Gevolgen van het faillissement voor de kosteloze persoonlijke borgsteller

Iemand die samen met een gefailleerde een schuld aangaat, is niet vanzelf bevrijd van die schuld door de schuldkwijtschelding voor de gefailleerde. Ofwel ben je borgsteller voor de schuld van de gefailleerde. Een schuldeiser spreekt pas de borg aan om betaling te bekomen, wanneer de schuldenaar zijn verplichting tot betalen niet meer nakomt. Bijvoorbeeld de zaakvoerder van een BVBA staat borg voor een krediet dat de BVBA aangaat. Enkel als de BVBA niet kan betalen, dan zal de bank de zaakvoerder aanspreken om te betalen Je kan ook samen met de gefailleerde gebonden zijn en aangesproken worden voor de zelfde schuld. Dan ben je medeschuldenaar van die schuld. Bijvoorbeeld een man en vrouw die wettelijk samenwonen en een hypotheek aangaan voor de aankoop van hun gezinswoning zijn beiden schuldenaar van de hypotheek.

Een kosteloze persoonlijke borgsteller kan bij faillissement van een schuldenaar bevrijding vragen. (Art. XX.175). Een medeschuldenaar heeft geen specifieke mogelijkheid om van zijn schulden bevrijd te worden. Indien de medeschuldenaar de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner is van de gefailleerde kan bevrijd worden van die schuld als de gefailleerde kwijtschelding krikgt. Lees daarover meer in dit artikel.

Bevrijding van de kosteloze borgsteller

Een kosteloze persoonlijke borgsteller kan onder welbepaalde voorwaarden wel geheel of gedeeltelijk bevrijd worden van de verplichting om te betalen in de plaats van de gefailleerde.

Alle volgende voorwaarden moeten tegelijkertijd vervuld zijn:

  1. een borg is maar kosteloos als er geen belang is op het moment van de ondertekening van de borgstelling. Dat belang moet strikt geïnterpreteerd worden: er mag geen gemeenschappelijk huishouden met de gefailleerde zijn, er mag geen aandeel of mandaat in de failliete onderneming zijn, en een geringe vergoeding is ook al een beletsel. Professionele borgstellers zoals banken en verzekeringsmaatschappijen zijn zo ook uitgesloten van bevrijding.

  2. Een borg is maar persoonlijk als die het hele vermogen van de borgsteller bindt. Dus een schuldeiser kan dan beslag leggen op heel het vermogen van de borg. We spreken van een zakelijke borg als een welbepaalde zaak (een huis, geld, juwelen, waardepapieren) in borg wordt gegeven en dat goed kan in beslag genomen worden om de schuld te voldoen. Van een zakelijke borg kan je niet bevrijd worden.

  3. De borg moet een verzoekschrift neerleggen voor de ondernemersrechtbank waarin gevraagd wordt volledig of gedeeltelijk bevrijd te worden van haar verbintenis. Dat verzoekschrift moet welbepaalde gegevens bevatten, zoals :

    1. zijn identiteit, beroep en woonplaats;

    2. de identiteit en woonplaats van de titularis van de vordering waarvan de betaling gewaarborgd is door de zekerheidsteller;

    3. de verklaring dat zijn verbintenis niet in verhouding is, bij het openen van de procedure, met zijn inkomsten en vermogen;

    4. de kopie van zijn laatste aangifte en het laatste aanslagbiljet in de personenbelasting;

    5. het overzicht van alle activa en passiva die zijn patrimonium vormen;

    6. de stukken die de verbintenis houdende de kosteloze zekerheidstelling en de omvang ervan staven;

    7. elk ander stuk dat van aard is om precies de staat weer te geven van zijn bestaansmiddelen en lasten.

  4. Er is een wanverhouding tussen het bedrag van de borgstelling en [het (roerend & onroerend) vermogen + de inkomsten] van de borgsteller, zoals dat eruit zag op het moment van het vonnis van faillietverklaring.

Onmiddellijk effect

Vanaf de datum van het neerleggen van zo’n verzoekschrift moet de schuldeiser stoppen met het afdwingen van de betaling door de borg. De schuldeiser mag bijvoorbeeld geen beslag meer laten leggen op de goederen of inkomsten van de borg door een gerechtsdeurwaarder.

Uiteindelijk resultaat

De borg moet verschijnen voor de rechtbank, die daarna bij vonnis beslist over gehele of gedeeltelijke bevrijding van de borgsteller.

De schuldeiser mag opnieuw beslag leggen als dat vonnis geen of slechts een gedeeltelijke bevrijding beveelt en er nog niet betaald werd.

 

Failliet Menulink: