Veelgestelde vragen

Categorie : Verjaring
  1. Schulden kunnen je blijven achtervolgen en de nalatigheidsintresten kunnen heel hoog oplopen.

    Schulden die door de schuldeisers niet tijdig worden opgeëist kunnen verjaren.
    De verjaring houdt, in burgerlijke zaken, in dat een persoon na verloop van tijd iets verkrijgt of dat hij wordt bevrijd van de plicht om iets te doen. Zo is een schuld na verloop van tijd niet meer opeisbaar.
     
    Het is aan de schuldenaar zelf om na te gaan wanneer de schuld verjaard is. De schuldeiser zal er zelf in alle talen over zwijgen, om er zo toch voor te zorgen dat de schuld wordt vereffend, ondanks dat deze niet meer opeisbaar is.
  2. Een bevrijdende verjaring berust in de meeste gevallen gewoon op het niet-optreden van de schuldeiser, die nalaat zijn rechten te doen gelden. De rechtsvordering die hij had kunnen instellen tegen zijn schuldenaar dooft op die manier uit. Treedt hij in rechte op na het verstrijken van de verjaringstermijn, dan kan de schuldenaar de verjaring inroepen en aldus ontkomen aan betaling. De rechter kan de verjaring van het recht van de schuldeiser niet ambtshalve opwerpen, behalve wanneer het een zaak van openbare orde betreft (bijvoorbeeld: verbintenis om geen klacht in te dienen, schenking onder samenwonenden, belastingen).



    Iemand kan niet op voorhand (in een overeenkomst) worden beroofd van de mogelijkheid de verjaring in te roepen. Maar zodra de verjaringstermijn verstreken is, kan de schuldenaar wel afstand doen van het inroepen van de verjaring. De partijen kunnen ook gezamenlijk beslissen een verjaring die al begon te lopen, te schorsen. Of ze kunnen de wettelijke termijnen ten gunste van de schuldenaar verkorten, behalve indien de openbare orde in het spel is.

  3. Vóór 1998:  De verjaringstermijn van schulden bedroeg 30 jaar.

    De overgangsregeling: Voor schulden ontstaan voor 27 juli 1998 ( = de inwerkingtreding van de wet), die op dat moment nog niet verjaard waren, bestaat een overgangsregeling. ( Art. 10 van de wet van 10 juni 1998 ) Deze regeling houdt in dat voor deze schulden een verjaringstermijn van 10 jaar begint te lopen op 27 juli 1998.
    Deze schulden kunnen eventueel wel vroeger verjaren, indien de oude verjaringstermijn van 30 jaar vroeger zou verstrijken dan 27 juli 2008.
     
    Sinds 1998: De wetgever bepaalde bij wet van 10 juni 1998 tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de verjaring dat schulden na 10 jaar verjaren. Voor zakelijke rechtsvorderingen blijft de termijn van 30 jaar behouden. ( Vb. eigendomsrechten op een gebouw, vruchtgebruik, …).
  4. Voor specifieke schulden en overeenkomsten kunnen wel afwijkende termijnen bestaan, dus het is steeds van belang om in elk concreet geval na te gaan wat de verjaringstermijn van de schuld is.

    Enkele voorbeelden:
    • Kredietovereenkomsten: in principe bedraagt de verjaringstermijn 10 jaar, maar de termijn voor de intresten, met name de nalatigheidsintresten, duurt 5 jaar.
    • Facturen van elektriciteit, water, de levering van energie in het algemeen : 10 jaar in theorie. In een arrest van het arbitragehof d.d. 19.01.2005 ( n° 15/2005) oordeelde het hof echter dat aangaande facturen voor water een verjaringstermijn van 5 jaar geldt. Ook voor energiefacturen maakt het inroepen van verjaring na 5 jaar een ernstige kans. Lees meer.
    • Belastingen en BTW - vorderingen: verjaring 5 jaar na de heffing van de belasting
    • Factuur van een handelaar aan een particulier die geen handelaar is: 1 jaar na ontvangst van de factuur
      • ( ook hierop bestaan uitzonderingen vb. verjaringstermijn van 6 maand voor restaurantfactuur.)
    • Factuur naar aanleiding van een aannemingsovereenkomst: 10 jaar
    • Verzekeringen: 3 jaar
    • RSZ – bijdrage: verjaring na 3 jaar te rekenen vanaf  de dag van opeisbaarheid van de schuldvordering. De bijdragen zijn opeisbaar binnen de maand na het einde van het betreffende kwartaal. Voorbeeld: RSZ-bijdragen eerste kwartaal 2009 zijn opeisbaar vanaf 30 april 2009 en verjaren dus op 1 mei 2012. (vóór 1/1/2009 was de termijn nog 5 jaar).
    • Bijdragen voor de sociale zekerheid voor zelfstandigen worden vaak verward met RSZ bijdragen. Ten onrechte. Deze bijdragen verjaren na 5 jaar. De termijn loopt vanaf het einde van het kwartaal. Voor regularisaties start de verjaringstermijn vanaf de dag van ontvangst van de rekening.
    • Bij schuldvorderingen tussen handelaars onderling geldt een verjaringstermijn van 10 jaar.
  5. Bepaalde omstandigheden kunnen tot gevolg hebben dat de termijn van verjaring even wordt geschorst, indien deze omstandigheid beëindigd is, begint de termijn van verjaring opnieuw verder te lopen voor de resterende termijn. De periode voor de schorsende handeling wordt mee in aanmerking genomen om de totaliteit van de verjaringstermijn te bepalen.

    Enkele voorbeelden van schorsende omstandigheden: de verjaring wordt geschorst indien de persoon tegen wie de verjaring loopt minderjarig is of onbekwaam verklaard, de verjaring wordt geschorst tussen echtgenoten gedurende de duur van het huwelijk, …
  6. Bepaalde handelingen kunnen tot gevolg hebben dat de termijn van verjaring even wordt gestuit, indien deze handeling of situatie een einde neemt, begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen. Dus de termijn van 10 jaar begint na een stuitingshandeling opnieuw van 0 te lopen. Een schuldeiser die elke lopende verjaringstermijn tijdig en geldig stuit, maakt dat de verjaring nooit intreedt.
     
    Enkele voorbeelden van stuitingsdaden:  een ingebrekestelling (indien aangetekend, geeft dit een vaste datum), een dagvaarding voor het gerecht, een bevel tot betaling (dit moet bij deurwaardersexploot), of een beslag, betekend aan hem die men wil beletten de verjaring te verkrijgen, …

    INSTINKER : Als schuldenaar kan je er onbedoeld voor zorgen dat je geen verjaring kan inroepen. Als je spontaan (of onder psychologische druk) begint je schuld af te betalen, heeft die betaling het effect van een stuiting van verjaring.

  7. Helaas zijn er wel 800 verschillende situaties mogelijk gezien de vele verjaringstermijnen en de afwijkende regels voor stuiting verspreid staan over tal van uiteenlopende wetten en rechtsdomeinen. Met de uitleg op deze site kun je dus enkel de meest voorkomende gevallen een begin van oplossing geven, zonder echt zeker te zijn van de uitkomst. Je hebt in concrete gevallen dus vaak de bijstand van een advocaat nodig om zekerheid te bekomen en gezien de tegengestelde belangen zal daar vaak voor geprocedeerd moeten worden.