, e), van het decreet van 7 mei 2004 (pdf, 123 KB) tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.

     

  16. (Art. XX.139. WER)

    De curatoren beslissen in het begin van hun opdracht of ze de overeenkomsten die gesloten zijn vóór het vonnis van faillietverklaring en waar het vonnis geen einde heeft aan gemaakt al dan niet verder uitvoeren. Voor de opzegging van de arbeidsovereenkomsten gelden bijzondere regels. Ook huurovereenkomsten kunnen niet zomaar in alle gevallen opgezegd worden. Voorbeeld: de echtgenote oefent haar beroepsactiviteit uit in de gehuurde gezinswoning.

    De curator is als bewaker van de belangen van de schuldeisers praktisch steeds verplicht de huur van de woning van een gefailleerde op te zeggen als een van zijn eerste acties. Dit is geen pestgedrag, dit heeft uitsluitend als bedoeling de schulden die in het faillissement vallen niet te laten aangroeien, en geen nieuwe bevoorrechte schulden te doen ontstaan.

    De gefailleerde is vrij om na de opzeg door de curator, onmiddellijk een daaropvolgend nieuw huurcontract af te sluiten voor diezelfde woning. De huurschuld die onstaat uit dat nieuwe contract behoort niet tot het faillissement en moet betaald worden met inkomsten die onstaan zijn na het faillissementsvonnis.

     
     
  17. (art.XX 111 & 112 WER)
    Ja. Men spreekt van een ‘verdachte periode’, of de periode waarin handelingen door de gefailleerde gesteld op verzoek van de curator niet-tegenstelbaar kunnen worden verklaard. Zo wou men handelingen blokkeren die gesteld waren juist voor het faillissement en er louter op gericht waren bepaalde delen van het vermogen aan het faillissement te onttrekken.

     

    Wat is nu die verdachte periode? Het vonnis van faillietverklaring bepaalt de dag waarop de gefailleerde ophield te betalen (de zogenaamde staking van betaling). De wet bepaalt als algemene regel dat de gefailleerde wordt geacht op te houden te betalen vanaf het vonnis van faillietverklaring. In de regel is er dus geen verdachte periode en kan de curator dus geen handelingen van vóór het faillissement ongedaan maken.

    Maar het tijdstip van staking van betaling kan toch worden vervroegd door de rechtbank wanneer deze ernstige en objectieve elementen aangeeft die aantonen dat de betalingen hebben opgehouden vóór het vonnis. Zodoende kan men een verdachte periode instellen die maximaal de 6 maanden voor het vonnis omvat.

    Artikel XX 112 van het wetboek economisch recht bepaalt een aantal handelingen die automatisch worden verworpen door de rechter indien ze in de verdachte periode hebben plaatsgevonden. Een voorbeeld is wanneer men goederen in de verdachte periode gratis of zwaar onder de normale prijs heeft weggegeven. Alle andere handelingen die in de verdachte periode plaatsvonden kunnen worden verworpen door de rechter op voorwaarde dat (1) de handeling nadeel heeft berokkend aan de gezamenlijke schuldeisers en (2) de derde(n) kennis had, op de hoogte was dat de schuldenaar had opgehouden te betalen.

    Maar ook de rechtshandelingen die gesteld zijn meer dan 6 maanden voor het vonnis kunnen alsnog verworpen worden. (Art XX 114 WER) Het is de curator die dan een vordering, de zogenaamde ‘faillissementspauliana’, zal instellen in het belang van alle schuldeisers. Er moeten wel twee voorwaarden vervuld zijn vooraleer de handeling zal verworpen worden: (1) de handeling moet nadeel berokkend hebben aan de gezamenlijke schuldeisers en (2) de derden zijn medeplichtig aan het bedrieglijk opzet.

     
     
  18. (art XX 31 - 35 WER)
    Ja. Men spreekt van de procedure van preventieve ontzetting en voorlopig beheer. Deze procedure kan geopend worden juist vóór het vonnis van faillietverklaring.

    (Commentaar Dyzo : Zo wou men de strijd aanbinden met malafide personen die juist vooraleer ze failliet werden verklaard hoopten alsnog een deel van hun vermogen aan het faillissement te onttrekken zodat de schuldeisers het nadien niet zouden kunnen claimen.)

    Deze procedure kan enkel worden ingesteld wanneer het volstrekt noodzakelijk blijkt en wanneer bepaalde, gewichtige en met elkaar overeenstemmende aanwijzingen bestaan dat de voorwaarden van het faillissement voldaan zijn.

    Als de voorzitter van de ondernemingsrechtbank de procedure goedkeurt, verliest de schuldenaar het beheer van zijn goederen geheel of gedeeltelijk en worden er één of meer voorlopige bewindvoerders aangesteld.

  19. (Art. XX.153 & 154 WER en strafwetboek)

    Ja. In elk faillissement zijn de curatoren gehouden, binnen twee maanden na hun ambtsaanvaarding, aan de rechter-commissaris een memorie of kort verslag te overhandigen betreffende de vermoedelijke toestand van het faillissement, de voornaamste oorzaken, de omstandigheden ervan en de kenmerken die het vertoont. De rechter-commissaris maakt dit verslag over aan de Procureur des Konings. Op basis van dat verslag kan het parket oordelen een vervolging in te stellen.

    Omgekeerd informeert de procureur des Konings ook de curator en de rechter-commissaris van strafrechtelijke stappen ingesteld tegen de gefailleerde of de bestuurders en zaakvoerders van de gefailleerde rechtspersoon.

    Maar ook gedurende de hele faillissementsprocedure moet een gefailleerde verplicht meewerken op straffe van gevangenisstraf en/of geldboete! In artikel 489 e.v. van het strafwetboek staat een opsomming van ‘misdrijven die verband houden met de staat van het faillissement’. Hieronder geven we de volledige lijst integraal uit het strafwetboek, maar we vatten eerst de meest belangrijke zaken die strafbaar zijn kort samen:
    Zelfstandigen die niet binnen de maand dat ze hebben opgehouden te betalen aangifte doen van hun faillissement (“de boeken neerleggen”, art. 489 bis, 4°)
    gefailleerden die geen gevolg geeft aan een oproeping van de rechter-commissaris of de curator of hen niet de vereiste inlichtingen verstrekken (art 489, 2°)
    gefailleerden die een adreswijziging niet meedelen aan de curator (art 489, 2°)
    gefailleerden die een deel van het actief hebben verduisterd of niet hebben opgegeven (art 489ter, 1°)

       Art. 489. Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van honderd frank tot honderdduizend frank of met een van die straffen alleen worden gestraft de kooplieden die zich in staat van faillissement bevinden in de zin van artikel 2 van de faillissementswet, of de bestuurders, in rechte of in feite, van handelsvennootschappen die zich in staat van faillissement bevinden, die :
      1° zonder voldoende tegenprestatie, ten behoeve van derden met inachtneming van de financiële toestand van de onderneming te aanzienlijke verbintenissen hebben aangegaan
      2° zonder wettig verhinderd te zijn, verzuimd hebben de verplichtingen gesteld bij artikel 53 van de faillissementswet na te leven.

      Art. 489bis. Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank of met een van die straffen alleen worden gestraft de personen bedoeld in artikel 489 die :
      1° met het oogmerk om de faillietverklaring uit te stellen, aankopen hebben gedaan tot wederverkoop beneden de koers of toegestemd hebben in leningen, effectencirculaties en andere al te kostelijke middelen om zich geld te verschaffen;
      2° verdichte uitgaven of verliezen hebben opgegeven of geen verantwoording hebben verschaft van het bestaan of van de aanwending van de activa of een deel ervan, zoals zij uit de boekhoudkundige stukken blijken op de datum van staking van betaling, en van alle goederen van welke aard ook, die zij naderhand zouden hebben verkregen;
      3° met het oogmerk om de faillietverklaring uit te stellen, een schuldeiser ten nadele van de boedel betaald of bevoordeeld hebben;
      4° met hetzelfde oogmerk, verzuimd hebben binnen de bij artikel 9 van de faillissementswet gestelde termijn aangifte te doen van het faillissement; wetens verzuimd hebben naar aanleiding van de aangifte van het faillissement de inlichtingen vereist bij artikel 10 van dezelfde wet te verstrekken; wetens naar aanleiding van de aangifte van het faillissement of naderhand, op de vragen van de rechter-commissaris of van de curators, onjuiste inlichtingen hebben verstrekt.

      Art. 489ter. Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank worden gestraft de in artikel 489 bedoelde personen die met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden :
      1° een gedeelte van de activa hebben verduisterd of verborgen;
      2° de boeken of bescheiden bedoeld in hoofdstuk I van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen, geheel of gedeeltelijk hebben doen verdwijnen; poging tot die wanbedrijven wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot drie jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank.
      Zij die zich aan die wanbedrijven of poging daartoe schuldig hebben gemaakt, kunnen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.

      Art. 489quater. De strafvordering terzake van de strafbare feiten omschreven in de artikelen 489, 489bis en 489ter wordt vervolgd los van enige vordering die bij de rechtbank van koophandel mocht zijn ingesteld. Nochtans kan de staat van faillissement voor de strafrechter niet worden betwist wanneer hij vastgesteld is bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing van de rechtbank van koophandel of van het hof van beroep aan het slot van een procedure waarbij de beklaagde partij was, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger van de gefailleerde vennootschap.

      Art. 489quinquies. Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank of met een van die straffen alleen worden gestraft zij die bedrieglijk :
      1° in het belang van de failliet verklaarde koopman of handelsvennootschap, zelfs zonder de medewerking van de koopman of van de bestuurders, in rechte of in feite, van de vennootschap, de activa geheel of ten dele wegnemen, verbergen of helen;
      2° verdichte of overdreven schuldvorderingen bij het faillissement indienen en bevestigen in eigen naam of door tussenpersonen.

      Art. 489sexies. Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank wordt gestraft de curator die zich schuldig maakt aan ontrouw in zijn beheer. Hij wordt daarenboven veroordeeld tot teruggave en schadeloosstelling die aan de boedel is verschuldigd. De schuldige kan bovendien veroordeeld worden tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.

      Art. 490. Alle arresten of vonnissen van veroordeling tot een gevangenisstraf, uitgesproken krachtens de artikelen 489, 489bis en 489ter, bevelen dat de beslissing op kosten van de veroordeelde bij uittreksel zal worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
      Het uittreksel bevat :
      1° de naam, de voornamen, de plaats en datum van geboorte, alsmede het adres en het inschrijvingsnummer in het handelsregister, van de veroordeelden en, in voorkomend geval, de handelsnaam of de benaming en de zetel van de faillietverklaarde handelsvennootschappen waarvan zij in rechte of in feite bestuurder zijn;
      2° de datum van het arrest of van het vonnis van veroordeling en het gerecht dat het heeft uitgesproken;
      3° de strafbare feiten die tot de veroordelingen aanleiding hebben gegeven en de uitgesproken straffen; wanneer, wegens eenheid van opzet, een enkele straf is uitgesproken uit hoofde van een van de voornoemde strafbare feiten en uit hoofde van andere strafbare feiten, vermelden de uittreksels alle strafbare feiten die met deze ene straf worden gestraft.

      Art. 490bis. Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die bedrieglijk zijn onvermogen heeft bewerkt en aan de op hem rustende verplichtingen niet heeft voldaan.
      Dat de schuldenaar zijn onvermogen heeft bewerkt, kan worden afgeleid uit enige omstandigheid waaruit blijkt dat hij zich onvermogend heeft willen maken.
      Ten aanzien van de derde die mededader of medeplichtig is, vervalt de strafvordering wanneer hij de hem overhandigde goederen teruggeeft.

  20. Het handelsfonds, ook gekend als de drempel of de “zulle” is de waarde van de naambekendheid en van het klantenbestand van een zaak. Deze waarde is verkoopbaar, maar daarvoor moet er kort na het faillissement gehandeld worden. Zodra het faillissement in wijde kring bekend wordt, verliest de naam en het klantenbestand zijn commerciële waarde. Het is de techniek van de verkoop van het handelsfonds die ervoor zorgt dat een failliet bedrijf snel weer heropent, onder dezelfde handelsnaam, of onder een andere naam die verwijst naar de overname van het handelsfonds door een ander bedrijf. (vb. “oud huis Pimpermans”)

    Een voorbeeld : In de gazet van Antwerpen van 2 februari 2009 verscheen een artikel over het Zoerselse reisbureau Travel Lounge. Daaruit bleek dat na het faillissement van dit bureau op 12/2/9, het op hetzelfde adres en onder dezelfde naam heropend werd op 16/2/9, na een overname van naam en handelsfonds door Paradiso tours. Alle volstorte reissommen waren verzekerd, en het volstond de nieuwe uitbating van Travel Lounge onder het beheer van Paradiso tours een nieuwe vergunning te laten toekennen om onder dezelfde naam en vanop hetzelfde adres verder te werken. Klanten hoeven dus niets te merken van het faillissement van de zaak waar ze mee in zee zijn gegaan. Volgens de krant ging het initiatief voor deze overdracht van handelsfonds uit van de curator.

    Het behoort inderdaad tot de opdracht van de curator om de waarde van de failliete boedel te gelde te maken, en daarbij hoeft een curator zich niet te beperken tot materiële zaken, maar kan hij ook zaken zoals een handelsfonds, een octrooi, een uitvinding, een zelf ontwikkelde software verkopen.

    De gefailleerde ondernemer heeft er belang bij zich in te zetten voor de verkoop van het handelsfonds van zijn failliete zaak. Deze ondernemer is meestal ook beter dan de curator op de hoogte van de waarde van zijn zaak en van eventuele geïnteresseerden voor de overname. Meestal zijn dat de concurrenten uit de omgeving, maar het kunnen ook grotere groepen zijn die op zoek zijn naar uitbreiding van hun lokale netwerk.

    Omwille van het faillissement is het wel onmogelijk in deze op eigen houtje te handelen. Een zakelijk overleg met de curator, die wel gemachtigd is om deze kwestie juridisch te regelen, is aangewezen. Door deze stap te zetten naar de curator zorgt de gefailleerde ervoor dat er inkomsten zijn die de schuldeisers ten goede komen, levert hij de curator een bewijs van goede trouw, en zorgt hij dat zijn vroegere cliënteel zo weinig mogelijk hinder ondervindt van het faillissement. Onmiddellijk na het faillissement gaan samenwerken met de curator is emotioneel soms wel een grote stap, maar het is vanuit zakelijk oogpunt wel het overwegen waard.

  21. De curator staat in voor het ontslag van alle werknemers na faillissement van de werkgever. Volgende voorzieningen verzachten voor werknemers de gevolgen van dat ontslag :

    Achterstallig loon en opzeggingsvergoedingen (federale bevoegdheid)

    Bij een faillissement is er steeds een tekort aan geld om iedereen te betalen. Soms hebben werknemers van het failliete bedrijf nog loon of opzegvergoedingen tegoed. Die vorderingen van werknemers zijn bij een faillissement bevoorrecht. Ze moeten wel een schuldvordering indienen bij de curator. Meestal zorgt hun vakbond voor een collectieve vordering. Omdat het lang kan duren vooraleer de curator iets uitbetaalt en omdat er helaas niet altijd voldoende middelen zijn om die lonen te betalen, zorgt het fonds voor sluiting van ondernemingen voor het voorschieten van (een deel van) dat loon. Het fonds vordert dat wel terug van de curator. Lees meer over het fonds sluiting ondernemingen en de stappen die een werknemer moet zetten om zijn/haar rechten te vrijwaren na faling van de werkgever.

    Extra ondersteuning voor het vinden van een andere job (Vlaamse bevoegdheid)

    Het sociaal interventiefonds betaalt de outplacementbegeleiding voor personen ontslagen in een bedrijf dat in financiële moeilijkheden verkeert of dat failliet gaat. Tijdens de outplacementbegeleiding krijgt de deelnemer hulp in de zoektocht naar ander werk. Dit kan zowel leiden naar een nieuwe job als loontrekkende of als ondernemer. Onder bepaalde voorwaarden worden ook de kosten terugbetaald voor opleiding als onderdeel van de begeleiding.

    Het is belangrijk dat het bedrijf of de vestiging gelegen is in het Vlaamse gewest. Het is de werkgever of zijn wettelijke vertegenwoordiger (curator, vereffenaar, …) die de aanvraag moet indienen bij het sociaal interventiefonds van de VDAB.
    Mailen naar het sociaal interventiefonds.
    Meer info over voorzieningen voor werknemers (pdf, 119 KB) ontslagen door faillissement van hun werkgever.