Veelgestelde vragen

Categorie : Geschillen oplossen
  1. Gelukkig moet niet elk probleem via de rechter opgelost worden. Je schiet al een heel eind op met de juiste informatie, een doordacht advies of een goedgeschreven brief. En dat kan goedkoop.

    Voor eerstelijnsadvies kan je ook terecht bij één van de Justitiehuizen in ons land. Advocaten verzekeren er gratis de permanentie en beantwoorden alle vragen van juridische aard, waarvan hieronder enkele voorbeelden:
    • Je dreigt uit je huurhuis te worden gezet, wat kan je doen?
    • Je bedrijf gaat failliet. Hoe verloopt de procedure ?
    • Je moet voor de rechtbank verschijnen en wil weten hoe het er daar aan toe gaat ?
    • Welke rechten en plichten heb je als je een contract aangaat ?
    • Je advocaat presteert beneden je verwachtingen. Waar kun je met een klacht terecht ?
    • De rechter kende je een uitkering voor levensonderhoud toe, maar die wordt niet betaald. Wat kan je ondernemen ?
    • Maakt mijn eis of verweer een kans voor een rechtbank ?
    De adressen van de Justitiehuizen vind je terug op: www.vlaanderen.be/justitiehuizen 
    Indien je maar over een beperkt inkomen beschikt, heb je misschien recht op een pro deoadvocaat die gratis of voor een beperkt bedrag voor jou zal optreden.
     
    Ook wetswinkels geven juridisch eerstelijnsadvies. Diverse juridische problemen, gaande van consumenten- & huurgeschillen, burenruzies tot echtscheidingskwesties en nog veel meer kunnen er besproken worden. Hier ligt de nadruk op een probleemoplossing middels goed advies of een professioneel opgestelde brief. In Vlaanderen zijn er momenteel elf wetswinkels en twee in voorbereiding, in diverse grote steden. Voor een consultatie betaal je hier 15 euro. Meer info op: http://www.dewetswinkel.be/
  2. Er is niet altijd een rechtbank nodig om geschillen, van welke aard ook, op te lossen.

     

    Er zijn enkele alternatieve bemiddelingsmechanismen die vaak sneller, goedkoper, menselijker en efficiënter zijn dan het bewandelen van de gerechtelijke weg. We gaan verder in op de vier belangrijkste :
    • Arbitrage
    • Mediatie
    • Onderhandeling
    • Inschakelen van een sectorspecifieke organisatie
    Arbitrage
    Arbitrage is een vorm van alternatieve geschillenbeslechting. Deze procedure kan enkel van start gaan als alle betrokken partijen in het geschil akkoord zijn met de aanstelling van een of meerdere arbiters of scheidsrechters. Deze arbiter kan om het even wie zijn, zolang hij maar onafhankelijk is ( vb. een advocaat, …). Er bestaan specifieke organisaties die hun dienstverlening als arbiters tegen betaling ter beschikking stellen. Dit met de nodige expertise en kwaliteitsgaranties.
     
    De arbiter(s) verleent op basis van de uiteenzettingen van partijen een arbitrale uitspraak. De uitspraak van de arbiter is bindend ten aanzien van de partijen, en kan mits voldaan is aan specifieke regels, vatbaar zijn voor gedwongen tenuitvoerlegging. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
     
    Voordelen:
    • snel
    • vertrouwelijk,  de arbiter mag niets verder vertellen en alles verloopt achter gesloten deuren
    Nadelen :
    • de kostprijs stijgt naargelang het bedrag dat ter discussie staat en naargelang de arbiter(s)
    • geen tweede kans mogelijk.
     
     
    Bemiddeling (ook gekend als Mediatie)
    Bemiddeling is een onderhandelingsmethode onder begeleiding van een neutrale derde, de bemiddelaar, die tot doel heeft een akkoord tot stand te brengen.
     
    Er bestaan twee soorten van bemiddeling:
    • De vrijwillige bemiddeling: waarbij partijen beroep doen op een professionele bemiddelaar, zonder tussenkomst van een rechter
    • De gerechtelijke bemiddeling: deze bemiddeling wordt bevolen door de rechter tijdens een procedure.
    Belangrijk kenmerk is dat bemiddeling altijd op vrijwillige basis gebeurt, ook in het geval van gerechtelijke bemiddeling. Niemand kan worden verplicht tot deelname aan bemiddeling.
    De bemiddelaar kan een erkende bemiddelaar zijn (deze persoon voldoet dan aan de door de overheid opgelegde kwaliteitsgaranties), maar ook niet –erkende bemiddelaars kunnen tussenkomen in een geschil. Enkel erkende bemiddelaars kunnen tussenkomen bij een gerechtelijke bemiddeling, het zijn ook enkel de overeenkomsten die met behulp van deze erkende bemiddelaars werden gesloten, die kunnen worden gehomologeerd door de rechtbank.
     
    Voordelen :
    • partijen hebben de volledige controle
    • er kan partijen niks worden opgedrongen, alles gebeurt in samenspraak
    • of er al dan niet een akkoord komt, hangt volledig af van de partijen
    • op deze manier blijft een verdere samenwerking tussen partijen mogelijk
    • de kostprijs is lager dan die voor een gerechtelijke procedure en verschilt naargelang de bemiddelaar en het geschil
    • de federale overheid biedt gerechtelijke bijstand, d.w.z. de gedeeltelijke of volledige kosteloosheid van de bemiddeling, aan personen met ontoereikende inkomsten maar enkel als de bemiddelaar erkend is.
    Nadelen  :
    • Is enkel geschikt voor partijen die beiden belang hebben bij een akkoord.
    • De federale overheid komt niet financieel tussenbeide voor het werk van niet-erkende bemiddelaars
     
    Als partijen een akkoord bereikt hebben, wordt dit schriftelijk vastgelegd in een overeenkomst. Partijen zijn hierdoor gebonden.
     
    De wettelijke regeling aangaande de bemiddeling vindt u terug in het Gerechtelijk Wetboek – art. 1724 tot art. 1737. Lees meer over bemiddeling onder volgende link.
     
    Onderhandeling
    Bij een geschil kan u tegenover de tegenpartij steeds uw bereidheid tonen om te onderhandelen en tot een minnelijke regeling te komen.
     
    Dit kan al dan niet gebeuren via tussenkomst van advocaten ( die op een neutrale wijze, met kennis van zaken, uw belangen meestal beter kunnen verwoorden). Op die manier bespaart u heel veel tijd en kosten.
    De wettelijke regeling aangaande alternatieve geschillenbeslechting vindt u terug in het Gerechtelijk Wetboek – art. 1724 tot art. 1737. Klik op volgende namen voor meer info ( Centrum voor Arbitrage en Mediatie) of ( Vlaamse Organisatie voor Bemiddeling en Arbitrage).
     
    In een aantal sectoren zijn specifieke oplossingen uitgewerkt. We behandelen volgende sectorale betwistingen in deze vragenbaak  :
    - de fiscus (vraag 3)
    - de pensioendienst (vraag 4)
    - je boekhouder - belastingsadviseur (vraag 5)
    - je accountant (vraag 6)
    - je bank (vraag 7)
    - je verzekering (vraag 8)
    - je advocaat (vraag 9)
  3. Je hebt een vergissing gemaakt bij de belastingaangifte maar ontdekt dit pas na de aangifte of je gaat niet akkoord met de gevestigde aanslag. Het zijn slechts enkele problemen die zich kunnen voordoen, maar er bestaan verschillende oplossingen voor.

    Het is aangewezen om bij problemen en vragen eerst je licht op te steken bij je gewestelijk belastingkantoor. Je kan aan de taxatiedienst een rechtzetting vragen of samen op zoek gaan naar een compromis. Pas op: een rechtzetting is juridisch niet bindend! Als een ambtenaar de afspraken niet nakomt, sta je opnieuw nergens. En bovendien riskeer je dat de termijnen voor bezwaar en ontheffing (zie hieronder) ondertussen al voorbij zijn!
     
    Helpt dit niet dan kan je een bezwaarschrift indienen tegen de gevestigde aanslag. Dit dien je te doen binnen de zes maanden volgend op de ontvangst van het aanslagbiljet. Je dient dit bezwaarschrift te richten naar de Gewestelijke Directeur van het belastingkantoor met daarin je grieven en eventuele bewijsstukken. Pas op: deze fiscale geschillenprocedure is verschillend naar gelang het gaat over BTW of directe belastingen! Laat je dus best bijstaan door een specialist, want een slecht opgesteld verzoekschrift kan het verlies van je rechten tot gevolg hebben!
     
    Is er een duidelijke materiële fout geslopen in je belastingaanslag, dan kan je een verzoekschrift tot ontheffing van ambtswege indienen bij de Directeur van het gewestelijk belastingkantoor. In dat geval zal een deel van de belasting worden kwijtgescholden. Je kan hier enkel een beroep op doen in geval van overbelasting, niet verleende verminderingen of te veel betaalde bedrijfsvoorheffing of voorafbetalingen.
     
    Verder is er in de loop van 2010 een fiscale bemiddelingsdienst actief geworden. Deze onafhankelijke dienst bemiddelt tussen de klant en de fiscus om zo tot een oplossing te komen. Je kan een klacht indienen op voorwaarde dat je eerst de procedure via bezwaarschrift hebt uitgeput.
    Waar kan je terecht?
     
    FOD Financiën - Fiscale bemiddelingsdienst
    Koning Albert II-laan 33 bus 46
    1030 Brussel
     
    Als laatste redmiddel is er de juridische weg. Je kan beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg tegen een beslissing van de fiscus. Hierbij dien je wel rekening te houden met tijdrovende en dure procedures. Pas op: je kan pas naar de rechtbank als je eerst een bezwaarschrift hebt ingediend of een ontheffing van ambtswege hebt gevraagd. Het is pas als er daarover een beslissing is geveld of indien er na 6 maanden nog geen beslissing is, dat je naar de rechtbank kan stappen. Hou er ook rekening mee dat bezwaarschriften en procedures voor de rechtbank de invorderbaarheid niet opschorsen…
  4. Vooreerst kan je contact opnemen met de pensioendienst zelf. Best ga je daarvoor naar het regionale pensioenkantoor. Voor een overzicht van deze kantoren klik op volgende links, naar keuze: zelfstandigenpensioen of werknemerspensioen. Je kan ook terecht bij één van de pensioenpunten: op vaste plaatsen en op vaste tijdstippen kan je daar verschillende pensioenexperts consulteren.

     

    Als je daar geen antwoord vindt op jouw vragen kan je een klacht indienen bij de ombudsdienst pensioenen. Dit kan je enkel doen op voorwaarde dat je eerst je verhaal hebt proberen te halen bij de pensioendienst zelf.
    Waar kan je terecht?
    Klik hier voor meer info deze ombudsdienst.

     

     
     
  5. Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen boekhouders en accountants. Enerzijds is er het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten en anderzijds is er het Beroepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten. De ledenlijsten zijn online raadpleegbaar op de onderscheiden websites. Zo kan je snel te weten komen bij wie je cijferexpert is aangesloten.

     

    De deontologische regels van het BIBF zijn raadpleegbaar online.

    Geschillen betreffende de wijze waarop het beroep wordt uitgeoefend :
     
    Bij conflicten tussen klant en boekhouder-fiscalist gebeurt het soms dat de laatste weigert facturen, balansen, boekhouding terug te geven aan zijn klant. Dit is deontologisch verboden, zelfs als de klant facturen van de boekhouder-fiscalist niet betaald heeft. Die mag wel weigeren nieuw werk af te leveren zolang hij/zij niet betaald is. Hij moet wel de wettelijke verplichtingen (aangifte BTW, aangifte inkomstenbelasting, ..) verder blijven vervullen zolang hij niet bewijsbaar een einde maakt aan de samenwerkingsrelatie.
     
    Je kan bij het BIBF een klacht indienen tegen je boekhoudkantoor omwille van tekortkomingen in het geleverde werk of  als je vragen of bedenkingen hebt bij de werkrelatie met de boekhouder.  De rol van het Instituut is hier wel beperkt tot een onderzoek van de feiten in verhouding tot de deontologische regels. Je mag geen beslissing verwachten dat je geen of minder ereloon dient te betalen of dat je recht hebt op een schadevergoeding.  Je boekhouder kan wel een tuchtsanctie krijgen.
     
    Er is de mogelijkheid een verzoeningscommissie op te richten wanneer er een geschil is tussen boekhouders (zie artikel 18 reglement van plichtenleer.)
     
    Er zijn voor de betwisting van erelonen 2 andere oplossingen :
     
    1. Zo kan de betwiste factuur bij wijze van arbitrage voorgelegd worden aan de bevoegde Uitvoerende Kamer. In dit geval zal de Kamer uitspraak kunnen doen over het te betalen ereloon. De uitspraak van de Kamer is definitief en kan enkel nog betwist worden voor het Hof van Cassatie. Gelet op het feit dat de Kamer als het ware  tussenkomt als rechtbank kan deze procedure echter enkel opgestart worden met toestemming van zowel de cliënt als de boekhouder in kwestie. De procedure kan opgestart worden ongeacht de hoogte van het betwiste ereloon.
     
    2. In het geval men niet tot dergelijk arbitrageakkoord komt en de boekhouder via de Rechtbank zijn ereloon wil invorderen kan aan de Rechtbank gevraagd worden dat deze het advies inwint bij de bevoegde Uitvoerende Kamer omtrent de hoogte van het aangerekende ereloon . De procedure verloopt analoog aan een arbitrageprocedure doch met dat verschil dat de Uitvoerende Kamer enkel een niet-bindend advies formuleert. Het blijft vervolgens nog altijd aan de rechtbank om definitief een uitspraak te doen.
  6. Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen boekhouders en accountants. Enerzijds is er het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten en anderzijds is er het Beroepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten. De ledenlijsten zijn online raadpleegbaar op de onderscheiden websites. Zo kan je snel te weten komen bij wie je cijferexpert is aangesloten. Je werkt beter niet samen met iemand die nergens is aangesloten.

     

    Accountants en belastingsconsulenten zijn onderworpen aan (wettelijk opgelegde) deontologische regels.
    • Zo zijn er wettelijke regels die bepalen wat er gebeurt indien iemand van accountant/belastingconsulent wil veranderen.
    • Bij conflicten tussen klant en accountant gebeurt het soms dat de laatste weigert facturen, balansen, boekhouding terug te geven aan zijn klant. Dit is deontologisch verboden, zelfs als de klant facturen van de accountant niet betaald heeft. Die mag wel weigeren nieuw werk af te leveren zolang hij/zij niet betaald is.
    •  Hij moet wel de wettelijke verplichtingen (aangifte BTW, aangifte inkomstenbelasting,..) verder blijven vervullen zolang hij niet bewijsbaar een einde maakt aan de samenwerkingsrelatie.
    • Het IAB raadt zijn leden ook aan geen verbrekingsvergoeding te vragen indien iemand van accountant/belastingconsulent wil veranderen.
     
    indien er een onoverkomelijk conflict rijst met uw accountant en/of belastingconsulent bestaat er wel degelijk een alternatief voor een klassieke gerechtelijke procedure. Binnen de schoot van het IAB is er een arbitragecommissie die kan oordelen over geschillen. De procedure voor de arbitragecommissie is kosteloos.
    Klik op volgende link voor andere info (voorwaarden,…) omtrent de arbitragecommissie.
     
    Accountants en/of belastingconsulenten die hun beroepsverplichtingen niet naleven, kunnen een tuchtstraf oplopen door de tuchtcommissie. Zie volgende link voor meer info over de tuchtcommissie.  Tegen beslissingen van de tuchtcommissie kan beroep worden aangetekend bij de Commissie van beroep.
  7. De klachtendienst van je bank of de medewerker in jouw bankkantoor staan normaal gezien tot jouw dienst om problemen te verhelpen. Geraak je daar niet verder, dan kan je twee kanten uit, naargelang je kiest voor een Vlaamse overheidsdienst of een ombudsdienst ingericht door de banksector :

    1. De Vlaamse overheid biedt een oplossing voor een brede waaier aan financieringsproblemen.

    De Vlaamse kredietbemiddelaar, zoekt samen met jou naar een tweede kans als je kredietaanvraag afgewezen wordt. Ook problemen met bestaande kredieten, herschikking of zelfs opzeg behoren tot zijn werkgebied. Je kan hem ook inschakelen als je bank onverstaanbare taal gebruikt, of een niet te begrijpen beslissing neemt in jouw nadeel. De dienst is kosteloos en voorbehouden aan Vlaamse ondernemingen en vzw's.

    Hoe bereik je de Vlaamse kredietbemiddelaar ?

    2. Meer gespecialiseerd in bestaand krediet, inbegrepen discussies over boetes wegens laattijdige terugbetaling en vroegtijdige opzegging is Ombudsfin.

    Voorafgaandelijke voorwaarde :je klacht is eerst voorgelegd aan de klachtendienst van jouw financiële instelling. Je kan je schiftelijke klacht bij de ombudsdienst indienen samen met de briefwisseling die je al voerde met die financiële instelling. De ombudsdienst zal vervolgens alles in het werk stellen om een compromis te bereiken tussen jou en de bank.

    Waar kan je terecht?

  8. Best neem je eerst contact op met de klachtendienst van de verzekeringsmaatschappij of de verzekeringsagent persoonlijk.

    Komen jullie niet tot een oplossing dan kan je gebruik maken van de diensten van de Ombudsman van de Verzekeringen. Deze onafhankelijke dienst zal optreden als bemiddelingsorgaan tussen jezelf en de verzekeraar om op die manier tot een oplossing te komen. Het resultaat van deze bemiddeling is in principe niet bindend voor partijen.
    Waar kan je terecht? Bij :
    Vermeld alle nuttige gegevens (referenties van contract, de verzekeringsmaatschappij, makelaar) op je schriftelijke aanvraag tot bemiddeling.
    Aan de telefoon, + 32 (2) 547 58 71, kan je een eerste informatie bekomen, maar telefonische klachten worden niet aanvaard.
  9. In 2011 stonden er 179.000 Belgen op die lijst, in 210 waren ze met 173.800 volgens De Standaard. Een (ex-)verzekerde komt op de zwarte lijst terecht als zijn verzekeraar de polis opzegt. In 93 procent van de gevallen gebeurt dat wegens wanbetaling terwijl het in de andere gevallen vooral gaat om grote brokkenmakers die door hun verzekeraar aan de deur worden gezet. Vorig jaar kwamen er 64.000 mensen bij op de zwarte lijst en werden er 58.500 geschrapt. In tien jaar tijd is het aantal nieuwe registraties met 60 procent gestegen. De helft van de registraties op de zwarte lijst zijn het gevolg van voortijdig beëindigde autoverzekeringen. Brandverzekeringen zijn goed voor een derde uit van de registraties.

    Wie op de lijst staat, kan zich nog steeds verzekeren. 'Uitsluiten op basis van de lijst mag niet, maar een verzekeraar kan bijvoorbeeld wel beslissen om een hogere polis aan te rekenen.'

     Wat is de zwarte lijst ? De zwarte lijst heet officieel "het RSR-bestand van Datassur". Die bevat de speciale risico's voor de schadeverzekeringen: brand, ongevallen en allerlei risico's, motorrijtuigverzekeringen inbegrepen. Verzekeraars heten je een speciaal risico als je je niet gedraagt als een goede huisvader.
     
    Wie komt op de lijst? In totaal zijn er 13 redenen waardoor je als een ‘speciaal risico’ kan worden omschreven. In 95 procent van de gevallen is het te wijten aan een van de volgende redenen:
    • Je hebt een of andere verzekeringspremie niet betaald, ondanks de herinneringen die u werden toegestuurd;
    • Je  hebt verscheidene schadegevallen veroorzaakt of je leed zelf meerdere malen schade;
    • Je hebt een valse verklaring afgelegd bij het sluiten van een verzekeringspolis of naar aanleiding van een schadegeval. In dat geval word je geregistreerd als  een ‘verzwaard risico’.
    Welke gegevens staan er op de zwarte lijst?
    • Je naam, voornaam, adres en geboortedatum
    • De reden van de registratie
    • De betrokken verzekeringstak en de hoedanigheid van de geregistreerde persoon (bijvoorbeeld: de verzekerde of begunstigde of bestuurder…) ;
    • De datum van de feiten en van de vaststelling van de feiten die de registratie hebben veroorzaakt;
    • De identificatie van de onderneming die aan de basis ligt van de registratie en het nummer van het betrokken dossier.

    Hoelang blijft jouw naam op de lijst staan?

    • Heb je een premie niet betaald, dan blijf je 3 jaar geregistreerd. Geregistreerden kunnen vroeger van de lijst worden geschrapt van zodra de polis is betaald.
    • Als er sprake is van een ‘verzwaard risico’ of aangetoonde fraude blijft jouw naam 10 jaar in het systeem.
    • In alle andere gevallen blijft de naam 5 jaar op de lijst,

    Kun je jouw naam laten schrappen van de lijst? Datassur is verplicht je op de hoogte te brengen als je op de lijst wordt ingeschreven. Gelijktijdig zal Datassur je laten weten welke procedure je moet volgen als je jouw gegevens wilt laten verbeteren of laten schrappen. Dat doe je door een brief te sturen naar DATASSUR, De Meeûsquare 29, 1000 BRUSSEL. Voeg bij uw brief ook een kopie toe van beiden kanten van uw identiteitskaart.

    Datassur moet binnen de maand reageren. Meent Datassur dat je aanvraag niet gegrond is, dan blijft je naam behouden, maar er zal wel staan dat de registratie betwist is.

    Ga je niet akkoord, dan kun je een klacht indienen bij de Ombudsman van de verzekering. Datassur heeft zich ertoe verbonden de aanbevelingen van de Ombudsman met betrekking tot het verbeteren of schrappen van de registraties te volgen. De klacht moet schriftelijk gebeuren ter attentie van de Ombudsman van de verzekering, de Meeûssquare 35, 1000 Brussel.

     

    Artikel naar : De Tijd, 22/11/2012.

  10. Veel problemen kunnen natuurlijk al opgelost worden door een goed gesprek. Maar nog beter dan het oplossen van problemen is het vermijden van problemen. Daarom heeft de Orde van Vlaamse Balies op haar webstek een modelcontract ter beschikking gesteld. In dat modelcontract kunnen afspraken over de samenwerking worden vastgelegd, zoals de berekening van het ereloon. Het is natuurlijk ook mogelijk te veranderen van advocaat wanneer u niet langer tevreden bent. De Orde van Vlaamse Balies heeft zelfs een reglement opgesteld om dit zo soepel mogelijk te laten verlopen. De nieuwe advocaat kan zelf contact opnemen met uw vroegere advocaat om het dossier op te vragen.

     

    Indien de problemen met uw advocaat toch niet opgelost raken, dan kan u de stafhouder(van de balie waarvan uw advocaat lid is) contacteren. Dan kan telefonisch, per mail of per brief. Mogelijke alternatieven voor het oplossen van de problemen met uw advocaat zijn bemiddeling en arbitrage. Aan de meeste balies worden procedures van bemiddeling georganiseerd. Een beslissing van een arbitragecollege is beslissend, in tegenstelling tot bemiddeling waar de bemiddelaar niet beslist maar partijen helpt om tot een beslissing te komen.  Meer over deze conflictoplossing vind je onder vraag 2 van deze rubriek.
     
    Advocaten zijn aan bepaalde deontologische regels (gedragsregels) onderworpen, zoals het beroepsgeheim. Indien u van oordeel bent dat uw advocaat deze regels geschonden heeft, dan zijn er mogelijkheden om een tuchtprocedure te starten bij de bevoegde stafhouder.
     
    Voor alle informatie over de stafhouder, bemiddeling, arbitrage en de tuchtprocedure klik hier.
  11. Iedereen kan op een bepaald moment wel in een situatie belanden dat een conflict uiteindelijk door de rechtbank moet worden beslecht. Denken we maar aan een klant die zijn facturen niet betaalt. In zo’n gevallen is het bijna altijd noodzakelijk een advocaat onder de hand te nemen. Veel mensen denken dan vaak dat het sop de kool niet waard is aangezien de kosten en de erelonen van de advocaat hoger zullen uitvallen dan de opbrengst van de zaak. Dit is echter vaak niet het geval. Sinds 01/01/2008 is er een wettelijke regeling van kracht die bepaalt dat de winnende partij bij een rechtszaak in principe een vergoeding krijgt voor de advocatenkosten en dat die betaald wordt door de verliezende partij. Het kan dus ook de moeite lonen naar de rechter te stappen voor zaken met een beperkte financiële inzet.

     In de vragen en antwoorden hieronder komt het volgende aan bod :
    -         wat kost een advocaat?
    -         Wat kost een gerechtelijke procedure?
    -         Kan de verliezende partij opdraaien voor de advocatenkosten van de winnende partij?
     
    Meer informatie:           www.advocaat.be
    Belgisch Staatsblad 09/11/2007
    Art 1017 e.v. van het gerechtelijk wetboek
    De Tijd (netto) 22/12/2007
    De Tijd 29/12/2007
  12. Een advocaat ontvangt een ereloon (honorarium) en een vergoeding voor de gemaakte kosten (zoals briefwisseling, verplaatsingskosten, telefoons). Er bestaan daarvoor geen vaste tarieven. Een advocaat bepaalt zelf welke financiële afspraken hij met zijn cliënt maakt.

    Het ereloon kan volgens verschillende criteria worden berekend:
    1. Volgens een uurtarief: de advocaat zal het aantal uren dat hij aan de zaak werkte vermenigvuldigen met het uurtarief. Het uurtarief hangt af van de ervaring van de advocaat, de deskundigheid, of de zaak dringend is, de aard van de zaak, enz.
    2. Volgens de waarde van de zaak: de cliënt betaalt een bepaald percentage.
    3. Volgens de geleverde prestaties: de cliënt betaalt volgens het geleverde werk, het belang van de zaak, de moeilijkheidsgraad, het resultaat, de hoogdringendheid.
    4. Vast bedrag: de cliënt en de advocaat komen een totaalbedrag overeen.
    5. Jaarcontract: deze methode wordt vaak toegepast door bedrijven die verschillende zaken aan dezelfde advocaat bezorgen.
  13. Maak daarover duidelijke afspraken. Wij raden u aan om de financiële kant van uw dossier regelmatig met uw raadsman te bespreken en te evalueren.

    De Orde van Vlaamse Balies stelt sinds kort aan de advocaten en aan de burger een modelcontract ter beschikking met als doel de belangrijkste verbintenissen tussen een advocaat en zijn cliënt schriftelijk vast te leggen.  Het gebruik van het modelcontract is niet verplicht.

    Vaak is het moeilijk om bij aanvang een nauwkeurige schatting van de kosten te geven. Hoe een zaak precies zal verlopen, hangt af van verschillende factoren. Het kan dus gebeuren dat uw advocaat meer tijd nodig heeft dan hij eerst had gedacht. Hij moet u tijdig informeren over dit extra werk en u de extra kosten meedelen. Vraag hiernaar bij de bespreking van uw dossier. Heel vaak worden er voorschotten (provisies) gevraagd. Eventueel kunt u de betaling spreiden.

  14. Er bestaan richtlijnen voor het bepalen van het ereloon van advocaten. Er zijn 3 systemen.

     

    Indien u niet akkoord gaat met het ereloon van uw advocaat, kunt u daarover met hem overleggen. Als er geen oplossing uit de bus komt, kunt u een brief sturen naar de stafhouder van de balie waartoe uw advocaat behoort. Hij zal de zaak onderzoeken en nagaan of uw klacht al dan niet gegrond is. Het adres is te vinden via www.advocaat.be.

  15. Indien u een gerechtelijke procedure start moet u - praktisch altijd - een advocaat onder de hand nemen. Zoals hierboven geschreven zal een advocaat een ereloon vragen en een vergoeding van de kosten.

    In een gerechtelijke procedure zijn er ook nog gerechtskosten (van de rechtbank en de gerechtsdeurwaarder). Art. 1017 van het gerechtelijk wetboek bepaalt uitdrukkelijk dat die kosten ten laste komen van de in het ongelijk gestelde partij. Ook al moet u eerst kosten maken binnen een gerechtelijke procedure, u moet ze wel degelijk terugbetaald krijgen door de veroordeelde partij.
     
    Art. 1018 bepaalt wat onder die gerechtskosten moet verstaan worden:
    “ 1° de diverse, griffie- en registratierechten, alsook de zegelrechten die voor de afschaffing van het Wetboek der zegelrechten zijn betaald
      2° de prijs en de emolumenten en lonen van de gerechtelijke akten ;

      3° de prijs van de uitgifte van het vonnis;

      4° de uitgaven betreffende alle onderzoeksmaatregelen, onder meer het getuigen- en deskundigengeld;

      5° de reis- en verblijfkosten van de magistraten, de griffiers en van de partijen, wanneer hun reis door de rechter bevolen is, en de kosten van de akten, wanneer deze uitsluitend met het oog op het geding opgemaakt zijn ;

      6° de rechtsplegingsvergoeding, zoals bepaald in artikel 1022;

      7° het ereloon, de emolumenten en de kosten van de bemiddelaar die aangewezen is overeenkomstig artikel 1734.”
     
    Ook nadat men in een vonnis gelijk heeft gekregen van de rechter, moet er nog iets gebeuren. De betrokkene moet officieel op de hoogte worden gebracht van het vonnis. Dan pas kan er overgegaan worden tot de ‘tenuitvoerlegging’ of de realisatie van de in het vonnis besliste zaken. Dat alles brengt dus kosten met zich mee. Maar art. 1024 van het gerechtelijk wetboek is duidelijk:
    “De kosten van tenuitvoerlegging komen ten laste van de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevorderd.”
     
    Samengevat:
    De kostprijs van een gerechtelijke procedure hangt sterk af van het resultaat:
    -         Iemand die in het ongelijk wordt gesteld heeft, moet instaan voor de gerechtskosten, zijn advocatenkosten en (een deel van) de advocatenkosten van de tegenpartij (zie hieronder).
    -         Iemand die gelijk krijgt van de rechter, zal niet alleen de gemaakte gerechtskosten  kunnen recupereren maar ook een compensatie ontvangen voor zijn advocatenkosten (zie hieronder).
  16. Ja. Sinds 2008 is er een wet die daar geen twijfel over laat bestaan: de winnende partij krijgt voor de advocatenkosten een vergoeding die wordt betaald door de verliezende partij. Men spreekt van de rechtplegingsvergoeding (art. 1022 van het gerechtelijk wetboek).

    Toch zullen in de praktijk de advocatenkosten meestal niet volledig gedekt zijn door de rechtplegingsvergoeding. De advocatenkosten bestaan uit het ereloon (honorarium) en een vergoeding voor de gemaakte kosten (zoals briefwisseling, verplaatsingskosten, telefoons). De rechtplegingsvergoeding daarentegen is niet de integrale terugbetaling van deze kosten, maar een compenserend bedrag berekend op basis van de waarde van de vordering.

  17. Deze regeling is van toepassing sinds 01/01/2008. De nieuwe wet is ook van toepassing op lopende procedures. Heeft u al sinds enkele jaren een procedure lopen en komt er pas na 1 januari 2008 een uitspraak, dan geldt de nieuwe wetgeving ook voor u.

  18. De regeling werkt in twee richtingen :
    • Indien iemand een rechtszaak tegen u aanspant en u in het ongelijk wordt gesteld, dan zal u een deel van de advocatenkosten van de andere partij moeten betalen.
    • Spant iemand een rechtszaak tegen u aan en krijgt u het recht aan uw kant, dan krijgt u een deel van uw advocatenkosten terugbetaald.
  19. Iemand die een rechtszaak wint, kan een vergoeding krijgen voor de betaalde advocatenkosten. Maar toch krijgt men niet alle advocatenkosten integraal terugbetaald: de verliezende partij moet een forfaitaire vergoeding betalen. Die vergoeding is afhankelijk van de waarde van het geschil:

     

    waarde van geschil in € Basis €

    mini-

    mum €

    maxi-

    mum €

    tot 250 150 75 300
    250,01 - 750 200 125 500
    750,01 - 2500 400 200 1000
    2500,01 - 5000 650 375 1500
    5000,01 - 10000 900 500 2000
    10000,01 - 20000 1100 625 2500
    20000,01 - 40000 2000 1000 4000
    40000,01 - 60000 2500 1000 5000
    60000,01 - 100000 3000 1000 6000
    100000,01 - 250000 5000 1000 10000
    250000,01 - 500000 7000 1000 14000
    500000,01 -> 1000000 10000 1000 20000
    meer dan 1000000 15000 1000 30000

     

     
    - kolom 1: De waarde van een geschil is hetgeen bepaald is in de dagvaarding of in de conclusies die de advocaten schrijven. Dat kan bijvoorbeeld de waarde van de onbetaalde facturen zijn, aangevuld met intresten.
    Indien een geschil niet in geld kan worden uitgedrukt (bijvoorbeeld echtscheiding), wordt er een basisbedrag van 1.200 euro aan de winnende partij toegekend.
    Voor de bepaling van de waarde bij geschillen omtrent onderhoudsuitkeringen gelden aparte regels.
    - kolom 2: In principe krijgt men het basisbedrag dat overeenstemt met de waarde van het geschil.
    - kolom 3 en 4: toch kan de rechter bij zijn uitspraak het basisbedrag verhogen of verlagen waarbij hij zich moet houden aan welomschreven minimum- en maximumbedragen. Let wel, u moet dit als partij uitdrukkelijk vragen, de rechter kan dit door een ontbrekende komma in de Nederlandstalige tekst niet uit eigen beweging beslissen. Een aanpassing van de wet op dit punt is in voorbereiding. Hij hanteert daarvoor verschillende criteria (zie hieronder) en zal altijd moeten motiveren waarom hij al dan niet meer of minder geeft dan het basisbedrag.
     
    Pas op: het blijft mogelijk voor een rechter om te bepalen dat ieder zijn stuk van de advocatenkosten draagt en dat niemand een vergoeding moet betalen.
     

    Indien iemand ‘bij verstek’ (dat is wanneer hij nooit is komen opdagen tijdens de zittingen) is veroordeeld, is de vergoeding het minimumbedrag.
     
    Voor bepaalde geschillen voor de arbeidsrechtbank en het arbeidshof gelden evenwel afwijkende bedragen:

     

      Basisbedrag Minimumbedrag maximumbedrag
    voorzitter arbeidsrechtbank
    tot 249,99 euro <36,46 euro <26,46 euro <46,46 euro
    250 - 619,99 euro <36,46 euro <26,46 euro <46,46 euro
    620 - 2500 euro <36,46 euro <26,46 euro <46,46 euro
    meer dan 2500 euro <72,86 euro <57,86 euro <87,86 euro
    arbeidsrechtbank
    tot 249,99 euro <36,46 euro <26,46 euro <46,46 euro
    250 - 619,99 euro <72,86 euro <57,86 euro <87,86 euro
    620 - 2500 euro <109,32 euro <89,32 euro <129,32 euro
    meer dan 2500 euro <218,64 euro <188,64 euro <248,64 euro
    Arbeidshof
    tot 249,99 euro <48,61 euro <38,61 euro <58,61 euro
    250 - 619,99 euro <97,17 euro <82,17 euro <112,17 euro
    620 - 2500 euro <145,78 euro <120,78 euro <160,78 euro
    meer dan 2500 euro <291,50 euro <251,50 euro <331,50 euro

     

     
    In sociale zekerheidsgeschillen, bijvoorbeeld omtrent het recht op een tegemoetkoming voor een persoon met een handicap, is het wel zo dat men geen vergoeding verschuldigd is, tenzij het proces roekeloos of tergend is.
  20. De rechter houdt rekening met 4 criteria om eventueel af te wijken van het basisbedrag:

    1)     de financiële draagkracht van de verliezende partij: de rechter kan het basisbedrag verlagen indien de verliezende partij zich in een financieel moeilijke situatie bevindt, maar het kan nooit verhoogd worden omdat de verliezer er warmpjes inzit.
    2)     de complexiteit van de zaak: bij complexe zaken, die meer werk en dus meer kosten meebrengen, kan de rechter een verhoogde som toekennen en bij eenvoudige zaken kan het basisbedrag verlaagd worden.
    3)     de contractueel bepaalde vergoedingen voor de in het gelijk gestelde partij: het is mogelijk dat bepaalde schadevergoedingen en verwijlintresten contractueel bepaald zijn.
    4)     het kennelijk onredelijk karakter van de situatie: het moet gaan om een onredelijke situatie en niet om onredelijke personen, maar voor de rest is het nog koffiedik kijken hoe de rechters dit criterium zullen invullen.
     
    Indien een geschil niet in geld kan worden uitgedrukt (bijvoorbeeld echtscheiding), wordt er een basisbedrag van 1.200 euro aan de winnende partij toegekend. Het basisbedrag van 1.200 euro kan verminderd worden tot minstens 75 euro en verhoogd worden tot maximaal 10.000 euro.
  21. Neen. De forfaitaire vergoeding die u kunt krijgen is het enige. Er zijn geen andere vormen van schadevergoeding voor de advocatenkosten.

    De rechter kan ook onmogelijk meer dan het maximumbedrag (of minder dan het minimumbedrag) toekennen.

  22. In een rechtszaak is het niet altijd zo dat er maar twee partijen zijn. Indien de in het ongelijk gestelde partij meer dan één winnende partij tegenover zich had, is er een speciale regel: de vergoeding bedraagt maximum het dubbel van de maximale vergoeding waarop de begunstigde die gerechtigd is om de hoogste vergoeding te eisen aanspraak kan maken. Ze wordt vervolgens door de rechter tussen beide partijen verdeeld. Men kan wel niet boven het bedrag van de vergoeding worden aangesproken tot betaling van een vergoeding voor de tussenkomst van een andere partij.

     
  23. U kan met het bovenstaande vrij eenvoudig uitrekenen wat de maximale advocatenkosten zijn indien u een rechtszaak zou verliezen.

    Kijk naar het bedrag in de dagvaarding of de conclusies van je advocaat om de waarde van het geschil te weten. In de tabel die hoort bij de vraag "hoe kan ik de rechtsplegingsvergoeding bepalen" kunt u vervolgens eenvoudig zien wat het basisbedrag is van de vergoeding voor de advocatenkosten.
  24. Ja. Zoals bleek uit een voorgaande vraag kan een rechter oordelen dat ieder zijn stuk van de advocatenkosten draagt en dat niemand een rechtplegingsvergoeding moet betalen.

    Belangrijk is ook dat er geen rechtplegingsvergoeding verschuldigd is indien de gemaakte kosten kaderen binnen rechtsbijstand. (= nieuwe naam voor Pro Deo) Dat is ook logisch: iemand die rechtsbijstand krijgt heeft feitelijk geen advocatenkosten gemaakt en kan dus ook geen terugbetaling vragen van kosten die hij niet gemaakt heeft.
     
    Bovendien is er een mogelijkheid om aan je verplichtingen te voldoen vóór de rechter uitspraak heeft gedaan en zo te ontsnappen aan de vergoeding. Indien iemand vóór de inschrijving van de zaak op de rol de eisen inwilligt en zijn verbintenissen voldoet (hoofdsom, interesten en kosten), is er geen rechtplegingsvergoeding verschuldigd. Indien iemand na de inschrijving op de rol ingaat op de eisen en zijn verbintenissen voldoet (hoofdsom, interesten en kosten), is er een rechtplegingsvergoeding verschuldigd gelijk aan één kwart van de basisvergoeding met een maximum van 1.000 euro.
     
    Pas wel op. In België is er een zogenaamde ‘dubbele aanleg’: men heeft immers de mogelijkheid hoger beroep in te stellen tegen rechterlijke beslissingen. Indien men in eerste aanleg niet gekregen heeft wat men wil, kan men hoger beroep instellen De bedragen van de vergoeding worden vastgesteld per aanleg. Iemand die dus pas in hoger beroep (vóór de inschrijving van de zaak op de rol) al zijn verbintenissen inwilligt, zal toch een rechtplegingsvergoeding verschuldigd zijn voor de kosten gemaakt in 1ste aanleg.
  25. De wet voorziet enkel in een vergoeding voor advocatenkosten.

    Er is dus geen rechtplegingsvergoeding verschuldigd indien u geen advocaat neemt en zelf uw belangen verdedigt of u vertegenwoordigd wordt door een afgevaardigde van een zelfstandigen- of een werknemersorganisatie, fiscaal ambtenaar,…
     
    Ook de kosten die iemand maakt voor andere technische raadmannen dan een advocaat (bijvoorbeeld accountant, architect,…) kunnen niet vergoed worden.
  26. Mensen die zich geen advocaat kunnen veroorloven, komen onder bepaalde voorwaarden soms in aanmerking voor de zogenaamde ‘juridische tweedelijnsbijstand’, beter gekend onder zijn vroegere naam ‘pro deo’, zie voor meer info www.advocaat.be.

    Een pro deoadvocaat zal dan gratis of voor een beperkt bedrag optreden, Bijstand bieden in rechtszaken, advies geven, documenten of brieven opstellen, ...

    Een pro deo advocaat wordt niet door zijn klant, maar wel door de overheid betaald voor zijn werk. Indien de rechtszaak gewonnen wordt, zal niet de winnaar, maar wel zijn pro deo advocaat recht hebben op de rechtsplegingsvergoeding. Hij zal die rechtsplegingsvergoeding wel moeten aftrekken van de vergoeding die hij al ontving van de overheid. Indien de rechtszaak verloren wordt, is de rechtsplegingsvergoeding het minimum, tenzij in geval van een kennelijk onredelijke situatie.

  27. In handelszaken, tussen ondernemers (onbetaalde facturen,…) en in burgerlijke zaken, waar de belangen van particulieren in het geding zijn (echtscheidingen, geschillen over opzeggingsvergoedingen,…), is de bovenstaande regeling van toepassing.

    Voor strafzaken geldt er een afwijkende regeling. In strafzaken wordt men vaak veroordeeld tot geldboetes en/of gevangenisstraffen maar er moet niet altijd een schadevergoeding worden betaald. Dat kan enkel als iemand zo'n schadevergoeding eist. Zo iemand heet een burgerlijke partij. Iemand die veroordeeld wordt, strafrechtelijk of via burgerlijke aansprakelijkheid voor het misdrijf, in een zaak waar een particulier zich burgerlijke partij heeft gesteld, zal de advocatenkosten van de burgerlijke partij moeten vergoeden.  Indien daarentegen een inverdenkinggestelde of beklaagde strafrechtelijk vrijuit gaat nadat het onderzoek geopend werd door een burgerlijke partijstelling, zal de burgerlijke partij de rechtplegingsvergoeding verschuldigd zijn.
  28. De bovenstaande gegevens bevatten niet alle nuances van de regeling. Contacteer best een advocaat voor meer gedetailleerde informatie.