Veelgestelde vragen

Categorie : Tijdelijke moeilijkheden
  1. De rubriek "veel gestelde vragen" op de Tussenstapsite richt zich tot ondernemers en tot belangstellenden met een beperkte juridische voorkennis. We vermijden zoveel mogelijk uitzonderingen en vaktermen. Wie dat leest moet te weten komen wat de mogelijkheden zijn, maar blijft aangewezen op juridische en economische expertise die van buiten de zaak moet aangetrokken worden. Is het dat wat je zoekt, blijf dan op deze site.

    De wet werkt sedert 1/4/2009 en is vanaf 1/8/2013 grondig bijgestuurd, zodat tal van bedrijfsadviseurs zelf met tal van vragen zitten. Om hen in staat te stellen zo snel mogelijk een aantal zaken na te kijken en te leunen op de praktijkervaring van specialisten heeft het CAP-netwerk Vlaanderen, met UNIZO als belangrijke gangmaker, een online vraagbaak geopend. Die site is gericht op deskundigen met economisch-juridische scholing. Ze gaat in op praktijkgevallen en kwesties die de rechters of de pleitbezorgers van de ondernemer die beroep doet op de WCO of zijn schuldeisers zeker zullen boeien. Hoe kan de maatschappij erover waken dat de WCO geen oneigenlijk gebruik genereert ? Wat is de positie van de banken in de wco ? Zijn er al uitspraken in hoger beroep ? Welke tendenzen vertonen zich in de rechtspraak ? Hoeveel aanvragen zijn er en uit welke sectoren komen die ? Je vindt dit soort antwoorden op de site www.wco.be.

    Tussenstap is ook een kenniscentrum inzake ondernemerschap op moeilijke momenten. Met een praktijkopleiding gericht op deskundigen versterkt ze de steun die ondernemers van hun adviseurs mogen verwachten.


    Wie adviseert de bedrijfsadviseur over het redden van ondernemingen ?

    CAP-netwerk  staat voor "Continuïteit, Assistentie, Preventie". Er is zo'n netwerk in Vlaanderen en een in Wallonië. Het CAP netwerk Vlaanderen wordt voorgezeten door professor Melissa Van Meenen, van de universiteit Antwerpen, gespecialiseerd in solventierecht. Het CAP-Netwerk Vlaanderen wil een multidisciplinair kenniscentrum uitbouwen rond de WCO.

    Onderzoek in 2011 leerde dat slechts een op de zes ondernemers in moeilijkheden de wet op de continuïteit van de ondernemingen (opvolger gerechtelijk akkoord) kent. Ondernemers met een zaak die het niet zo goed doet én hun schuldeisers met een onderneming zijn gediend met een betere kennis van deze wet. Een van de doelstellingen van het CAP netwerk Vlaanderen is dan ook de wet bekend te maken. Het CAP-netwerk zal ook de knelpunten en de misbruiken van de wet inventariseren. Door de misbruiken te bestrijden verhogen immers de slaagkansen van de gebruikers die de wet met recht en reden inschakelen. Via voorstellen tot wetswijziging wil CAP ook waken over de rechten van de schuldeisers. De wetswijziging vanaf 1/8/2013 is mee door CAP geïnspireerd.

  2. De wet op het gerechtelijk akkoord is op 1/4/9 afgeschaft  en vervangen door de wet op de continuïteit van de ondernemingen. Die wet heeft als doel herstelplannen van bedrijven die nog over voldoende reserve beschikken een zo groot mogelijke slaagkans te geven door tijdelijk de betaaldruk van de schuldeisers te verminderen.

  3. De wet op de continuïteit van de ondernemingen is op 9/2/2009 gepubliceerd in het Belgisch staatsblad. Het koninklijk besluit dat de inwerkingtreding van die wet bepaalt op 1/4/9 is op 31/3/9 gepubliceerd in het Belgisch staatsblad. Je kan dus vanaf 1 april 2009 de bepalingen van die wet inroepen.

    Vanaf 1 augustus 2013 verandert er een en ander aan de WCO. Deze bijsturing raakt zowel de materieelrechtelijke positie van de schuldenaars, de schuldeisers, de aandeelhouders, de werknemers, de concurrenten,… als de procedurele afwikkeling van een gerechtelijke reorganisatie.

    Tussenstap bestudeert de praktische gevolgen van deze wijzigingen (doc, 29 KB) voor cijferberoepers en voor ondernemers en houdt je op de hoogte. Je vindt een paar belangrijke wijzigingen downloadbaar onder vorige link.

  4. ‘De wet op de continuïteit van de ondernemingen’ is vanaf 01/04/2009 in de plaats gekomen van de wet op het gerechtelijk akkoord. De wet biedt ondernemingen in financiële moeilijkheden een aantal mogelijkheden, tools om de onderneming te redden en het faillissement te vermijden.

    De WCO valt uiteen in twee mogelijke procedures:

    1)      Buitengerechtelijke procedure
    De WCO laat toe om een minnelijk akkoord te zoeken met de schuldeisers zonder dat de rechter er bij betrokken is
    2)      Gerechtelijke procedure
    De gerechtelijke procedure, ook wel ‘gerechtelijke reorganisatie’ genoemd, valt uiteen in drie mogelijkheden:
    1)      minnelijk akkoord
    2)      collectief akkoord
    3)      overdracht van de onderneming
     
    Al deze mogelijkheden komen verder uitgebreid aan bod.
  5. Inderdaad de wet vergemakkelijkt bijvoorbeeld :

    • Een doorstart. De mogelijkheden om tot een akkoord te komen met de schuldeisers. Zo kan er relatief eenvoudig een periode van maximum 6 maanden bescherming tegen de schuldeisers bekomen worden. Tijdens die ‘opschorting van betaling’ kan men verder werken aan het herstel van de onderneming, zonder het voortdurend dreigende gevaar van een dagvaarding, beslag, faillissement,… Gedeeltelijke kwijtschelding van schuld, afbetaling van het overige, het is mogelijk. Voor fundamenteel gezonde ondernemingen met een tijdelijk probleem betekent dat een aanzienlijk grotere overlevingskans.
  6. De verschillende scenario’s geschetst in vraag 3 zijn in vergelijking met een faillissement per definitie voordeliger. In elk geval krijgen zowel ondernemers als de rechtbank meer speelruimte om bedrijven in nood te redden.

    Als ondernemer van een bedrijf in moeilijkheden moet je ook met deze wet een aantal innerlijke drempels overwinnen. Je moet vooreerst inzien dat je bedrijf er slecht aan toe is, en vervolgens de moed opbrengen om de koe bij de horens te vallen en tenslotte aanvaarden dat anderen merken dat je project dreigt te mislukken. In bepaalde scenario’s moet je aanvaarden dat de rechtbank over je schouder meekijkt als je in de problemen zit.

    Er is wel een goede reden om je over hoger geschetste bezwaren heen te zetten. Schuldenlast werkt namelijk als een sneeuwbal. Als je te lang aarzelt om naar de rechter te stappen is je zaak niet meer te redden. Dan ben je zelf een deel van het probleem. Je hebt een belangrijke sleutel in handen om dit reddingsinstrument te laten werken. Als je niet weet waar te beginnen, zal Tussenstap je op weg helpen.
  7. De wet staat zowel open voor natuurlijke personen als voor rechtspersonen (vennootschappen).

    Toch zijn er vele uitzonderingen. Binnen de natuurlijke personen staat de wet enkel open voor natuurlijke personen die handelaar zijn (de zogenaamde ‘eenmanszaken’).
     
    De volgende categorieën van natuurlijke personen kunnen dus geen gebruik maken van de wet, ook al hebben ze zware financiële problemen, omdat ze juridisch gezien geen ‘handelaar’ zijn:
    • vrije beroepers (advocaten, geneesheren,...)
    • vennootschappelijke mandatarissen en werkende vennoten (voor hun persoonlijke schulden).
    Indien de uitgesloten personen geconfronteerd worden met onoverkomelijke schulden, kunnen ze eventueel een beroep doen op de collectieve schuldenregeling.
     
    Binnen de vennootschappen staat de wet open voor vennootschappen met een commercieel doel (zogenaamde ‘handelsvennootschappen’), burgerlijke vennootschappen met een handelsvorm en landbouwvennootschappen. Enkel de vrije beroepen die uitgeoefend worden onder de vorm van een burgerlijke vennootschap (bijvoorbeeld een dokter, apotheek, advocaat,… die zijn activiteiten in een BVBA heeft ondergebracht) komen niet in aanmerking.
     
     
  8. Reken op volgende kosten :
    • Adviseurskosten.  Voor alle ondernemers is het inwinnen van deskundig advies (boekhouder, advocaat,…) in deze sterk aan te bevelen. Zelfs juridisch en economisch geschoolde ondernemers zijn sedert 1/8/2013 verplicht bepaalde bewijsstukken door een externe deskundige te laten maken.. Reken ook dat de tijd die je in procedures stopt verloren is voor het rendabel maken van je zaak, en dus ook kostelijk is. Overweeg dat procedurefouten verstrekkende gevolgen kunnen hebben.
    • Gerechtskosten. Er moet altijd een rolrecht betaald worden van 52 euro. Daarnaast zijn er nog wat gerechtskosten (zoals de publicaties in het Belgisch Staatsblad) die door de rechtbank (meestal) wordt doorgerekend aan de onderneming. Verschillende rechtbanken vragen bij het starten van de WCO provisies (voorschotten) op die gerechtskosten. Die provisies variëren van 0 tot 1.000 euro, afhankelijk van onder welk gerechtelijk arrondissement de onderneming ressorteert. De rechtbanken van Kortrijk, Veurne, Ieper en Dendermonde vragen dergelijke provisie.  Sedert 1/8/2013 is er een wetsartikel dat de neerleggingskost in elke rechtbank optrekt tot 1000€. Het is nog niet bekend vanaf wanneer dat van kracht wordt, een Koninklijk besluit hierover is op komst.
    • Administratieve kosten. De WCO brengt voor de onderneming enkele praktische verplichtingen met zich mee, zoals bv. het aangetekend aanschrijven van alle schuldeisers wanneer de gerechtelijke bescherming werd bekomen.

    Naast deze kosten zijn er soms nog andere kosten (herstructureringskosten,.), afhankelijk van de toestand van de onderneming in kwestie.

  9. In de praktijk blijkt dat externe hulp (advocaat, accountant, bedrijfsconsulent…) noodzakelijk is. Het redden van een zaak is technisch ingewikkeld, want je moet aan een kritisch rechtscollege kunnen bewijzen dat je zaak binnen een redelijke termijn te redden is. Vergeet niet dat de rechtbank zal oordelen op basis van de gegevens die je voorlegt. M.a.w.: hoe beter de argumenten en de bewijzen in jouw dossier, hoe hoger de slaagkansen. Je moet dus nog in staat zijn om die deskundigen te betalen voor dat werk.

    Vanaf 1/8/2013 geldt ook dat de aanvraag WCO :

    • van een vennootschap ongeldig is als niet alle jaarrekeningen neergelegd zijn bij de nationale bank van België. Vaak zijn ondernemingen in moeilijkheden hiermee niet in orde, en zonder externe hulp zal dit moeilijk in orde te brengen zijn.
    • ongeldig is als niet alle verplichte bewijsstukken samen met het verzoekschrift neergelegd worden. De wet eist ook dat die documenten door een deskundige opgemaakt zijn.
  10. (art. 8-12 wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen)

    Op het niveau van de rechtbank van koophandel bestaan er kamers voor handelsonderzoek. De kamers volgen de toestand van de schuldenaren in moeilijkheden om de continuïteit van hun onderneming of hun activiteiten te bewerkstelligen en de bescherming van de rechten van de schuldeisers te verzekeren. Deze kamers organiseren de zogenaamde ‘knipperlichtprocedures’, wat er op neerkomt dat ze de probleembedrijven proberen op te sporen. De procureur des konings heeft toegang tot deze gegevens, en krijgt ook een verslag van het onderzoek gevoerd door deze kamers. Hij kan op basis daarvan in actie komen. Ondernemers in moeilijkheden kunnen opgeroepen worden door die kamers om uitleg te verschaffen.

    De criteria die deze kamers gebruiken voor de opsporing zijn bij elke rechtbank van koophandel anders. Zo zijn er sommige rechtbanken die intensief gebruik maken van de gegevens van het financieel informatiebureau Graydon, en andere helemaal niet. Het is wel officieel bepaald dat de griffie van de rechtbank van koophandel automatisch op de hoogte wordt gebracht van :

    1. veroordelende vonnissen waarbij de handelaar de gevorderde hoofdsom niet heeft betwist;
    2. handelaren die reeds twee kwartalen geen RSZ-bijdragen, BTW of bedrijfsvoorheffing meer betaald hebben;
    3. beslissingen waarbij aannemers hun erkenning wordt geschorst, waardoor ze niet meer mogen meedoen aan overheidsopdrachten;
    4. onbetaalde of geprotesteerde wissels of orderbriefjes;
    5. vonnissen die een einde maken aan een handelshuur of aan het beheer van een onderneming.

    De gegevens worden bijgehouden ter griffie van de rechtbank van koophandel. De zelfstandigen kunnen er op elk ogenblik ter plaatse kennis van nemen. Schuldeisers kunnen foutieve gegevens over zichzelf laten corrigeren.

  11. Dat is moeilijk in te schatten en het hangt af van geval tot geval. Toch zijn er wel een aantal factoren die het succes van de WCO zullen beïnvloeden:

    • hoe sterker het dossier dat de ondernemer indient, hoe hoger de slaagkansen. De bevoegde rechtbank zal oordelen op basis van het dossier dat de onderneming in moeilijkheden indient. De ondernemer heeft dus zelf een grote invloed.
    • Het zal er op aankomen tijdig gebruik te maken van de wet. Indien men de financiële problemen te ver laat komen en te laat een beroep doet op de WCO, dan zal de rechtbank in de praktijk vaak moeten vaststellen dat de onderneming hopeloos verloren is. De wet is bedoeld voor rendabele ondernemingen die door omstandigheden tijdelijke financiële problemen hebben en niet zozeer ondernemingen met ernstige liquiditeitsproblemen door gecumuleerde verliezen uit het verleden. Ondernemingen die niet echt rendabel zijn en waar er dus geen spreekwoordelijk lichtje is op het einde van de tunnel, zullen vaak enkel nog beroep kunnen doen op de overdracht van een onderneming onder gerechtelijk gezag (zie verder).
    • de wetgeving toepassen is een zaak van de rechtbank. Aangezien recht toepassen geen droge wiskunde is, zal het ook afhangen hoe de rechters de wet interpreteren en toepassen en hoe meegaand ze zullen zijn.
    • vanaf 1/8/2013 kan de rechter een aanvraag WCO snel afwijzen bijvoorbeeld als de aanvraag enkel dient om een op til zijnd beslag tegen te werken, of om misdadigers de kans te geven met de buit op de vlucht te slaan en de sporen te wissen. 
  12. Ondernemingen die hun activiteiten willen reorganiseren, kunnen daarvoor de hulp inroepen van een ondernemingsbemiddelaar. Het aanvragen van een ondernemingsbemiddelaar is zowel mogelijk voor ondernemers

    (1)    van wie hun dossier hangende is bij de ‘kamers voor handelsonderzoek’ (Klik hier voor meer info) en dus geen gebruik maken van de WCO
    (2)    die gebruik maken van de mogelijkheid voorzien in de WCO om te streven naar een minnelijk akkoord met de schuldeisers buiten een gerechtelijke procedure.
     
    De ondernemingsbemiddelaar heeft als taak om de ondernemer te helpen bij het ontwikkelen van een nieuwe ondernemingsstrategie, maar ook om als tussenpersoon te functioneren in de gesprekken tussen schuldenaars en schuldeisers.
     
    Het verzoek tot aanduiding van een ondernemingsbemiddelaar moet gebeuren bij de kamer voor handelsonderzoek als het dossier daar hangende is of bij de voorzitter van de rechtbank van koophandel als men werkt via een minnelijk akkoord. Vormvereisten voor het verzoek zijn er niet, het kan dus zelfs mondeling !
     
    Iedereen kan in principe de taak van ondernemingsbemiddelaar op zich nemen. De rechtbank moet wel zijn goedkeuring geven. Denk dus best na over iemand die goed geplaatst is om die taak op zich te nemen (advocaat, boekhouder, iemand die praktijkervaring heeft met ondernemingen in moeilijkheden,…).
     
    Wettelijk is er ook niets geregeld over de vergoeding voor die ondernemingsbemiddelaar. De eventuele vergoeding zal dus onderling moeten afgesproken worden. De vergoeding valt ten laste van de ondernemer die de ondernemingsbemiddelaar gevraagd heeft.
  13. Als ondernemer in moeilijkheden kan je proberen een minnelijk akkoord te bereiken met één/meerdere/alle schuldeisers over de afbetaling van hun vordering. Bovendien kan je als ondernemer vragen om bij het onderhandelen over dat minnelijk akkoord te worden bijstaan door een ondernemingsbemiddelaar klik hier voor meer info omtrent de ondernemingsbemiddelaar).

     

    De contracterende partijen bepalen vrij de inhoud van het minnelijk akkoord. Maar schuldeisers die niet betrokken zijn in het akkoord zijn er niet door gebonden.
     
    Indien het akkoord aan de volgende voorwaarden voldoet, dan blijven de gedane betalingen geldig bij een later faillissement (en zal de curator ze dus niet ongedaan kunnen maken):
    -         het akkoord bepaalt uitdrukkelijk dat het werd gesloten om de onderneming weer financieel gezond te maken of te reorganiseren
    -         het akkoord werd neergelegd op de griffie van de rechtbank van koophandel
     
    De voordelen van het ‘minnelijk akkoord’ zijn de volgende:
    -         vrijheid. Je kan zelf kiezen met welke schuldeisers je onderhandelt, zonder dat je er de andere schuldeisers moet bij betrekken.
    -         geen publiciteit. Het akkoord moet wel worden neergelegd in een register op de griffie van de rechtbank, maar het akkoord blijft geheim voor derden. Enkel die schuldeisers waar je mee onderhandelt zijn op de hoogte (er is geen publicatie meer in het Staatsblad, zodat de klanten, leveranciers,… er niet van op de hoogte zijn).
    -         geen (procedure)kosten (want het is geen gerechtelijke procedure)
    -         de rechtbank oefent geen controle uit op u (en ook niet op de eventueel aangestelde ondernemingsbemiddelaar)
    -         de schuldeisers hebben er belang bij om mee te werken, want als het tot een gerechtelijke reorganisatie komt kunnen ze hun schuldvordering voor minstens 6 maanden niet afdwingen (‘opschorting van betaling’). En als het tot een faling zou komen gaan ze vaak veel minder (niets) krijgen…
     
    Het ‘minnelijk akkoord’ heeft ook verschillende nadelen:
    -         je bent afhankelijk bent van de goede wil van je schuldeisers. Met deze optie is er geen druk mogelijk om de schuldeisers te verplichten een deel van hun vordering te laten vallen.
    -         Er is tijdens het onderhandelen over het minnelijk akkoord geen bescherming tegen de andere schuldeisers (in tegenstelling tot wanneer men gebruik maakt van de gerechtelijke reorganisatie). Het minnelijk akkoord is immers enkel bindend voor de partijen die het minnelijk akkoord aanvaard hebben. De overige schuldeisers kunnen dus bijvoorbeeld beslag leggen of het faillissement vorderen.
  14. De aanvraag tot gerechtelijke reorganisatie zorgt er voor dat je voor maximaal 6 maanden (verlengbaar tot 18 maanden) bescherming geniet tegen de schuldeisers. Door de opschorting van betaling moet men de schuldeisers niet meer betalen (men kan dat vrijwillig wel nog doen), terwijl de schuldeisers niet kunnen overgaan tot uitvoering van hun vordering (via beslag,…). Je bent dus tijdelijk beschermd tegen de schuldeisers.

    Hoe vraag ik de gerechtelijke reorganisatie aan:
    Je stapt naar de rechtbank van koophandel met een verzoekschrift om voor jouw bedrijf een 'gerechtelijke reorganisatie' te vragen. De rechter zal al binnen de 10 dagen na de neerlegging van het verzoekschrift beslissen over het verzoek, waarbij de ondernemer wordt opgeroepen en gehoord. Een vonnis komt er binnen de 8 dagen. Tijdens die periode van maximaal 18 dagen, ben je als ondernemer beschermd tegen een faillissement, tegen beslagen en tegen je schuldeisers (‘opschorting van betaling’).
     
    Bij het verzoekschrift moeten alle documenten gevoegd worden die de rechtbank een zicht verschaffen over de financiële toestand (balans, jaarrekening,…). Om te verhinderen dat ondernemingen moeten wachten tot zij alle documenten hebben verzameld, krijgen zij voor documenten die meer tijd vragen (overzicht van alle schuldeisers,…) een extra termijn van 14 dagen. Wanneer deze stukken evenwel binnen deze termijn niet ingediend worden, kan de rechtbank de procedure stopzetten!
     
    Wat wil ik bereiken met de gerechtelijke reorganisatie:
    Bij de aanvraag moet je een keuze maken tussen drie opties, mogelijkheden die men wil verwezenlijken tijdens de beschermde periode:
    1)      een 'minnelijk akkoord' bereiken met de schuldeisers (klik hier voor meer info)
    2)      een ‘collectief akkoord’ of ‘reorganisatieplan’ bereiken (over maximaal 5 jaar) klik hier voor meer info)
    3)      een gehele of gedeeltelijke overdracht onder gerechtelijk gezag van de onderneming of haar activiteiten aan een derde klik hier voor meer info)
     
    Het is ook mogelijk één of meerdere van de drie opties te combineren. Zo kan men bijvoorbeeld voor de ene bedrijfsactiviteit kiezen voor een overdracht en voor de andere een reorganisatieplan.
     
    Tijdens de opschorting kan men ook veranderen van de ene optie naar een andere. Het is wel de rechtbank die toestemming moet geven om door te gaan met een andere optie. Indien de rechtbank akkoord is kan men bijvoorbeeld na het mislukken om tot een ‘minnelijk akkoord’ te komen een reorganisatieplan of een overdracht proberen.
     
    Wie de voorbije drie jaar ook al eens naar de rechtbank stapte, kan onder de rechterlijke paraplu enkel aan een overdracht werken.
     
    Wat zijn de voorwaarden om de gerechtelijke reorganisatie toe te kennen:
    De rechtbank zal de reorganisatie maar toekennen indien:
    (1)      de continuïteit van de onderneming in het gevaar is (heden) of dreigt te komen (op termijn)
    (2)      er een oplossing mogelijk is voor het (gedeeltelijke) behoud van de economische activiteit
     
    Aanstelling gedelegeerd rechter:
    Onmiddellijk na de neerlegging van het verzoekschrift zal de rechtbank een gedelegeerd rechter aanstellen. Die gedelegeerd rechter zal voor de rechtbank een verslag maken over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van het verzoekschrift en toezien op de procedure en de toestand van de onderneming in moeilijkheden.
     
    De gedelegeerd rechter wordt vergoed door Justitie (en dus niet door de onderneming in moeilijkheden).
     
    Wat indien de aanvraag tot gerechtelijke organisatie wordt goedgekeurd:
    De start van de gerechtelijke reorganisatie zorgt er voor dat men voor maximaal 6 maanden (uitzonderlijk verlengbaar tot 18 maanden) bescherming geniet tegen de schuldeisers. Door die opschorting van betaling moet men de schuldeisers tijdelijk niet meer betalen (men kan dat vrijwillig wel nog doen), terwijl men beschermd is tegen de schuldeisers:
    -         er kan geen enkele tenuitvoerlegging (beslag en openbare verkoop) worden gestart of voortgezet, noch op de roerende noch op de onroerende goederen
    -         de onderneming kan niet failliet verklaard worden
    -         een vennootschap kan gerechtelijk niet ontbonden en vereffend worden.
     
    De onderneming dient binnen de 14 dagen na het vonnis alle schuldeisers individueel op de hoogte te brengen van de opening van de procedure, met vermelding van volgende gegevens :
    -         zonder vennootschap : de naam, de voornamen, de plaats en datum van geboorte, de aard van de voornaamste handelsactiviteit alsmede de benaming waaronder die activiteit wordt uitgeoefend, het adres alsmede de plaats van de hoofdinrichting en het ondernemingsnummer van de schuldenaar in de Kruispuntbank van ondernemingen;
    -         met vennootschap : de naam, de rechtsvorm, de aard van de uitgeoefende handelsactiviteit alsmede de benaming waaronder die activiteit wordt uitgeoefend, de zetel van de vennootschap alsmede de plaats van de hoofdinrichting en het ondernemingsnummer;
    2° de datum van het vonnis dat de procedure van gerechtelijke reorganisatie opent en de rechtbank die het heeft gewezen;
    3° de naam en de voornamen van de gedelegeerd rechter en, in voorkomend geval, van de gerechtsmandataris die de schuldenaar bijstaat of van de voorlopige bestuurder, met hun adres;
    4° de einddatum van de opschorting en, in voorkomend geval, de plaats, dag en uur bepaald om uitspraak te doen over een verlenging ervan;
    5° in voorkomend geval, en indien de rechtbank ze reeds kan vaststellen, de voor de stemming en de beslissing over het reorganisatieplan vastgestelde plaats, dag en uur.
     
     
    Indien de aanvraag wordt goedgekeurd kan de onderneming eindelijk van start gaan met de gerechtelijke reorganisatie. De lopende overeenkomsten blijven verder bestaan. Toch kan de onderneming beslissen om lopende overeenkomsten niet meer uit te voeren tijdens de opschorting indien ze oordeelt dat dit nodig is in functie van het herstel of de overdracht van de onderneming. Die schuldeisers moeten dan wel behoorlijk verwittigd worden en hebben eventueel recht op een schadevergoeding.
     
    Wat indien de aanvraag tot gerechtelijke reorganisatie wordt geweigerd:
    Indien de vordering tot gerechtelijke reorganisatie wordt afgewezen kan men hoger beroep instellen (verzet aantekenen is daarentegen niet mogelijk). Er is wel een bindende termijn van 8 dagen (vanaf de kennisgeving van de afgewezen vordering) waarbinnen dit moet gebeuren.
     
    Tot aan de uitspraak in hoger beroep blijft de onderneming beschermd tegen de schuldeisers.
     
    Eventuele aanstelling van een gerechtelijk mandataris:
    Op verzoek van een belanghebbende (de onderneming in moeilijkheden of een schuldeiser) kan de rechter ook een gerechtelijk mandataris aanstellen. Die aanstelling kan zowel bij het begin als in de loop van de procedure van de gerechtelijke reorganisatie.
     
    In principe heeft de gerechtelijk mandataris een bijstandsfunctie, maar het is nog onduidelijk hoe dat precies zal ingevuld worden en wat zijn meerwaarde kan zijn. Enkel bij de overdracht onder gerechtelijk gezag (klik hier voor meer info) is het wettelijk verplicht een gerechtelijk mandataris aan te stellen.
     
    De gerechtelijk mandataris wordt betaald door de persoon die zijn aanstelling vraagt.
     
    De gerechtelijk mandataris is te vergelijken met de ondernemingsbemiddelaar, zij het dat de gerechtelijk mandataris enkel kan optreden in de gerechtelijke fase (gerechtelijke reorganisatie) en de ondernemingsbemiddelaar enkel in de buitengerechtelijke fase (zoeken naar minnelijk akkoord).
  15. De ondernemer kan er voor opteren om onder toezicht van de gedelegeerd rechter een minnelijk akkoord te bereiken met minstens twee schuldeisers. Indien men effectief tot een akkoord komt zal de rechtbank vervolgens de sluiting van de gerechtelijke reorganisatie bevelen.

    Het bereikte akkoord is bindend zolang het niet volgens het algemeen verbintenissenrecht beëindigd is.
     
    De voordelen van deze optie zijn de volgende:
    -         de ondernemer blijft beschikkingsbevoegd en behoudt dus het beheer van de onderneming. De rechtbank houdt wel een oogje in het zeil en controleert.
    -         De rechtbank kan je te hulp komen door ‘gematigde betalingstermijnen’ te verlenen. Deze toegestane termijnen verbinden de schuldeisers die partij zijn bij het minnelijk akkoord. De rechtbank kan schuldeisers die aanvankelijk niet zo meegaand zijn dwingen wat uitstel te verlenen aan de ondernemer.
    -         de start van de gerechtelijke reorganisatie zorgt er voor dat je voor maximaal 6 maanden (verlengbaar tot 18 maanden) bescherming geniet tegen de schuldeisers. Door de opschorting van betaling moet je de schuldeisers niet meer betalen (je kan dat wel nog vrijwillig doen), terwijl de schuldeisers niet kunnen overgaan tot uitvoering van hun vordering (via beslag,…).
     
    De nadelen van deze optie zijn de volgende:
    -         publiciteit: er is een publicatie voorzien in het Belgisch Staatsblad, dus iedereen (klanten, kredietverstrekkers,…) kan te weten komen dat er een gerechtelijke reorganisatie werd aangevraagd
    -         je bent afhankelijk bent van de goede wil van je schuldeisers. Met deze optie is er, in tegenstelling tot optie 2, het collectief akkoord, geen druk mogelijk om de schuldeisers te verplichten een deel van hun vordering te laten vallen.
  16. De ondernemer kan er voor opteren om onder toezicht van de gedelegeerd rechter een akkoord te bereiken met al haar schuldeisers. Als ondernemer moet je een (reorganisatie)plan opstellen om binnen maximaal 5 jaar de schulden geheel of gedeeltelijk af te betalen. Dat plan kan je opstellen tijdens de periode dat je opschorting van betaling hebt bekomen. Als dat plan wordt aanvaard en uitgevoerd, blijft de onderneming bestaan en worden de eventuele resterende schulden kwijtgescholden.

    De rechtbank zal een datum vastleggen wanneer er moet gestemd worden over het reorganisatieplan. Minstens 14 dagen vóór die stemmingszitting moet de onderneming dat plan ter griffie neerleggen. Het plan moet o.a. de volgend zaken bevatten:

    -         de staat van de onderneming, haar moeilijkheden en de middelen waarmee ze die wil oplossen
    -         een beschrijving van hoe de onderneming haar rendabiliteit zal herstellen
    -         de maatregelen om de schuldeisers (gedeeltelijk) te voldoen, met de betalingstermijnen en de voorgestelde verminderingen op de schuldvorderingen (in kapitaal en intrest).
     
    Het plan zal goedgekeurd zijn als de meerderheid van de aanwezige schuldeisers die met hun schuldvorderingen (minstens) de helft van alle in hoofdsom verschuldigde bedragen vertegenwoordigen, hun akkoord geeft. Schuldeisers (en hun schuldvorderingen) die niet aan de stemming deelnemen, komen niet in aanmerking voor de berekening van de meerderheden.
     
    Na de goedkeuring door de schuldeisers moet de rechtbank het plan homologeren binnen de 14 dagen na de zitting. Na de homologatie is de reorganisatieprocedure afgesloten en is het plan bindend voor alle (!) schuldeisers, dus ook zij die niet aan de stemming hebben deelgenomen of nee hebben gestemd. Indien het plan niet correct wordt uitgevoerd, kan elke schuldeiser of het openbaar ministerie aan de rechtbank vragen om het plan in te trekken.
     
    De voordelen van deze optie zijn de volgende:
    -         bepaalde schuldeisers die niet toegeeflijk zijn kunnen weggestemd worden en zodoende toch gebonden zijn aan het plan
    -         de ondernemer blijft beschikkingsbevoegd en behoudt dus de controle van de onderneming
    -         de start van de gerechtelijke reorganisatie zorgt er voor dat men voor maximaal 6 maanden (verlengbaar tot 18 maanden) bescherming geniet tegen de schuldeisers. Door de opschorting van betaling moet men de schuldeisers niet meer betalen (je kan dat wel nog vrijwillig doen), terwijl de schuldeisers niet kunnen overgaan tot uitvoering van hun vordering (via beslag,…).
    -         het plan kan een heel uiteenlopende resem maatregelen bevatten: verminderingen van schuldvorderingen, omzetting van schuldvorderingen in aandelen, een verschil in behandeling tussen de verschillende soorten schuldvorderingen, opschorting van de uitoefening va bepaalde rechten,…
     
    De nadelen van deze optie zijn de volgende:
    -         het stemgedrag van de schuldeisers over het plan valt voorafgaandelijk moeilijk in te schatten
    -         publiciteit: er is een publicatie voorzien in het Belgisch Staatsblad, dus iedereen (klanten, kredietverstrekkers,…) kan te weten komen dat er een gerechtelijke reorganisatie werd aangevraagd
  17. De ondernemer kan er voor opteren om onder toezicht van de gedelegeerd rechter een akkoord te bereiken voor de overdracht van de onderneming of haar activiteiten (geheel of gedeeltelijk). Sedert 1/8/2013 kan een gedeeltelijke overdracht gecombineerd worden met een collectief akkoord voor het gedeelte van het bedrijf dat niet overgedragen wordt.

    Zo kunnen er levensvatbare activiteiten gered worden. In het kader van de gerechtelijke reorganisatie wordt een gerechtsmandataris aangesteld die instaat voor de organisatie en realisatie van de overdracht van de onderneming.

    De overdracht onder gerechtelijk gezag kan in de praktijk op 2 manieren gebeuren:
    -         de vrijwillige overdracht, op vraag van de ondernemer zelf (in het begin of tijdens de procedure)
    -         de gedwongen overdracht, op vraag van (1) de procureur des Konings, (2) een schuldeiser of (3) elke belanghebbende bij een overdracht
     
    In de praktijk zijn er vier gevallen mogelijk waarin de gedwongen overdracht plaatsvindt:
    1)      de onderneming voldoet aan de voorwaarden van een faillissement en heeft nog geen gerechtelijke reorganisatie aangevraagd
    2)      het gerechtelijke reorganisatieplan wordt aangevraagd maar geweigerd door de rechtbank of wordt na de goedkeuring ingetrokken door de rechtbank
    3)      de schuldeisers verwerpen het reorganisatieplan
    4)      de rechtbank wil het reorganisatieplan niet homologeren
     
    De voordelen van deze optie zijn de volgende:
    -         (een deel van) de activiteiten van de onderneming kan/kunnen zo gered worden zonder dat de onderneming eerst failliet moet gaan.
    -         de start van de gerechtelijke reorganisatie zorgt er voor dat men voor maximaal 6 maanden (verlengbaar tot 18 maanden) bescherming geniet tegen de schuldeisers. Door de opschorting van betaling moet men de schuldeisers niet meer betalen (men kan dat vrijwillig wel nog doen), terwijl de schuldeisers niet kunnen overgaan tot uitvoering van hun vordering (via beslag,…).
     
    De nadelen van deze optie zijn de volgende:
    -         de ondernemer is niet meer beschikkingsbevoegd, de overdracht van de onderneming gebeurt onder gerechtelijk gezag aan de gerechtelijk mandataris.
    -         publiciteit: er is een publicatie voorzien in het Belgisch Staatsblad, dus iedereen (klanten, kredietverstrekkers,…) kan het te weten komen dat er een gerechtelijke reorganisatie werd aangevraagd.
  18. Het principe is dat de ondernemer aan het hoofd blijft van de onderneming en dus verder het beheer waarneemt.

    Toch heeft de wet in 2 uitzonderingen voorzien:

    -         In de buitengerechtelijke fase kunnen belanghebbende derden die oordelen dat de continuïteit van de onderneming ernstig bedreigd wordt door kennelijk grove tekortkomingen van de ondernemer aan de rechtbank de aanstelling vragen van een gerechtelijk mandataris. Indien de rechtbank dat toestaat, kan die gerechtelijk mandataris het beheer overnemen.
    -         In de gerechtelijke fase kan elke belanghebbende derde en het openbaar ministerie in het geval van een ‘kennelijk grove fout’ of ‘kennelijk kwade trouw’ bij de ondernemer de aanstelling vragen van een ‘voorlopige bestuurder’. Die voorlopige bestuurder kan voor de duur van de opschorting van betaling het beheer overnemen van de ondernemer.
  19. Het is mogelijk dat je nadat je opschorting van betaling bekwam, na verloop van tijd vaststelt dat het toch niet meer mogelijk is de onderneming te redden.
    De voortijdige beëindiging is perfect mogelijk en kan zowel door de ondernemer zelf, het openbaar ministerie als elke belanghebbende derde worden aangevraagd bij de rechtbank. De rechtbank zal dan de gedelegeerde rechter horen en de knoop doorhakken.

  20. Tussenstap is een organisatie die kosteloos juridisch advies en psychosociale bijstand geeft aan ondernemers in moeilijkheden (preventieve luik) en ondernemers na een faling (curatieve luik).

    Ondernemers die gebruik willen maken van de WCO kunnen dus terecht bij Tussenstap voor algemene vragen en begeleiding. Maar Tussenstap heeft nu niet de middelen om elke ondernemer van A tot Z integraal te begeleiden bij het doorlopen van de procedures van de WCO.
     
    Tussenstap kan je wel helpen bij het zoeken naar externe organisaties en personen die jou kunnen helpen. Dan denken we niet alleen aan boekhouders, advocaten,… maar ook ondernemingsbemiddelaars. Deze wet is nog relatief nieuw. Er blijven onzekerheden bij de toepassing ervan en Tussenstap zal af en toe een en ander moeten opzoeken en navragen.
  21. Bij overdracht van het bedrijf in moeilijkheden, kan de overnemer de arbeidsvoorwaarden van het personeel heronderhandelen met de vakbonden. De overnemer mag ook beslissen welke werknemers hij overneemt. Hij moet die beslissing motiveren met 'technische, organisatorische en economische redenen'. De rechtbank laat de personeelsafgevaardigden eerst hun opmerkingen overmaken.

  22. De wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen van 31/01/2009  is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad (B.S.) van 9 februari 2009 en werd gewijzigd door

    • de wet van 02/06/2010 (B.S. van 14/06/2010)
    • de wet van 28/04/2010 (B.S. 10/05/2010)
     Er zijn tot op heden drie uitvoeringsbesluiten
    • Koninklijk besluit van 27/03/2009 tot vaststelling van de inwerkingtreding van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen (B.S. van 31/03/2009)
    • Koninklijk besluit van 30/09/2009 houdende vaststelling van de regels en barema's betreffende de erelonen en de kosten van de gerechtsmandatarissen en van de voorlopige bestuurders (B.S. van 16/10/2009)
    • Koninklijk besluit van 03/03/2011 tot intrekking van de artikelen 9, 10, 23, 30 tot 34, 77 en 78 van het koninklijk besluit van 19 december 2010 tot uitvoering van artikel 84 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen (B.S. van 17/03/2011)
  23. Naast de schuldkwijtschelding die je overeenkomt in een minnelijk of een collectief akkoord voorziet met name de sociale zekerheid nog in

    1. een kwijtschelding van de sociale zekerheidsbijdragen van vennootschappen in gerechtelijke reorganisatie.
    2. een algemene mogelijkheid, los van de gerechtelijke reorganisatie, om persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen kwijt te schelden omwille van je behoeftigheid.

    Deze sociale procedures hebben als voordeel dat de totale schuld daalt en dat er nog rechten uit kunnen voortkomen. De sociale zekerheid mag trouwens in de gerechtelijke reorganisatie geen akkoord geven om vorderingen te laten vallen, dus is de procedure via je sociaal verzekeringsfonds een uitweg als je er niet in slaagt deze vordering via een akkoord met andere schuldeisers te laten verminderen.

    Ook de belastingen hebben een kwijtscheldingsprocedure voor belastingsplichtigen in nauwe schoentjes.

  24. Ondernemers die facturen ontvangen van een aannemer van bouwwerken zijn wettelijk verplicht na te zien of die aannemer fiscale of sociale schulden heeft. Dat kan via een speciale site online. (Die verplichting geldt niet voor opdrachtgevers die als natuurlijke persoon louter voor privé-doeleinden laten bouwen.)

    Blijkt dat er geen schulden zijn, dan kan de factuur volledig betaald worden. Zijn er sociale schulden, dan moet er 35% op de factuur zonder BTW ingehouden worden en doorgestort naar de RSZ. Zijn er fiscale schulden, dan moet er 15% op de factuur zonder BTW worden ingehouden en doorgestort naar de fiscus.

    Wie niet kijkt of er schulden zijn en vervolgens de nodige inhoudigen en doorstortingen verricht kan hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden voor de fiscale en of sociale schulden van de aannemer. Dit kan een weinig oplettende opdrachtgever met andere woorden een pak geld kosten.

    In de wet is bepaald dat vanaf 16/5/2011 een medecontractant van een onderneming die in een procedure gerechtelijke reorganisatie zit, nog steeds de nodige inhoudingen en doorstortingen moet doen, indien op de portaalsite van de RSZ aangegeven wordt dat er sociale of fiscale schulden zijn. Heeft de onderneming in moeilijkheden daarentegen een afbetalingsplan met de RSZ of fiscus, dat correct nageleefd wordt, dan moeten er geen inhoudingen gebeuren.

    Voor de specialisten : met de wet is hier bedoeld de wet houdende diverse bepalingen van 14 april 2011, Belgisch Staatsblad 6 mei 2011, inwerkingtreding 16 mei 2011.