Het faillissement als leerschool

De hogeschool Gent onderzocht op grote schaal wat Vlamingen denken over ondernemerschap en faillissementen. Dyzo dankt haar surfers voor hun massale deelname aan dit onderzoek. Dit was het eerste deel van het PWO project "FailLeren".

Indrukwekkende cijfers Eens failliet, altijd failliet? Veel ondervraagde Vlamingen denken van wel. Zestig procent van de ondervraagden vindt dat informatie over wie failliet ging altijd beschikbaar moet blijven. Meer dan de helft (54%) vindt zelfs dat deze informatie door de overheid gratis en voor iedereen ter beschikking gesteld moet worden, zelfs als het faillissement al jaren achter de rug is. Meer dan een derde is van mening dat een faillissement aantoont dat de ondernemer in kwestie onvoldoende kennis had om die zaak in de eerste plaats op te starten (37%).

Eén op drie vindt ook dat een faillissement altijd de schuld van de ondernemer zelf is. Dit betekent volgens weinigen (7%) echter dat de ondernemer een mislukkeling is die beter nooit als zelfstandige was begonnen. Maar liefst 75 procent vindt wel dat ondernemers de crisis te gemakkelijk als een excuus voor hun faillissement gebruiken. Daarenboven vindt een verbluffende 29 procent dat er altijd een geurtje aan een faillissement hangt.
 
Onterecht stigma Het onderzoek wijst uit dat er in Vlaanderen een stigma aan faillissementen kleeft waardoor ondernemers zich schamen voor hun faillissement. Zoiets remt de wenselijke snelle maatschappelijke reintegratie van ondernemers na faling. De angst om te falen is ook een reden om niet te starten of te herstarten met een onderneming. De ongegronde vooroordelen over gefailleerden houden ook uitsluitingsmechanismen in stand die herstarten bemoeilijken. Een Vlaanderen dat meer ondernemers wil zal dus moeten werken aan dit stigma én gefailleerden een tweede kans als ondernemer geven. Gefailleerden beschikken immers over belangrijke ervaring en eerder onderzoek wijst bovendien uit dat deze gefailleerden hun ondernemerszin allesbehalve kwijt zijn en succesvoller zijn bij een tweede start, op voorwaarde dat ze gestimuleerd werden in het leren van hun faling. Ook de geur van fraude die velen bespeuren bij faillissementen is ongegrond. De rechtbanken van koophandel stellen immers in slechts 5% van de faillissementen kwade trouw vast.
 
De bevraging toont aan dat de Vlaamse bevolking positief staat ten opzichte van het tweedekansondernemerschap. Maar liefst 81 procent van de ondervraagden vindt dat een gefailleerde ondernemer een herkansing verdient en 60 procent vindt dat ook de samenleving een nieuwe start voor gefailleerden moet ondersteunen.
Samenwerken met Dyzo Menulink: