Veelgestelde vragen

Categorie : Faillissement
  1. Een faillissement is een bij wet geregelde procedure voor een persoon of onderneming die niet (meer) in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Aanleiding voor het faillissement is met andere woorden het (financieel onvermogend zijn. Een faillissement heeft in de meeste gevallen niets met fraude en alles met een samenloop van omstandigheden te maken. De rechtbank van koophandel spreekt het faillissement uit. Hierna stelt de rechtbank een curator aan, aan wie de beschikking en het beheer over het vermogen van de schuldenaar wordt overgedragen. De taak van de curator is in beginsel het te gelde maken van het vermogen van de gefailleerde, waarna de opbrengst wordt verdeeld.onder de schuldeisers.

    In België bestaan er twee verwante regelingen die ook een situatie van insolvabiliteit moeten oplossen :

    De wet op de continuïteit van de ondernemingen, waarbij de schuldeisers het insolvabele bedrijf tijd geven om zich te herstellen;
    De collectieve schuldenregeling, waarbij er al 6 maand geen bedrijf meer mag zijn, en alle inkomsten van de aanvrager in handen komen van een schuldbemiddelaar tot de schuldenregeling afgewerkt is.
     
    Juridische bron : De faillissementsprocedure wordt geregeld door de faillissementswet van 8 augustus 1997 (Belgisch Staatsblad 28 oktober 1997).
  2. (art. 1 en 2 faillissementswet)
    Iemand zal enkel failliet verklaard worden indien hij op het ogenblik van de faillietverklaring:

     

    1. een ‘koopman’ (handelaar) is
    2. 'op duurzame wijze heeft opgehouden te betalen’ en zijn ‘krediet geschokt is’

    Deze voorwaarden moeten tegelijkertijd vervuld zijn. Het is de rechter die soeverein beslist of die voorwaarden vervuld zijn.

    • De eerste voorwaarde is : zij die geen ‘koopman’ zijn (bijvoorbeeld de vrije beroepen) kunnen bijgevolg onmogelijk failliet worden verklaard, ook al bevinden ze zich in staat van kennelijk onvermogen.
    • De tweede voorwaarde is : de koopman die op duurzame wijze heeft opgehouden te betalen en wiens zijn krediet aan het wankelen is gebracht (de wet spreekt over het ‘geschokt zijn’ van het krediet). Het feit dat enige schulden onbetaald zijn, volstaat zeker niet altijd om te oordelen dat men op duurzame wijze heeft opgehouden te betalen. Het gebrek aan liquiditeit moet van blijvende aard zijn. Indien men slechts tijdelijk zijn schulden niet kan voldoen, is er nog steeds de mogelijkheid van een gerechtelijke reorganisatie (dit laatste is geregeld door de wet op de continuïteit van de ondernemingen) !

    Pas op: wanneer  één belangrijke schuld of de voornaamste schulden niet worden betaald of wanneer de schulden gedeeltelijk worden uitbetaald doordat de schuldenaar van een schijnkrediet geniet (bijvoorbeeld door het niet betalen van de RSZ), kan geoordeeld worden dat de voorwaarde wel vervuld is.

  3. Neen! Vroeger was dat wel mogelijk. De juridische term hiervoor was de ambtshalve faillietverklaring. Maar de nieuwe faillissementswet van 1997 heeft dat niet meer toegelaten: de betrokkene moet altijd gedagvaard worden door het openbaar ministerie en krijgt ter zitting de kans om zijn standpunt toe te lichten. Wie om een of andere reden niet aanwezig is als zijn zaak behandeld wordt door de rechtbank, verliest wel een kans om zijn kant van de medaille toe te lichten.

  4. (art. 6 faillissementswet)
    De volgende partijen kunnen het faillissement bekomen bij de rechtbank van koophandel:

     

    1. Aangifte door de gefailleerde zelf (het zogenaamde faillissement op bekentenis)
    2. Dagvaarding door één of meer schuldeisers
    3. Dagvaarding door het openbaar ministerie ( zie ook : "Hoe komt het openbaar ministerie te weten dat het slecht gaat met mijn zaak?" )
    4. Dagvaarding door de voorlopige bewindvoerder (zie ook : "Kan men al vóór men failliet wordt verklaard het beheer verliezen over de goederen ?")
    5. Dagvaarding door de curator van de hoofdprocedure (indien de onderneming gevestigd is in meerdere landen)
  5. (art. 6-10 faillissementswet)
    Als de betrokkene zelf het faillissement aanvraagt, spreekt men van ‘aangifte’ door de gefailleerde. Die aangifte gebeurt door de handelaar (natuurlijke persoon) of het bevoegde orgaan van de vennootschap (raad van bestuur of door de raad van bestuur gedelegeerd lid).

     

    De aangifte moet gebeuren op de griffie van de bevoegde rechtbank van koophandel binnen de maand nadat men heeft opgehouden te betalen. De griffier maakt van deze aangifte een akte op.
    Merk op:

    • bij de aangifte moeten de nodige bewijsstukken worden gevoegd zoals de balans, de boekhouding,… (voor een precieze opsomming: zie art. 9 en 10 van de faillissementswet)
    • De aangifte van het faillissement binnen de maand dat men heeft opgehouden te betalen is een wettelijke verplichting. Niet-naleving is strafrechterlijk strafbaar (zie de vraag ‘Kan een gefailleerde strafrechterlijk aansprakelijk worden gesteld?’: Strafwet, art 489 bis, 4°).
    • De rechtbank is niet verplicht het faillissement uit te spreken na de aangifte van de ondernemer in moeilijkheden. De rechtbank zal wel de aangifte onderzoeken en oordelen of de voorwaarden voor een faillissement vervuld zijn. De aangifte is dus geen bekentenis. 
  6. Het volgende is nodig voor het neerleggen van de boeken (arts. 9 en 10 van de faillissementswet)

    • De balans, de boekhouding en de jaarrekening (of een nota met uitleg waarom het onmogelijk is die documenten te tonen;)
    • De balans bevat
      • een tabel met de waarde van actief en passief;
      • een tabel met een schatting van alle roerende en onroerende goederen van de schuldenaar;
      • de staat van de schuldvorderingen en de schulden;
      • een tabel van de winsten en verliezen;
      • de laatste behoorlijk afgesloten resultatenrekening;
      • een tabel van de uitgaven.
    • Als de aangever de laatste 18 maanden personeel had,
      • het personeelsregister,
      • de individuele rekening van de werknemers van het afgelopen kalenderjaar en van het lopende kalenderjaar,
      • de contactgegevens van het sociaal secretariaat en de sociale kassen waarbij het bedrijf aangesloten is,
      • de identiteit van de leden van het comité voor preventie en bescherming op het werk en van de leden van de vakbondsafvaardiging
      • de RSZ toegangscode van het elektronisch personeelsregister die ook toegang verleent tot de overige noodzakelijke identificatiegegevens.
      • (Als de curators het vragen moet het sociaal secretariaat hun onmiddellijk en kosteloos de ontbrekende gegevens geven.)
    • Een lijst met naam en adres van de klanten en leveranciers.
    • Een lijst met naam en adres van de natuurlijke personen die zich kosteloos persoonlijk borg gesteld hebben voor de aangever.
    De aangever moet de balans voor echt verklaren, voorzien van een datum en ondertekenen.
    Het neerleggen van de boeken is gratis, u vraagt wel best een ontvangstbewijs.
    Vooraf afspreken kan praktisch zijn : Het zou namelijk kunnen dat de griffier je tijdens zo'n gesprek aanraadt de boekhouding bij je thuis te houden op het moment dat je het faillissement gaat aanvragen. Je kan dan na het faillissementsvonnis afspreken met de curator, zodat hij de boekhouding meeneemt bij zijn eerste bezoek aan het failliete bedrijf. Zo hoef je niet met pakken papier te gaan zeulen, en kan een en ander discreet afgehandeld worden.
  7. (artikel 14 en 15 faillissementswet)

    Ja, er kan hoger beroep of (derden)verzet worden aangetekend binnen een termijn van 15 dagen. Verzet is mogelijk indien het vonnis werd uitgesproken ‘bij verstek’ (dat betekent dat U niet aanwezig of vertegenwoordigd was op de zitting). Hou er wel rekening mee dat de rechter in geval van hoger beroep of verzet geen rekening mag houden met de vermogenstoestand van de gefailleerde ná het vonnis van faillietverklaring. De rechter zal steeds oordelen of de voorwaarden van faillissement vervuld zijn op basis van de toestand op het ogenblik van de faillietverklaring.

    Merk op: de vereffening wordt gewoon voortgezet, ook al ga je in beroep of verzet tegen het vonnis! Het vonnis blijft dus gewoon uitvoerbaar.

  8. (art. 8-12 wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen)

    Op het niveau van de rechtbank van koophandel bestaan er kamers voor handelsonderzoek. De kamers volgen de toestand van de schuldenaren in moeilijkheden om de continuïteit van hun onderneming of hun activiteiten te bewerkstelligen en de bescherming van de rechten van de schuldeisers te verzekeren. Deze kamers organiseren de zogenaamde ‘knipperlichtprocedures’, wat er op neerkomt dat ze de probleembedrijven proberen op te sporen. De procureur des konings heeft toegang tot deze gegevens, en krijgt ook een verslag van het onderzoek gevoerd door deze kamers. Hij kan op basis daarvan in actie komen. Ondernemers in moeilijkheden kunnen opgeroepen worden door die kamers om uitleg te verschaffen.

    De criteria die deze kamers gebruiken voor de opsporing zijn bij elke rechtbank van koophandel anders. Zo zijn er sommige rechtbanken die intensief gebruik maken van de gegevens van het financieel informatiebureau Graydon, en andere helemaal niet. Het is wel officieel bepaald dat de griffie van de rechtbank van koophandel automatisch op de hoogte wordt gebracht van :

    1. veroordelende vonnissen waarbij de handelaar de gevorderde hoofdsom niet heeft betwist;
    2. handelaren die reeds twee kwartalen geen RSZ-bijdragen, BTW of bedrijfsvoorheffing meer betaald hebben;
    3. beslissingen waarbij aannemers hun erkenning wordt geschorst, waardoor ze niet meer mogen meedoen aan overheidsopdrachten;
    4. onbetaalde of geprotesteerde wissels of orderbriefjes;
    5. vonnissen die een einde maken aan een handelshuur of aan het beheer van een onderneming.

    De gegevens worden bijgehouden ter griffie van de rechtbank van koophandel. De zelfstandigen kunnen er op elk ogenblik ter plaatse kennis van nemen. Schuldeisers kunnen foutieve gegevens over zichzelf laten corrigeren.

  9. Bij een handelszaak uitgebaat door een natuurlijke persoon, dit wil zeggen dat er geen vennootschap aan het werk is, staat die persoon met zijn volledig vermogen in voor de betaling van de schulden van die zaak. Als die zaak failliet gaat, is er geen verschil tussen de schulden en eigendommen van de handelszaak en het persoonlijk vermogen van de handelaar. De curator kan dus na het faillissementsvonnis onmiddellijk beslag leggen op de goederen en vorderingen van de zaak, en ook op de persoonlijke goederen van de handelaar. Als die in de periode tussen het vonnis van faillissementsverklaring en het vonnis van sluiting van het faillissement de failliete handelaar aan het werk gaat, kan de curator beslag laten leggen op het gedeelte van het loon dat niet onder de loonbescherming valt. Als de failliete handelaar gehuwd is, kan het zijn dat ook goederen en het loon van de echtgenote van de handelaar datzelfde lot ondergaan. Voor meer detail over de weerslag van een faillissement op de situatie van de echtgenote van de gefailleerde, zie de vraag :  "Wat zijn de mogelijke gevolgen van het faillissement ten opzichte van de echtgeno(o)t(e) ?"

     

    Bij een eenmanszaak gaat dus de uitbater van de handelszaak mee failliet met zijn zaak. (Sommigen spreken van een persoonlijk faillissement. Dit is spreektaal, want de inhoud van dat begrip is vatbaar voor discussie.)

    Bij een vennootschap ligt de situatie ingewikkelder. Het is steeds de vennootschap die failliet verklaard wordt, maar de gevolgen voor de vennoten kunnen aanzienlijk verschillen.

    Er zijn namelijk vennootschapsvormen die geen bescherming bieden voor het persoonlijk patrimonium van de vennoten, er zijn er die wel dergelijke bescherming bieden.

    • Als de vennootschap geen bescherming biedt, kan de curator altijd de persoonlijke eigendommen en inkomsten van de vennoten gebruiken voor de betaling van de schulden van de vennootschap.
    • Als de vennootschap wel bescherming biedt, riskeren de vennoten in principe enkel het kapitaal dat zij in de vennootschap investeerden. Daar zijn wel uitzonderingen op.

    Bovendien laat de faillisementswet niet toe dat vennootschappen verschoonbaar worden verklaard. Aangezien de vennoten zelf niet failliet verklaard worden, kunnen zij ook geen aanspraak maken op het voordeel van de verschoonbaarheid, ook al hebben zij in feite de schulden van de vennootschap uit eigen zak betaald.

    Voor meer uitleg over die vennootschapsvormen, hun gevolgen en over de (on-)betrouwbaarheid van de bescherming van het patrimonimum van de vennoten tegen het failliet van de vennootschap, lees meer in de vraag : "Als mijn vennootschap failliet gaat, kan de curator toch niet aan mijn persoonlijke eigendommen ?"

    Uitzondering. In de praktijk zien we dat er wel degelijk vennoten van VOF’s failliet worden verklaard. Dit komt voort uit fel betwiste cassatierechtspraak. Zij zouden dus wel op verschoonbaarheid aanspraak kunnen maken.

  10. Praktische tips :

    1. open na je faillietverklaring zo snel mogelijk een nieuwe bankrekening, of je riskeert lange tijd te moeten overleven zonder inkomen.
    2. Verwijs alle schuldeisers van voor je faillietverklaring naar je curator en weiger elke betaling. Als schuldeisers je nog dwingen tot betaling, verwittig je curator.

    Juridisch (art 16 faillissementswet)
    Er is een buitenbezitstelling ten aanzien van de goederen tot aan de sluiting van het faillissement: de gefailleerde verliest het beheer en het beschikkingsrecht over al zijn goederen (zowel de huidige goederen als de goederen die hij in de loop van de faillissementsprocedure zou ontvangen) aan de curator die optreedt als vertegenwoordiger van de gefailleerde. Indien de gefailleerde handelt zonder tussenkomst van de curator kan het ziijn dat het financieel voordeel dat de gefailleerde bekomt in de boedel zal terechtkomen.
    De buitenbezitstelling is niet alleen voorlopig van aard (de gefailleerde verliest het bestuur van het vermogen enkel zolang het faillissement duurt), bovendien is de buitenbezitstelling niet volledig: de curator kan een aantal goederen teruggeven voor persoonlijk gebruik van de gefailleerde en zijn gezin (zie de vraag ‘welke inkomens en goederen kan ik behouden na een faillissement’ in deze lijst). De curator kan aan de gefailleerde en zijn gezin ook een uitkering tot levensonderhoud toekennen, maar dat wordt in de praktijk slechts heel zelden gedaan.
    In beide gevallen moet de curator wel de toestemming krijgen van de rechter-commissaris. Indien er moeilijkheden ontstaan over de toepassing van deze verzachtingen aan de buitenbezitstelling, kan de rechtbank de knoop doorhakken indien men een verzoekschrift indient (art. 48 faillissementswet).
    De buitenbezitstelling heeft ook grote gevolgen voor de schuldeisers van de gefailleerde. Alle rechtsvorderingen van patrimoniale aard die schuldeisers willen instellen na het faillissement of iedere tenuitvoerlegging op roerende of onroerende goederen, moeten tegen de curator worden ingesteld of uitgevoerd. Ook procedures die reeds vóór het faillissement werden ingesteld, moeten verder tegen de curator worden gevoerd!
    Concreet betekent dit o.a. dat een gefailleerde niet mag betalen voor een verbintenis van de failliete zaak. De schuldeiser die een betaling van de gefailleerde ontving tijdens de faillissementsprocedure, zal het moeten terugbetalen aan de curator. Hij/zij die aan de gefailleerde betaalt tijdens de faillissementsprocedure, al dan niet ter goede trouw, is niet bevrijd en zal opnieuw aan de curator moeten betalen. Goederen verkocht of geschonken tijdens de faillissementsprocedure moeten terugkeren naar de curator, ook al was de derde ter goede trouw (tenzij de curator natuurlijk beslist deze contracten toch uit te voeren).

     
     
  11. Verbintenissen aangegaan door de gefailleerde na het vonnis van faillietverklaring zijn geldig en blijven bestaan, maar ze hebben enkel gevolgen na het afsluiten van het faillissement. Die verbintenissen worden dus niet in rekening gebracht bij de vereffening van het faillissement.

    Je kan dus bijvoorbeeld een huurcontract afsluiten tijdens de faillissementsprocedure, maar je mag dat maar betalen met nieuwe inkomsten die ontstaan zijn na het vonnis van faillietverklaring, en niet met de rekening van de failliete zaak.

    Juridisch spreekt men van de niet-tegenwerpelijkheid van de rechtshandelingen (en de daaruit ontstane verbintenissen) aan de boedel.

    Je moet ook niet passief alle schulden met rust laten. Je kunt de totale schuldenlast in het faillissement laten dalen door na het faillissementsvonnis gebruik te maken van de schuldkwijtscheldingsmogelijkheden die los staan van de faillissementswet.

    Zo voorziet de sociale zekerheid van de zelfstandigen in :

    1. een kwijtschelding van de sociale zekerheidsbijdragen van vennootschappen die failliet verklaard zijn.
    2. een algemene mogelijkheid, los van de gerechtelijke reorganisatie, om persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen kwijt te schelden omwille van je behoeftigheid. Een faillissement, zeker van een eenmanszaak, vormt een belangrijk bewijs van behoeftigheid.

    Deze sociale procedures hebben als voordeel dat de totale schuld daalt en dat er nog rechten uit kunnen voortkomen. De sociale zekerheid is in een faillissement een bevoorrechte schuldeiser, dus is de procedure via je sociaal verzekeringsfonds een middel om de schade voor andere schuldeisers te verminderen. Dat verbetert dan ook je kansen bij het herstarten in dezelfde sector.

    Ook de belastingen hebben een kwijtscheldingsprocedure voor belastingsplichtigen in nauwe schoentjes.

    Let wel, je mag als gefailleerde zelf geen schulden in het faillissement betalen. Je mag wel vragen aan anderen (familie, OCMW) om jouw sociale zekerheidsbijdragen te betalen als dat nodig is om sociale rechten uit de brand te slepen.

     

  12. Hier valt niet zomaar met ja of nee op te antwoorden.

    Op het vlak van de aansprakelijkheid zijn niet alle vennootschapsvormen gelijk : er zijn er met beperkte aansprakelijkheid van de vennoten en er zijn er met onbeperkte aansprakelijkheid van de vennoten.

    Voorbeelden van vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid :

    • BVBA : besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
    • EBVBA : eenpersoons BVBA
    • In wording : de starters-BVBA
    • NV : naamloze vennootschap
    • CVBA : coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

    Voorbeelden van vennootschappen met onbeperkte aansprakelijkheid :

    • VOF : vennootschap onder firma
    • CVOA : coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid

    Er zijn ook vennootschapsvormen die zowel vennoten met beperkte als vennoten met onbeperkte aansprakelijkheid bevatten :

    • Comm.V. : gewone commanditaire vennootschap.
    • Comm. V.A. : commanditaire vennootschap op aandelen.
       

    Deze laatste twee vennootschapsvormen bevat steeds stille en werkende vennoten. De stille vennoot is aansprakelijk tot het ingebrachte deel, de werkende vennoot is hier onbeperkt aansprakelijk.

    Het is dus zaak hier rekening mee te houden bij de oprichting of de overname van een vennootschap. Eens de vennootschap insolvabel is, is kennis van de vennootschapsvorm en het onderscheid tussen stille en werkende vennoot van belang om de aansprakelijkheid van elke vennoot individueel te bepalen.

    Bij onbeperkte aansprakelijkheid van de vennoten kan de curator ook alle persoonlijke eigendommen van elk van de vennoten aanwenden om de schulden van de vennootschap te betalen.
    Bij vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid is het onderpand van de schuldeisers in principe beperkt tot het ingebrachte kapitaal.

    Ook de vennoten van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid kunnen niet steeds op die beperking van hun aansprakelijkheid rekenen. Hierna enkele veel voorkomende voorbeelden van doorbraak naar het persoonlijk vermogen van de vennoten omwille van de schulden van de vennootschap :

    • Bij de oprichting moet er een zeker maatschappelijk kapitaal onderschreven worden door de vennoten. Dat moet evenwel niet onmiddellijk volstort worden. Bij faillissement zal dit door de curator nog geëist worden van de vennoot die deze verplichting nog niet vervulde.
    • De rechter kan de beperking opheffen als er duidelijke beheersfouten gebeurd zijn (geen of een slechte boekhouding bijhouden, bijvoorbeeld)
    • Bij het aangaan van een lening van de vennootschap kan de zaakvoerder of een vennoot zich borg stellen voor die lening. Ten aanzien van die leningmaatschappij is er dus wel doorbraak naar het persoonlijk vermogen, maar dan wel beperkt tot het bedrag van de lening.
    • Tussen vennootschap en vennoot wordt er boekhoudkundig een zogenaamde rekeningcourant bijgehouden. Daar kan uit blijken dat de vennoot nog geld moet aan de vennootschap, en dat zal bij faillissement zeker nog opgevraagd worden door de curator. Het kan ook zijn dat de vennoot nog geld moet krijgen van zijn failliete vennootschap. Bij faillissement is de kans dat dit zal lukken evenwel zeer beperkt.

    Het onderwerp vennootschappen en schulden en hun weerslag op vennoten en bestuurders wordt uitgebreid behandeld in een aparte rubriek.

  13. Dit moet een gefailleerde laten gebeuren :

    • De briefwisseling aan de gefailleerde gericht wordt afgegeven aan en geopend door de curator. Indien de gefailleerde aanwezig is mag hij de briefwisseling bijwonen. De brieven en berichten die niet uitsluitend betrekking hebben op de handelsactiviteiten van de gefailleerde, worden door de curator aan de gefailleerde bezorgd of opgestuurd  naar het adres dat de gefailleerde heeft opgegeven. Na de neerlegging van het eerste proces-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen kan de gefailleerde natuurlijke persoon de rechter-commissaris verzoeken zelf de aan hem gerichte brieven of berichten te mogen openen. Bij weigering moet de rechter-commissaris zijn beslissing motiveren (art. 50). Opmerking: Briefwisseling gericht aan de gefailleerde om bijvoorbeeld zijn recht op de faillissementsuitkering te regelen blijven helaas soms te lang liggen bij de curator. Het is dan ook raadzaam regelmatig bij de curator te informeren naar je persoonlijke briefwisseling, om geen rechten te laten verloren gaan.
    • De gefailleerde zal ontboden worden door de curator om aanwezig te zijn bij de vaststelling en afsluiting van de boeken en bescheiden (art 54).

    Dit moet een gefailleerde doen :

    • De gefailleerde moet zich steeds kunnen aanbieden op verzoek van de curator of de rechter-commissaris en hun alle vereiste inlichtingen verstrekken (art. 53).
    • Elke adreswijziging moet door de gefailleerde meegedeeld worden aan de curator (art. 53).
    • De rechter-commissaris kan de gefailleerde, diens werknemer en wie dan ook horen, zowel aangaande het onderzoek van de boeken en de boekhoudkundige bescheiden als aangaande de oorzaken en de omstandigheden van het faillissement (art 55).
    • Zijn eigen sociale rechten in orde brengen. De gefailleerde mag wel geen schulden in het faillissement betalen, maar dat maakt niet alles onmogelijk. Vaak zijn er oplossingen voor je sociale rechten die bijna niemand kent. Informeer je goed.

    Advies : Een tijdelijk verblijf op een ander adres dan het adres gekend door de curator (bijvoorbeeld tijdens de vakantie) spreek je dus best op voorhand af met de curator om misverstanden te voorkomen.

    De curator heeft voor naleving van deze verplichtingen een stok en een wortel. Hij kan strafrechtelijke sancties laten opleggen en hij kan al dan niet positief adviseren over een gebeurlijke verschoonbaarheid. Als gefailleerde neem je deze verplichtingen dus best ernstig.

  14. Indien men voor het starten van de zelfstandige activiteit recht op werkloosheidsuitkering had, dan behoudt men dit recht gedurende 15 jaar indien men als zelfstandige is beginnen te werken.

     

    De wet voorziet (1) een wettelijke uitkering voor zelfstandigen die failliet gingen (de zogenaamde faillissementsverzekering). Er is ook voorzien dat (2) de curator aan de gefailleerde en zijn gezin een levensonderhoud kan toekennen indien er genoeg geld in de failliete boedel zit.

    (1) De faillissementsverzekering voor zelfstandigen moet aangevraagd worden bij het sociaal verzekeringsfonds en bestaat uit 2 componenten:
    1) een maandelijkse uitkering gedurende ten hoogste 12 maanden
    2) het kosteloos behoud van de rechten op gezinsbijslag en geneeskundige verzorging gedurende maximaal 4 kwartalen (1 jaar)

    De maandelijkse uitkering stemt overeen met het bedrag van het minimumpensioen voor zelfstandigen en bedraagt op 1/2/12 €1027 per maand voor gerechtigden zonder personen ten laste en €1.336/md. voor gerechtigden met gezinslast. Zelfs als je bijdragen onbetaald zijn, heb je toch recht.

    Het behoud van de rechten verbonden aan de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging heeft vanaf 1/1/8 betrekking op alle risico’s gedekt door de verzekering gezondheidszorgen. Het gaat onder meer om de kosten van een verblijf in een ziekenhuis, heelkundige ingrepen, doktersbezoek, tandartsbezoek, geneesmiddelen op voorschrift. Sociale zekerheidsschulden uit het verleden kunnen evenwel roet in het eten gooien.

    Het kosteloos behoud van de rechten op gezinsbijslagen betekent dat men, ondanks het feit dat men tijdens de faillissementsprocedure over het algemeen geen actieve bijdragplichtige zelfstandige meer is, toch nog gedurende maximaal vier kwartalen gezinsbijslag kan blijven ontvangen in de regeling der zelfstandigen.

    (2) Voor het levensonderhoud moet men de curator aanspreken. Dit wordt zelden toegestaan, en dan nog enkel als er prestaties tegenover staan die de failliete boedel ten goede komen. De curator moet de toestemming krijgen van de rechter-commissaris. Indien er moeilijkheden ontstaan kan de rechtbank de knoop doorhakken indien men een verzoekschrift indient (art. 48 faillissementswet).

  15. Ja, het is voor de gefailleerde perfect mogelijk tijdens de faillissementsprocedure een nieuwe beroepsactiviteit uit te oefenen. Hij kan in principe zelfs nieuwe handelsactiviteiten voeren, tenzij er in het vonnis een ontzetting zou zijn uit de professionele rechten. Dat laatste gebeurt zelden.

    Indien de gefailleerde een beroepsactiviteit uitoefent, verliest hij wel zijn recht op de faillissementsuitkering voor die periode.
    Indien je na een faillissement van een eenmanszaak opnieuw beroepsactief wordt, is het wel zo dat je inkomen voor een groot deel afgeroomd wordt door de curator, die het geld zal gebruiken om de schuldeisers te vergoeden (zie item bij ‘welke inkomens en goederen kan iemand behouden zelfs als er uitvoerend beslag wordt gelegd ?’). Na het faillissement van een vennootschap zijn vennoten en bestuurders soms ook aansprakelijk op hun persoonlijk vermogen, dus ook op hun beroepsinkomsten uit een nieuwe activiteit.

    Indien je na het faillissement een nieuwe handelsactiviteit begint, moeten de schulden die voortkomen uit deze nieuwe activiteit bij voorrang betaald worden. Naast de gelden voor de betaling van deze nieuwe schuldeisers, mag ook hetgeen vereist is voor de normale activiteit van de nieuwe zaak eerst worden afgehouden. De schuldeisers van vóór het faillissement hebben in dat geval dus enkel recht op de netto-opbrengst van de nieuwe activiteit.

  16. Het grootste gedeelte van de informatie in dit artikel is ook toepasselijk op uitvoerend beslag zonder dat er zich een faillissement heeft voorgedaan.

    (art. 16 faillissementswet)
    Er moet een onderscheid gemaakt worden. Iemand wiens vennootschap met volkomen rechtspersoonlijkheid (bijvoorbeeld een BVBA) over kop ging, zal enkel aangesproken worden op hetgeen hij ingebracht heeft in de vennootschap (er zijn enkele wettelijke uitzonderingen ). Zijn privé-vermogen blijft dus buiten schot. Dat is precies het grote voordeel van een vennootschapsstructuur.

    Wanneer de handelaar geen vennootschapsstructuur had aangenomen, ligt het moeilijker. In principe is hij dan aansprakelijk met zijn hele vermogen.  Maar er is wettelijk voorzien in een aantal waarborgen voor de gefailleerde, of de beslagene, meer in het algemeen.

    Er zijn een aantal goederen, bedragen, sommen en uitkeringen die de schuldeisers en de curator helemaal niet kunnen opeisen bij de gefailleerde of bij iemand met schulden in het algemeen.

    1. De volgende goederen, zoals opgesomd in art. 1408 van het gerechtelijk wetboek, blijven onder het beheer en ter beschikking van de gefailleerde of beslagene, met uitzondering van de goederen die de beslagene volstrekt nodig heeft voor zijn beroep (bedoeld in 3° van het artikel):
      het nodige bed en beddegoed van de beslagene en van zijn gezin, de kleren en het linnengoed volstrekt noodzakelijk voor hun persoonlijk gebruik alsmede de meubelen nodig om deze op te bergen, een wasmachine en strijkijzer voor het onderhoud van het linnen, de toestellen die noodzakelijk zijn voor de verwarming van de gezinswoning, de tafel en de stoelen die voor de familie een gemeenschappelijke maaltijd mogelijk maken, alsook het vaatwerk en het huishoudgerei dat volstrekt noodzakelijk is voor het gezin, een meubel om het vaatwerk en het huishoudgerei op te bergen, een toestel om warme maaltijden te bereiden, een toestel om voedingsmiddelen te bewaren, één verlichtingstoestel per bewoonde kamer, de voorwerpen die noodzakelijk zijn voor de mindervalide gezinsleden, de voorwerpen die bestemd zijn om te worden gebruikt door de kinderen ten laste die onder hetzelfde dak wonen, de gezelschapsdieren, de voorwerpen en producten die noodzakelijk zijn voor de lichaamsverzorging en voor het onderhoud van de vertrekken, het gereedschap dat nodig is voor het onderhoud van de tuin, een en ander met uitsluiting van de luxemeubelen en luxeartikelen;
    2. De boeken en overige voorwerpen, nodig voor de voortzetting van studies of voor de beroepsopleiding van de beslagene of van de kinderen te zijnen laste die onder hetzelfde dak wonen;
    3. De goederen die de beslagene volstrekt nodig heeft voor zijn beroep, tot een waarde van (2.500 EUR) op het tijdstip van het beslag en naar keuze van de beslagene, behalve voor de betaling van de prijs van die goederen; 
    4. De voorwerpen die dienen voor de uitoefening van de eredienst;
    5. De levensmiddelen en brandstof die de beslagene en zijn gezin voor een maand nodig hebben;
    6. Een koe, of twaalf schapen of geiten, naar keuze van de beslagene, alsmede een varken en vierentwintig dieren van de hoenderhof, met het stro, voeder en graan, nodig voor het strooisel en de voeding van dat vee gedurende één maand.

    Door artikel 12 van de wet houdende diverse bepalingen (I) van 6 mei 2009, zijn maaltijdcheques vanaf 29/5/9 ook niet meer vatbaar voor beslag.

    Wat betekenen die wettelijke regels nu eigenlijk ? Een paar voorbeelden maken veel duidelijk :

    1. Een wasmachine of koelkast mag u wel hebben/houden, een droogkast of diepvriezer niet
    2. Een lamp per kamer daar mag u ook op rekenen, maar niet op vintage/design/antieke armaturen.
    3. Van de kinderen mag niets in beslag worden genomen, dus ook hun speelgoed niet. Discussie is er soms over professioneel aandoende pc’s of verwante apparatuur. Bij beslag is het ook verdacht als de kinderkamers veel beter voorzien zijn van meubels en toestellen dan de overige ruimten.

    De inkomens uit een beroepsactiviteit die een gefailleerde of andere beslagenen ontvangen sinds het vonnis van faillietverklaring of het beslagvonnis kunnen maar in beperkte mate geclaimd worden door de curator of gerechtsdeurwaarder (art. 1409-1412 gerechtelijk wetboek):

    Grenzen loonbeslag 2013
    schijf netto maandelijks inkomen voor beslag vatbaar % maximale inhouding
    0 -  1.058,62 euro 0% 0 euro
    1.058,63 - 1.137,04 euro 20% 15,68 euro
    1.137,05  – 1.254,67 euro 30% 35,29 euro
    1.254,68 - 1.372,62euro 40% 47,04 euro
    1.372,63 en meer 100% onbeperkt

    Wanneer de gefailleerde/beslagene één of meerdere kinderen ten laste heeft, worden de bovenstaande bedragen verhoogd met 64euro per kind ten laste.

    Voorbeeld : Een werknemer verdient netto 2000€/maand en heeft geen kinderen ten laste. Hij houdt 1274,29€ over van zijn loon. 725,71€ gaat naar de schuldeiser(-s).

    Vuistregels : wie meer dan 1372€ netto verdient, houdt maximaal 1274€ over na beslag. Wie minder dan 1058€ verdient, zal geen inhouding ondergaan, behalve in mei en in december, maanden waarin er extra nettoloon betaald wordt wegens vakantie en eindejaar. Als er meerdere personen een inkomen hebben in een gezin, worden de lonen niet samengeteld, en de beslagbeperking voor elk apart berekend. Er is wel maar verhoging van de grenzen voor kinderlast voor één van de echtgenoten.

    Tip : contacteer Dyzo voor een persoonlijke berekening.

    De onderstaande vervangingsinkomens (zoals weergegeven in art. 1410, §1 gerechtelijk wetboek) zijn eveneens binnen bepaalde grenzen beschermd, maar de grensbedragen zijn wel lichtjes anders dan hierboven. Ook hier geldt de verhoging voor de kinderen:

    1. de al dan niet provisionele uitkeringen tot onderhoud, door de rechter toegewezen, alsmede de uitkeringen die na echtscheiding aan de niet schuldige echtgenoot worden toegekend;
    2. de pensioenen, aanpassingsuitkeringen, renten, rentebijslagen of als pensioen geldende voordelen betaald krachtens een wet, een statuut of een overeenkomst;
      2°bis. het vakantiegeld en de aanvullende toeslag bij het vakantiegeld betaald krachtens de wetgeving betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
    3. de werkloosheidsuitkeringen en de uitkeringen betaald door fondsen voor bestaanszekerheid;
    4. de uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid en de invaliditeitsuitkeringen betaald krachtens de wetgeving op de ziekte- en invaliditeitsverzekering of de wet van 16 juni 1960 die onder meer de maatschappelijke prestaties waarborgt ten gunste van de gewezen werknemers van Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi en de wetgeving betreffende de overzeese sociale zekerheid;
    5. de uitkeringen, renten en toelagen betaald krachtens de wetgeving op de vergoeding van schade uit arbeidsongevallen of beroepsziekten, of de genoemde wet van 16 juni 1960 of verzekeringsovereenkomsten aangegaan bij toepassing van de wetgeving op de overzeese sociale zekerheid, met uitzondering van het gedeelte van de uitkering bedoeld in § 2, 4°, van dit artikel;
    6. (...)
    7. de militievergoedingen bedoeld bij de wet van 9 juli 1951;
    8. de uitkering toegekend bij onderbreking van de beroepsloopbaan.

    Indien de betrokkene gelijktijdig inkomens heeft uit een activiteit én een vervangingsinkomen, dan worden die bedragen samengevoegd voor de berekening van het beslagbaar gedeelte.

    Sommige uitkeringen zijn helemaal niet vatbaar voor beslag door de curator/gerechtsdeurwaarder. De gefailleerde/beslagene kan die uitkeringen dus behouden, hoe hoog ze ook zijn, aangezien er wettelijk geen grensbedragen zijn voor die uitkeringen. Het gaat om de volgende uitkeringen (zoals weergegeven in art. 1410, §2 gerechtelijk wetboek):

    1. de gezinsbijslagen, met inbegrip van deze betaald krachtens de wetgeving betreffende de soldijtrekkende militairen;
    2. de wezenpensioenen of -renten betaald krachtens een wet, een statuut of een overeenkomst;
    3. de tegemoetkomingen aan mindervaliden;
    4. het gedeelte van de vergoedingen uitgekeerd krachtens de wetgeving op de vergoeding van schade uit arbeidsongevallen die 100 pct. overschrijdt en toegekend wordt aan zwaar verminkten wier toestand de hulp van een andere persoon volstrekt en normaal vergt, evenals de bedragen toegekend voor de behoefte aan andermans hulp krachtens de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
    5. de bedragen uit te keren :
      1. aan de rechthebbende van geneeskundige verstrekkingen als tegemoetkoming ten laste van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen of krachtens de wet van 16 juni 1960 of de wetgeving betreffende de overzeese sociale zekerheid;
      2. als kosten voor geneeskundige, heelkundige, farmaceutische en verplegingszorgen of als kosten voor prothesen en orthopedische toestellen aan een door een arbeidsongeval of een beroepsziekte getroffen persoon krachtens de wetgeving betreffende de arbeidsongevallen of de beroepsziekten.
    6. de bedragen uitgekeerd als gewaarborgd inkomen voor bejaarden of als inkomensgarantie voor ouderen.
    7. de bedragen uitgekeerd als bestaansminimum;
    8. de bedragen uitgekeerd als maatschappelijke dienstverlening door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
    9. de uitkering voorzien in artikel 7 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. (Dit is de kosteloze faillissementsuitkering ingebouwd in de sociale zekerheid van de zelfstandigen. Meer weten ? Klik hier.)
    10. de al dan niet provisionele vergoedingen voor prothesen, medische hulpmiddelen en implantaten.
    11. de bedragen bepaald in artikel 120 van de programmawet (I) van 27 december 2006 uitgekeerd als tussenkomst van het Schadeloosstellingsfonds voor asbestslachtoffers.
  17. Veel gefailleerden waren de jaren vóór hun faillissement al aan het sparen voor een aanvullend pensioen. Denken we maar aan het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ), groepsverzekeringen, bedrijfsleiderverzekeringen, pensioensparen, levensverzekeringen,… Door de financiële problemen ten tijde van het faillissement zijn vele gefailleerden gestopt met het betalen van die premies of bijdragen. Maar de vraag is natuurlijk wat er ten gevolge van het faillissement gebeurt met het voordien reeds opgebouwde kapitaal.
     
    Wanneer men stopt met premies te betalen voor een aanvullend pensioen, levensverzekering,… zijn er twee mogelijkheden. Ofwel is er gewoon reductie van het kapitaal, wat betekent dat men geen premies meer betaalt en het reeds opgebouwde kapitaal gewoon blijft staan tot men er recht op heeft op basis van het contract (bijvoorbeeld het bereiken van de pensioenleeftijd bij een aanvullend pensioenplan). Ofwel gaat men over tot afkoop van het reeds opgebouwde kapitaal. Dan krijgt men het kapitaal onmiddellijk uitbetaald.
     
    De curator De beslissing tot reductie of afkoop is een beslissing die alleen de betrokkene zelf kan nemen. De curator kan dus met andere woorden onmogelijk in de plaats van de gefailleerde die beslissing nemen. Art. 114 van de wet op de landverzekeringsovereenkomsten van 25/06/1992 bepaalt immers uitdrukkelijk het persoonsgebonden karakter van het recht op afkoop of reductie.

    De banken. Financiële instellingen kunnen rekenen op een wet die hen toelaat alle openstaande tegoeden bij dezelfde instelling als één geheel te beschouwen en die te gebruiken om schulden mee te betalen. Dat geldt voor spaarboekjes, maar ook voor aanvullend pensioenkapitaal, dank zij clausules in de verkoopsvoorwaarden. In die kleine lettertjes vind je dit systeem soms terug onder de vakterm "eenheid van rekening", maar daar bestaan ook tal van andere omschrijvingen voor.

     


    Voor sommige contracten is het bovendien onmogelijk om tot afkoop over te gaan. Bij het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) bijvoorbeeld is het in art. 49, §1 van de programmawet (I) voorzien dat het recht op afkoop slechts kan uitgeoefend worden van zodra de betrokkene de leeftijd van 60 jaar bereikt.

    Indien men beslist tot afkoop zal het kapitaal dat men vervolgens uitgekeerd krijgt dus in de failliete boedel belanden en uitbetaald worden aan de schuldeisers. Een voorbeeld hiervan is de levensverzekering. Wanneer tijdens een faillissementsprocedure het kapitaal van een levensverzekering vrijkomt door een overlijden of het verstrijken van de termijn, zal het kapitaal rechtstreeks in de boedel vallen als de gefailleerde zelf begunstigde is van de levensverzekering. Indien er een derde-begunstigde is, dan is de vordering op dat kapitaal een eigen recht van de derde en maakt het geen deel uit van het vermogen van de gefailleerde. Indien het contract  nog niet aanvaard is door de derde-begunstigde op het ogenblik van het faillissement, kan de gefailleerde het contract alsnog herroepen. De curator kan onmogelijk zo’n contract herroepen omdat het een persoonlijkheidsrecht is, een recht verbonden aan de persoon van de gefailleerde. Indien de derde-begunstigde al aanvaard heeft, is herroeping onmogelijk.

    In dit verband moet er een onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds de externe pensioentoezeggingen ( groepsverzekering, vrij aanvullend pensioen zelfstandigen (met of zonder sociale clausules), individuele pensioentoezegging,..) en de interne pensioenvoorziening nml. het pensioengeld op de vennootschapsbalans. De eerste categorie is faillissementsbestendig , de tweede categorie daarentegen niet. Het geld dat in de vennootschap is gebracht met het oog op pensioen kan aan de curator toevallen, maar over het geld van de externe pensioentoezeggingen heeft de gefailleerde altijd het laatste woord.

    Als een bank schuldeiser is in het faillissement, dan is het aanvullend pensioenkapitaal in gevaar. Het feit dat aanvullend pensioen geen kredietovereenkomst is maar een toepassing van de levensverzekeringsovereenkomst, verandert daar niets aan. Praktisch alle banken zorgen ervoor dat de kleine lettertjes van elk contract staat dat de eenheid van rekening van toepassing is op alles bij de bank (zichtrekening, beleggingen, pensioenspaarplan,...). Doordat de meeste banken ook beleggingen en verzekeringen verkopen, is hun macht bij betalingsmoeilijkheden dus niet te onderschatten.

  18. (art 47 faillissementswet)

    Ja. De wet voorziet uitdrukkelijk dat de rechtbank, op verzoek van de curator of elke belanghebbende, machtiging kan verlenen aan (1) de curator(en), (2) de gefailleerde of (3) een derde om de handel voorlopig verder te zetten. Indien de gefailleerde of een derde de handel verder zetten, zal de curator wel toezicht houden.

    In de praktijk zal een curator heel weigerachtig staan tegen een voorstel om de failiete zaak verder uit te laten baten door de vroegere uitbater of iemand anders. De curator is immers aansprakelijk voor het ontstaan van nieuwe schulden en is ook niet steeds een expert inzake zakendoen. Bedoelde machting zal zich dus maar voordoen voor korte tijd, bij bederfelijke of moeilijk verkoopbare goederen en waar er een vertrouwensrelatie bestaat tussen curator en gefailleerde.

    Sinds de nieuwe faillissementswetgeving van 1997 is het akkoord na faillissement volledig afgeschaft. Dat houdt in dat een gefailleerde geen regeling kan treffen met zijn schuldeisers om opnieuw aan het hoofd te worden gesteld van zijn activiteit.

  19. (art. 11 en 27 e.v. faillissementswet)

    Een curator is een gerechtelijk mandataris die optreedt als vertegenwoordiger van de gezamenlijke schuldeisers en de gefailleerde en die onder toezicht van de rechter-commissaris belast wordt met de vereffening van de boedel.

    Alle curatoren zijn advocaten, en advocaten verdedigen ook ondernemers, maar een gefailleerde ondernemer mag daarom nog niet van zijn curator verwachten dat die hem of haar zal verdedigen in zaken die het faillissement aangaan. Daarvoor biedt de wettelijke opdracht van de curator nauwelijks ruimte.

    Het vonnis van faillietverklaring duidt één of meer curatoren aan. Klik hierna op "Ken je curator" voor aanbevelingen over de relatie tussen een gefailleerde en zijn curator.

  20. (art. 34 faillissementswet)

    Elk jaar en voor de eerste keer 12 maanden na de aanvaarding van hun ambt, overhandigt de curator aan de rechter-commissaris een uitgebreid verslag betreffende de toestand van het faillissement. Dat verslag bevat o.a. de ontvangsten, de uitgaven, de uitkeringen, wat nog moet worden vereffend, stand van de betwistingen van de schuldvorderingen,…

    Een kopie van dat verslag wordt altijd ter griffie neergelegd en bij het faillissementsdossier gevoegd. De gefailleerde kan die verslagen op de griffie van de rechtbank raadplegen. Anderen kunnen dit ook raadplegen, maar deze personen moeten wel een wettig belang aantonen. De voorzitter van de rechtbank is bevoegd om hierover te oordelen. Iets laten kopiëren uit dit dossier kan niet zomaar, daar zijn regels voor en daar moet ook voor betaald worden. Het is dus nuttig om pen en papier mee te nemen bij dergelijke inzage.

  21. (art. 11, 31 en 35 faillissementswet)

    Een rechter-commissaris is een binnen de rechtbank van koophandel benoemde rechter die er in het bijzonder mee belast is toezicht te houden op het beheer en de vereffening van het faillissement en de verrichtingen ervan te bespoedigen.

    Zowel de gefailleerde, de curator als derden kunnen verhaal aantekenen bij de rechtbank van koophandel tegen de beschikkingen van de rechter-commissaris.

  22. (art. 73 en 75 e.v. faillissementswet)
    De faillissementsprocedure kan op twee manieren worden afgesloten: (1) de summiere rechtspleging tot sluiting van het faillissement of (2) de afsluiting van het faillissement door vereffening.

     

    Het eerste geval (art. 73 faillissementswet) komt voor als de curator vaststelt dat er niet genoeg actief is (om de vermoedelijke kosten van beheer en vereffening te dekken). De rechtbank zal die sluiting van de verrichtingen van het faillissement enkel uitspreken op verzoek van de curator en nadat de gefailleerde behoorlijk is opgeroepen. De sluiting van het faillissement wegens ontoereikend actief is definitief, het is onmogelijk om het faillissement te heropenen. Het gevolg van zo’n vonnis is dat de gefailleerde opnieuw aan het hoofd wordt geplaatst van zijn vermogen en dat de curator wordt afgezet. De schuldeisers herwinnen hun recht om individueel rechtsvorderingen in te stellen tegen de persoon en de goederen van de gefailleerde, behalve als de gefailleerde verschoonbaar werd verklaard.

    In het tweede geval vindt er een vereffening plaats waardoor de curator het actief ‘realiseert’. Daarmee bedoelt de wetgever dat het actief omgezet wordt in in geld, bijvoorbeeld door :

    1. de verkoop van goederen
    2. het innen van schuldvorderingen
    3. het aangaan van dadingen (dit zijn overeenkomsten waarmee partijen een einde maken aan een betwisting, meestal door allebei iets toe te geven)

    De opbrengst daarvan verdeelt hij onder de schuldeisers. Bij de verkoop van goederen is er wel wettelijk voorzien dat de schuldeisers of de gefailleerde (!) die menen dat hun rechten benadeeld worden door een voorgenomen verkoop van activa, in kort geding de aanstelling kunnen vragen van een curator ad hoc (art. 75§3). Die aangestelde curator kan dan aan de rechtbank vragen de verkoop te verbieden indien de verkoop indruist tegen de belangen van de gefailleerde. Dit is wel enkel mogelijk bij de verkoop van goederen. Wanneer de curator schuldvorderingen int of dadingen aangaat is er geen verzet mogelijk door de gefailleerde!

    Het bedrag van het actief van de gefailleerde wordt onder de schuldeisers verdeeld naar evenredigheid van hun vorderingen en na aftrek van de kosten en uitgaven voor het beheer van de failliet boedel, van de uitkeringen tot levensonderhoud aan de gefailleerde en zijn gezin en van hetgeen aan de bevoorrechte schuldeisers betaald is (art. 99 faillissementswet). Vooraleer er wordt overgegaan tot de uitbetaling van de schuldeisers is er eerst nog de ‘vergadering van rekeninggeving’ (art. 79 en 80 faillissementswet). De rechter-commissaris belegt die vergadering en roept de gefailleerde en de schuldeisers op. Op die vergadering worden de rekeningen en de staat van kosten en ereloon van de curator besproken. De goedkeuring van de rekeningen betekent kwijting ten voordele van de curator. Indien er betwisting is, zal het de rechtbank van koophandel zijn die de knoop doorhakt en zodoende de sluiting van het faillissement beveelt.

    Het gevolg van het afsluiten van het faillissement door vereffening is niet alleen dat de curator en rechter-commissaris definitief worden ontheven van hun taak en dat het faillissement definitief wordt gesloten, maar ook dat de gefailleerde terugkeert in het bezit van zijn vermogen en dat de buitenbezitstelling afgelopen is. Indien de gefailleerde niet-verschoonbaar is verklaard krijgen de schuldeisers opnieuw het recht individueel hun schuldvorderingen uit te voeren tegen de persoon en het vermogen van de gefailleerde! Als de gefailleerde verschoonbaar werd verklaard kunnen de schuldeisers hun schuldvorderingen niet meer uitvoeren tegen de persoon van de gefailleerde.

    Het is de rechter-commissaris die aan de rechtbank mededeling doet van de beraadslaging van de schuldeisers over de verschoonbaarheid van de gefailleerde en die verslag uitbrengt over de sluiting van het faillissement. Zowel de curator als de gefailleerde worden gehoord door de rechtbank over de verschoonbaarheid.

  23. (art. 79-83 en 109-110 faillissementswet)

    Korte inhoud.De rechtbank sluit een faillissement af met een sluitingsvonnis.

    • Voor zover het gaat over een faillissement van een persoon die werkte zonder vennootschap kunnen de schuldeisers in principe vanaf dan de betaling van het onbetaalde gedeelte van hun schuld weer opeisen. Maar, als het sluitingsvonnis de verschoonbaarheid toestaat, gaat de spons over de afdwingbaarheid van alle nog resterende schulden. In dat geval kunnen de schuldeisers de ondernemer na faling niet meer vervolgen voor de schulden van vóór het faillissement. Verschoonbaarheid is dus een belangrijk voordeel dat toelaat met een schone lei te herbeginnen.
    • Een gefailleerde rechtspersoon (vennootschap) kan onmogelijk verschoonbaar worden verklaard. Veel vonnissen van afsluiting van faillissementen van vennootschappen bevatten een weigering van de verschoonbaarheid, maar dit wijst helemaal niet op een fout of kwade trouw. Dit is louter een toepassing van het artikel dat verschoonbaarheid van rechtspersonen verbiedt.
    Verschoonbaarheid is de regel. De faillissementswet schrijft voor dat de rechter alle gefailleerden die "ongelukkig en te goeder trouw" zijn geweest, verschoonbaar moet verklaren. Dit betekent dat de handelaar het faillissement niet bewust uitgelokt heeft en dat hij ook geen bedrieglijke of strafbare handelingen gesteld heeft die verband houden met het faillissement. De verschoonbaarheid zorgt er voor dat een ondernemer na faling opnieuw kan leven zonder schuldenlast.
    Het is niet strikt vereist dat je verschoonbaar verklaard bent om opnieuw als zelfstandige te starten. Opnieuw starten is namelijk altijd mogelijk, behalve wanneer een beroepsverbod opgelegd wordt. Omwille van inmiddels afgeschafte regels menen velen nu nog dat alle gefailleerden levenslang met een beroepsverbod gestraft worden. Dat klopt dus niet.
     
    Bereikbaar en betrouwbaar. Op dit ogenblik is de verschoonbaarverklaring de regel en niet -zoals vroeger- een gunst. De rechter moet zijn eventuele weigering motiveren.
    Een gefailleerde heeft er dus groot belang bij om de regels van het faillissement correct te volgen en zich ver te houden van ongeoorloofde praktijken, zoals het laten verdwijnen van eigendommen van de zaak, van jezelf of van je huwelijksgemeenschap. Je mag ook niet verhuizen of een tijd in het buitenland verblijven zonder de curator in te lichten. Ook je gebrek aan medewerking aan de afwikkeling van het faillissement en een twijfelachtige boekhouding kunnen in bepaalde gevallen een reden zijn om de verschoning te weigeren.
    Verkeerde inschattingen , slechte conjunctuur, wegblijvende klanten, ziekte, straatwerken, onvoldoende inzicht in het beheer van een onderneming, gebrekkige vakkennis of ervaring zijn daarentegen geen redenen om de verschoning te weigeren. De laatste jaren staan de rechtbanken de verschoonbaarheid vlot toe. Ze weigeren ze slechts uitzonderlijk. Dyzo verheugt zich over deze evolutie die ruimte schept voor inzet van schaarser wordend talent en die de uitstroom uit het ondernemerschap humaniseert.
     
    Aanvraag. Het vonnis dat het faillissement afsluit moet een uitspraak over de verschoonbaarheid van de gefailleerde bevatten. Er verloopt meestal meer dan 1 jaar tussen het vonnis dat het faillissement uitspreekt en het vonnis dat het faillissement afsluit. Als een ondernemer na faling daar niet wil op wachten kan hij zijn verschoonbaarheid (ten vroegste 6 maand na faillissement) aanvragen bij de rechtbank van koophandel. Deze aanvraag kan door een advocaat, maar ook door een particulier gedaan worden door middel van een verzoekschrift. Er is geen verplicht model voor dit verzoekschrift, bovendien dient het niet aan speciale vormvoorschriften te voldoen. Wat moet daar dan wel in staan ? Naast je vraag om verschoonbaar verklaard te worden moet je als gefailleerde wel minstens de identiteitsgegevens, om welk faillissement het gaat en de gegevens van de curator vermelden. Dit verzoek kan gratis worden ingediend. Je neemt wel best eerst contact op met de curator zodat hij de algemene vergadering van de schuldeisers kan samenroepen vooraleer er een uitspraak komt over de verschoonbaarheid.
    De curator moet advies geven over het toekennen van de verschoonbaarheid. Daarom moet de aanvraag binnen zijn vooraleer hij de sluitingsvergadering gehouden heeft, zodat hij de mening van de schuldeisers kan vragen. Lees het vonnis waarin uitspraak gedaan wordt over de vervroegde verschoonbaarheid nauwkeurig na. Het kan namelijk zijn dat de de verschoonbaarheid onmiddellijk uitwerking heeft of pas van kracht wordt bij afsluiting van het faillissement. De rechtspraak is op dit punt namelijk verdeeld. Voor handelaars (en hun echtgenoten) die na hun faling met loonbeslag te maken kregen is het natuurlijk van groot belang te weten wanneer dit beslag stopt.
     
    Gevolgen Eénmaal de verschoonbaarheid uitgesproken kunnen geen vorderingen meer ingesteld worden door de schuldeisers, dat geldt ook wanneer de RSZ of de fiscus (belastingen) je schuldeiser is. Dit wil zeggen dat je de schuldvordering ingesteld na de verschoonbaarheid, kunt weigeren te betalen. Let wel goed op wat je doet na verschoonbaarverklaring :
    • De schuld is niet verdwenen door verschoonbaarheid. Dat betekent dat de schuldeiser nog steeds vriendelijk mag vragen om betaald te worden, en als de ondernemer na faling zo goed is om te betalen, is die betaling ook geldig en niet terugvorderbaar.
    • Schuldeisers die een verschoonde ondernemer na faling een betalingsverbintenis laten tekenen verwerven daarmee opnieuw de mogelijkheid om een betaling af te dwingen.
    • De verschoonbaarheid zorgt ervoor dat ook je sociaal verzekeringsfonds de betaling van sociale bijdragen van vóór de faling niet meer kan afdwingen. De periodes waarover de sociale bijdragen niet betaald werden, leveren wel geen sociale rechten op. Met name als je aanspraak wil maken op ziekteuitkeringen of op terugbetaling van ziektekosten van jezelf of van je personen ten laste, kan het nodig zijn toch gerichte betalingen te doen om deze rechten vrij te maken. Vaak zijn er alternatieven om toch rechten te verwerven zonder betaling aan het sociaal verzekeringsfonds. Klik hier voor meer info over het deblokkeren van sociale rechten in financieel moeilijke situaties.
    • Schuldeisers die een loonbeslag lopen hebben moeten daarmee stoppen na verschoonbaarverklaring. Wat ze naarna toch nog in beslag nemen is wel terugvorderbaar. Dat kan bij aangetekend schrijven aan de schuldeiser.
     
    Vanaf 28/8/8 kan ook de ex- echtgeno(o)t(e) van de gefailleerde mee genieten van de verschoonbaarheid. De personen die zich gratis persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefailleerde (‘borg’) kunnen ook bevrijd worden van hun aansprakelijkheid, maar daar is een aparte procedure voor. Zie verder.
     
    Sedert eind 2010 is er rechtspraak die de voordelen van de verschoonbaarheid ook toekent aan een wettelijk samenwonende partner. (pdf, 1.67 MB)

     

    Procedures

    Officieel heet de sluitingsvergadering de ‘vergadering van rekeninggeving’. Op die vergadering worden de rekeningen en de staat van kosten en ereloon van de curator besproken. De rechter-commissaris belegt die vergadering en roept de gefailleerde en de schuldeisers op. De schuldeisers mogen op die vergadering hun advies geven over de verschoonbaarheid van de gefailleerde. Na die vergadering beslecht de rechtbank de eventuele geschillen betreffende de rekeningen, roept ze de (1) gefailleerde, (2) de schuldeisers die een persoonlijke zekerheidsstelling genieten en (3) de personen die zich gratis persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefailleerde (‘borg’) op en beveelt ze de sluiting van het faillissement. De rechter-commissaris doet aan de rechtbank mededeling van de beraadslaging van de schuldeisers over de verschoonbaarheid en brengt verslag uit over de omstandigheden van het faillissement. De curator en de gefailleerde worden in de raadkamer gehoord over de verschoonbaarheid en over de sluiting van het faillissement.

    De gefailleerde wordt door de griffier op de hoogte gebracht va het vonnis tot sluiting. Indien de schuldeisers zich niet neerleggen bij de beslissing tot verschoonbaarheid, kunnen ze een rechtsmiddel instellen: “De beslissing over de verschoonbaarheid is vatbaar voor derdenverzet bij wijze van een dagvaarding die de individuele schuldeisers binnen een maand te rekenen van de bekendmaking van het vonnis tot sluiting van het faillissement ervan aan de curator en aan de gefailleerde kunnen doen."

  24. De verschoonbaarheid onder de oude faillissementswet van 1851 heeft behoudens de term “verschoonbaarheid” niets gemeen met de verschoonbaarheid bedoeld in de Wet van 8 augustus 1997. Het was ongetwijfeld beter geweest had de wetgever een andere term gebruikt, om elke verwarring te vermijden.

    De verschoonbaarheid onder de oude faillissementswet betrof de afschaffing van gevangenisstaffen voor burgerlijke en handelsschulden, mogelijk gemaakt bij Wet van 27 juli 1871. Staat dus in een vonnis van sluiting van faillissement - dat dateert van vóór de inwerkingtreding van de wet van 8/8/1997 - dat de gefailleerde verschoonbaar wordt verklaard, dan betekent dit louter de symbolische bevestiging dat er geen gevangenisstraf uitgesproken wordt omwille van het failliet.  (zie ook Cass 24 maart 2005).

    Wie anno 2009 nog vervolgd wordt omwille van schulden die te maken hebben met de oude faillissementswet kijkt dus best na of de vordering nog niet verjaard is of zoekt zijn toevlucht in een collectieve schuldenregeling.
     
    Beleidsaanbeveling (pdf, 172 KB). Tussenstap stelt voor om een procedure in te stellen om bevrijding van deze oude schulden mogelijk te maken, maar het is nog wachten op de realisatie hiervan.
     
     
  25. (art 96-98 faillissementswet)

    De curator heeft de bevoegdheid de goederen uit het gemeenschappelijk vermogen en het eigen vermogen van de gefailleerde te verkopen zonder toestemming van de andere echtgeno(o)t(e) en zonder rechterlijke machtiging, bijvoorbeeld de gezinswoning, behoudens een aantal uitzonderingsgevallen vb. de echtgenote oefent de beroepsactiviteit uit in de gehuurde gezinswoning.

    De beroepsinkomsten van de gefailleerde zijn binnen bepaalde grenzen vatbaar voor beslag. Als het gaat over een huwelijk met gemeenschap van goederen (het veel verspreide wettelijke stelsel) dan geldt dit ook voor de beroepsinkomsten van zijn echtgenoot .

    Goederen van het eigen vermogen van de echtgeno(o)t(e) van de gefailleerde kunnen niet in de failliete boedel belanden. Er is dan ook geen gevaar dat de schuldeisers of de curator er mee zullen gaan lopen.

    Indien het huwelijksvermogenstelsel wordt ontbonden in de periode tussen de faillietverklaring en de sluiting van het faillissement, kunnen noch de curator, noch de echtgenoot van de gefailleerde aanspraak maken op de voordelen die in het huwelijkscontract zijn bepaald (bijvoorbeeld de bepaling ‘de gehele gemeenschap valt toe aan de langstlevende echtgeno(o)t(e)’, of schenkingen bij huwelijkscontract die werken na de ontbinding,…).

    Let wel, dit is theorie. In de praktijk kan de deurwaarder alles wat zich in de verblijfplaats van een gefailleerde handelaar bevindt, in beslag nemen, zich baserend op het principe dat bezit het vermoeden vormt van eigendom. Dit is zeer vervelend voor al wie onder een dak woont met een handelaar, want die moet zich dan snel gaan weren tegen de feitelijke inbeslagname in de hoop dat het nog niet te laat is. Lees hier meer over.

    De echtgeno(o)t(e) van gefailleerden kan mee genieten van de verschoonbaarheid van de gefailleerde.

    De ex- echtgeno(o)t(e) van de gefailleerde komt ook in aanmerking voor verschoonbaarheid vanaf 28/8/8. Lees hier meer over.

    De wettelijk samenwonende partner van de gefailleerde komt ook in aanmerking voor verschoonbaarheid sedert een arrest van 18/11/2010. Lees hier meer over.

    De echtgeno(o)t(e), de ex-echtgeno(o)t(e), de wettelijk samenwonende partner, maar ook familie en vrienden van de gefailleerde hebben zich soms persoonlijk borg gesteld voor  een lening aangegaan door de gefailleerde. In zo'n geval voorziet de wet op bepaalde voorwaarden en via een specifieke procedure in bevrijding van die borgstelling. Lees meer hierover.

  26.  (art 72bis, 72ter  en 80 faillissementswet; art 2043bis Burgerlijk Wetboek)
    Beperking: De gevolgen voor iemand die zich borg had gesteld voor een eenmanszaak of een vennootschap die failliet werd verklaard, werden door wetswijzigingen in 2002 en 2005 gevoelig veranderd. De hieronder beschreven gevolgen zijn dus niet integraal van toepassing op faillissementen afgesloten vóór 7 februari 2006, einde van de overgangsregeling die in de wet werd voorzien. Sinds de wetswijziging van 2005 staat de vraag van de bevrijding van de borg los van de vraag naar de verschoonbaarheid van de gefailleerde. (Enkel voor technici : onder voorbehoud van de regels opgenomen in de overgangsregeling van de wet van 20 juli 2005 is het zo dat niet enkel borgen kunnen bevrijd worden, maar ook alle andere persoonlijke zekerheidsstellers: de co-debiteur of hoofdelijke medeschuldenaar tot zekerheid, de overgedragen medeschuldenaar (delegatie), de garant en de avalgever.)
     
    Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen een zakelijke en een persoonlijke borg.
    • Een zakelijke borg is iemand die op een bepaald goed of bepaalde goederen (bijvoorbeeld een woning, een aantal kasbons,…) een zakelijk zekerheidsrecht vestigt voor iemand anders zijn schulden. De zakelijke borg is ALTIJD aansprakelijk indien de gefailleerde zijn verplichtingen tegenover zijn schuldeiser niet heeft nagekomen, ook al werd de verschoonbaarheid toegekend aan de gefailleerde! De aansprakelijkheid is natuurlijk wel beperkt tot de zaak waarmee hij zich zakelijk borg heeft gesteld. Zo kan iemand die bijvoorbeeld een hypotheek of een pand (dat zijn zakelijke zekerheden) toestaat op zijn (on)roerend goed, enkel voor dat goed aansprakelijk worden gesteld.
    • Een persoonlijke borg is iemand die heel zijn vermogen als waarborg stelt voor de betaling van de schulden van iemand anders. Persoonlijke borgen zijn in principe ook aansprakelijk, ondanks de verschoonbaarheid van de gefailleerde, maar er is een uitzondering mogelijk voor persoonlijke borgen die zich kosteloos borg hebben gesteld!

    Kosteloosheid Wanneer kan men nu precies spreken van een ‘kosteloze borgstelling’? Hoewel de wet het begrip kosteloos niet uitlegt, heeft de hoogste rechter, het hof van Cassatie, in het arrest van 26 juni 2008 dat begrip geïnterpreteerd als belangeloos. Er mag dus geen direct of indirect persoonlijk belang zijn voor de borgsteller. Een zaakvoerder, bestuurder of aandeelhouder die zich borg heeft gesteld voor zijn eigen vennootschap kan volgens deze rechtspraak dus nooit beweren dat hij zich kosteloos borg heeft gesteld want hij/zij haalt inkomen uit de vennootschap. Er zijn al gerechtelijke uitspraken geweest (van een minderheid van de rechters) waarbij borgstellers ook bestuurder of vennoot waren in de vennootschap waar ze zich borg voor hadden gesteld en toch bevrijd werden omdat ze in de periode dat ze bestuurder/vennoot waren nooit enige vergoeding, concrete tegenprestatie hebben gekregen. Men keek dus naar de daadwerkelijk genoten inkomens en voordelen en niet naar het belang, de intentie om inkomens te verwerven. Gegeven de recente cassatierechtspraak is het onwaarschijnlijk dat een lagere rechter nog andersluidende uitspraken zal wagen. Je weet dit wel nooit 100% zeker, elke rechter is nu eenmaal vrij in zijn interpretatie en oordeel.

    Vanaf 01/12/2007 treedt er wel een wet in werking (art. 2043bis e.v. van het Burgerlijk Wetboek) die van toepassing is op de kosteloze borgtochten gesloten vanaf die datum. Deze wordt als volgt gedefinieerd : “kosteloze borgtocht: de handeling waarmee een natuurlijke persoon kosteloos een hoofdschuld verzekert ten gunste van een schuldeiser. De kosteloze aard van de borgtocht slaat op het ontbreken van enig economisch voordeel, zowel rechtsreeks als indirect, dat de borg kan genieten dankzij de borgstelling.” Deze definitie lijkt dus in de lijn te liggen van de interpretatie door cassatie, en biedt ook weinig hoop voor zaakvoerders die zich borg stelden voor hun eigen vennootschap.
     
    Hoe komt die bevrijding (vrijstelling) tot stand ? De curator(en) sturen een aangetekende brief naar de personen die zich kosteloos persoonlijk borg hebben gesteld. Daarin wordt hen gewezen op de mogelijkheid tot vrijstelling. Om als borg bevrijd te worden, moet die persoon die zich kosteloos borg heeft gesteld voor de gefailleerde bij de griffie van de rechtbank van koophandel een verklaring neerleggen waarin hij/zij bevestigt dat zijn/haar verbintenis niet in verhouding met zijn/haar inkomsten en patrimonium is. Als er geen aanvraag is, komt er dus geen bevrijding !
     
    Wat moet er allemaal in die verklaring staan? De verklaring bevat de identiteit, het beroep en de woonplaats van de betrokkene. Bij de verklaring moeten de volgende documenten gevoegd worden:
    - de kopie van de laatste aangifte in de personenbelasting,
    - een overzicht van alle activa of passiva die het patrimonium vormen
    - elk ander stuk dat van aard is om precies de staat weer te geven van zijn/haar bestaansmiddelen en lasten
     
    Voor de sluitingsvergadering ! Er is geen termijn bepaald waarbinnen de verklaring dient te worden afgelegd. Deze verklaring dient best zo snel mogelijk te gebeuren en aangezien de uitspraak over de eventuele bevrijding van de kosteloze borg ten laatste zal gebeuren bij de afsluiting van de faillissementsprocedure moet de verklaring dus zeker neergelegd worden vóór de sluitingsvergadering.
     
    Inspraak en bevrijding vragen Vooraleer uitspraak te doen over de bevrijding, zal de rechtbank wel via een gerechtsbrief de borgsteller, de betrokken schuldeiser en de gefailleerde oproepen en ze horen. Zo kan de borgsteller zijn eventuele opmerkingen nog mondeling kwijt aan de rechter. Indien de borgsteller vreest dat de afwikkeling van het faillissement heel lang kan duren, kan hij/zij vanaf de 6de maand na de datum van het vonnis van faillietverklaring de rechtbank verzoeken om uitspraak te doen over de bevrijding. Zo kan de borgsteller vrij snel zekerheid hebben over zijn lot (bevrijd of niet) terwijl het faillissement nog niet volledig afgesloten is.
     
    Voorwaarden Er zijn wel twee wettelijke voorwaarden voor de kosteloze borgen om vrijgesteld te worden.
    • de verbintenis mag niet in verhouding staat met de inkomens en het patrimonium. Vooral die eerste voorwaarde (wanverhouding verbintenis - vermogen) is voor interpretatie vatbaar en in elk arrondissement passen de rechtbanken van koophandel het al wat anders toe. Toch mag men er bijvoorbeeld van uitgaan dat er een wanhouding is wanneer de borgsteller een zeer laag inkomen heeft en men de gezinswoning zou moeten verkopen om de schuld te betalen of men de schuld enkel op een heel lange termijn zou kunnen aflossen.
    • de kosteloze borg mag zijn onvermogen niet frauduleus georganiseerd hebben. 
     
    Beperking Enkel natuurlijke personen die zich kosteloos zeker hebben gesteld, kunnen bevrijd worden. Rechtspersonen komen hiervoor niet in aanmerking (bijvoorbeeld een moedervennootschap die zich borg stelt voor de schulden van een dochtervennootschap).
  27. Als er een persoonlijke borgstelling is gebeurd kan de schuldeiser kort na het faillissement GEEN loonbeslag uitoefenen. Hij kan wel een vonnis bekomen om die borgstelling te kunnen afdwingen, maar de uitvoering van dat vonnis (via loonbeslag) is krachtens art. 24bis van de faillissementswet opgeschort tot er een vonnis is dat de  faillissementsprocedure afsluit.

    Beperking: dit is enkel bij een eenmanszaak van toepassing. Een borgsteller van een vennootschap kan wel direct aangesproken worden.

  28. Goede vraag, eigenlijk. Ondernemers hebben het talent dat Vlaanderen hard nodig heeft. Een faling doet daar niets van af. Er zijn twee wegen te bewandelen : advies over hoe je specifieke sociale, financiële en juridische moeilijkheden voor herstarters kunt overwinnen en coaching die peilt naar je wezenlijke troeven en hoe je die het best kunt in de markt zetten of wat je afremt daarin.

    1. advies na faling (altijd kosteloos bij Dyzo en Boeren op een kruispunt)
    2. loopbaancoaching voor ondernemers is ook na faling zeer nuttig (Kosteloos voor werkenden, het mag ook als werknemer zijn)
    3. Er is gelukkig wel een kosteloos coachingaanbod voor 50 plussers (pdf, 731 KB). (Herstarters zijn immers ook starters.)
  29. Wie uitkijkt naar een nieuwe activiteit, en op een of andere manier nog hinder ondervindt van een faling in zijn/haar c.v., kan bij Tussenstap terecht. We geven kosteloos advies en kunnen je in contact brengen met andere, meer gespecialiseerde spelers zoals :

    1. Zenitor loopbaancoaching (zet de motor van je zaak op scherp)
    2. startersGPS (een kosteloze online tool van Zenito sociaal verzekeringsfonds)
    3. het ondernemersloket Zenito (voor de startformaliteiten)
    4. de UNIZO startersservice en de projecten "go4business" (individuele begeleiding) en overnamecoach
    5. Syntra -project "maak werk van je zaak" waar je een aan advies te besteden "rugzakje" kunt meekrijgen
    6. VDAB (arbeidsbemiddeling, beroepsopleiding)
    7. senior consultants Vlaanderen
    8. Hefboom en Microstart

    Er is nog veel meer. Elke steun voor opleiding, werk vinden of herstarten met een zaak is immers welkom.


    Wat kan het sociaal interventiefonds (deel van de VDAB) voor een gefailleerde doen ?

    Wat bijna niemand weet is dat ook de ondernemer van een failliet verklaard bedrijf op kosten van het sociaal interventiefonds van de VDAB begeleiding naar een job als werknemer kan krijgen. De curator moet de aanvraag indienen bij het sociaal interventiefonds. Een ondernemer moet na zijn faillissement de curator warm maken voor dergelijk initiatief, als die niet spontaan stappen in die richting zet. Ook de werknemers en de vakbonden zijn vaak vragende partij voor deze tussenkomst.

    Klik op sociaal interventiefonds voor meer info, of klik hier om te mailen naar het sociaal interventiefonds van de VDAB. Hun folder is hier downloadbaar (pdf, 119 KB). Die is wel uitsluitend op werknemers gericht.

    In 2000 werd het herplaatsingsfonds opgericht. Op 1 maart 2009 werd het herplaatsingsfonds omgedoopt in het sociaal interventiefonds (VDAB). De wettelijke basis voor toegang voor ondernemers tot het sociaal interventiefonds ligt in onderstaand besluit , artikel 2 dat luidt als volgt : "De activiteiten die kunnen bijdragen tot de herplaatsing van de werknemers, hebben betrekking op outplacementbegeleiding, of opleiding die nodig is voor het behoud en de versterking van de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt, en op certificering van verworven competenties.
    De volgende personen worden als met werknemers gelijkgestelde personen beschouwd :
    1° de gefailleerde zelfstandigen;
    2° de helpers van de gefailleerde zelfstandigen;..."

    Het besluit is hierna downloadbaar gemaakt voor belangstellenden.
    18 MAART 2011. - Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van artikel 5, § 1, 2°, e), van het decreet van 7 mei 2004 (pdf, 123 KB) tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.

     

  30. Een gefailleerde (natuurlijke persoon - eenmanszaak) die verschoonbaar wordt verklaard kan niet meer vervolgd worden door de schuldeisers van de vóór het faillissement ontstane schulden. De verschoonbaarheid heeft dus grote gevolgen voor de gefailleerde: hij/zij kan niet meer aangesproken worden voor de restschulden die overblijven na het afsluiten van het faillissement en start dus met een propere lei.

    Ook de echtgeno(o)t(e) van de gefailleerde die persoonlijk aansprakelijk is voor bepaalde van die schulden (hetzij wettelijk doordat ze niet met scheiding van goederen getrouwd waren, hetzij contractueel doordat ze bepaalde contracten mee tekende) wordt door de verschoonbaarheid van de echtgenoot automatisch bevrijd. Maar er bestond een probleem voor de ex-echtgeno(o)t(e): wanneer het vonnis van de echtscheiding geakteerd werd bij de burgerlijke stand vóór de verschoonbaarheid van het faillissement werd uitgesproken, dan konden de schuldeisers de ex-echtgeno(o)t(e) blijven achtervolgen. Wanneer er tijdens de afwikkeling van de faillissementsprocedure onenigheid ontstond tussen de echtgenoten, had de echtgeno(o)t(e) van de gefailleerde er dus vreemd genoeg belang bij dat de echtscheiding pas werd afgerond na het afsluiten van het faillissement.
     
    De wetgever heeft deze onrechtvaardigheid vanaf 28/8/2008 ongedaan gemaakt. Uitspraken over verschoonbaarheid die dateren vanaf 28/08/2008 gelden ook voor de ex-echtgeno(o)t(e), ongeacht het tijdstip waarop de echtscheiding wordt uitgesproken. Indien de gefailleerde verschoonbaar wordt verklaard is ook diens ex-echtgeno(o)t(e) voortaan automatisch verlost van de restschulden.
     
  31. (art. 46 faillissementswet)

    De curatoren beslissen in het begin van hun opdracht of ze de overeenkomsten die gesloten zijn vóór het vonnis van faillietverklaring en waar het vonnis geen einde heeft aan gemaakt al dan niet verder uitvoeren. Voor de opzegging van de arbeidsovereenkomsten gelden bijzondere regels. Ook huurovereenkomsten kunnen niet zomaar in alle gevallen opgezegd worden. Voorbeeld: de echtgenote oefent haar beroepsactiviteit uit in de gehuurde gezinswoning.

    De curator is als bewaker van de belangen van de schuldeisers praktisch steeds verplicht de huur van de woning van een gefailleerde op te zeggen als een van zijn eerste acties. Dit is geen pestgedrag, dit heeft uitsluitend als bedoeling de schulden die in het faillissement vallen niet te laten aangroeien, en geen nieuwe bevoorrechte schulden te doen ontstaan.

    De gefailleerde is vrij om na de opzeg door de curator, onmiddellijk een daaropvolgend nieuw huurcontract af te sluiten voor diezelfde woning. De huurschuld die onstaat uit dat nieuwe contract behoort niet tot het faillissement en moet betaald worden met inkomsten die onstaan zijn na het faillissementsvonnis.

  32. (art. 12 en 17-21 faillissementswet)

    Ja. Men spreekt van een ‘verdachte periode’, of de periode waarin handelingen door de gefailleerde gesteld op verzoek van de curator niet-tegenstelbaar kunnen worden verklaard. Zo wou men handelingen blokkeren die gesteld waren juist voor het faillissement en er louter op gericht waren bepaalde delen van het vermogen aan het faillissement te onttrekken.

    Wat is nu die verdachte periode? Het vonnis van faillietverklaring bepaalt de dag waarop de gefailleerde ophield te betalen (de zogenaamde staking van betaling). De wet bepaalt als algemene regel dat de gefailleerde wordt geacht op te houden te betalen vanaf het vonnis van faillietverklaring. In de regel is er dus geen verdachte periode en kan de curator dus geen handelingen van vóór het faillissement ongedaan maken.

    Maar het tijdstip van staking van betaling kan toch worden vervroegd door de rechtbank wanneer deze ernstige en objectieve elementen aangeeft die aantonen dat de betalingen hebben opgehouden vóór het vonnis. Zodoende kan men een verdachte periode instellen die maximaal de 6 maanden voor het vonnis omvat.

    Artikel 17 van de faillissementswet bepaalt een aantal handelingen die automatisch worden verworpen door de rechter indien ze in de verdachte periode hebben plaatsgevonden. Een voorbeeld is wanneer men goederen in de verdachte periode gratis of zwaar onder de normale prijs heeft weggegeven. Alle andere handelingen die in de verdachte periode plaatsvonden kunnen worden verworpen door de rechter op voorwaarde dat (1) de handeling nadeel heeft berokkend aan de gezamenlijke schuldeisers en (2) de derde(n) kennis had, op de hoogte was dat de schuldenaar had opgehouden te betalen.

    Maar ook de rechtshandelingen die gesteld zijn meer dan 6 maanden voor het vonnis kunnen alsnog verworpen worden. Het is de curator die dan een vordering, de zogenaamde ‘faillissementspauliana’, zal instellen in het belang van alle schuldeisers. Er moeten wel twee voorwaarden vervuld zijn vooraleer de handeling zal verworpen worden: (1) de handeling moet nadeel berokkend hebben aan de gezamenlijke schuldeisers en (2) de derden zijn medeplichtig aan het bedrieglijk opzet.

  33. (art 8 faillissementswet)

    Ja. Men spreekt van de procedure van preventieve ontzetting en voorlopig beheer. Deze procedure kan geopend worden juist vóór het vonnis van faillietverklaring. Zo wou men de strijd aanbinden met malafide personen die juist vooraleer ze failliet werden verklaard hoopten alsnog een deel van hun vermogen aan het faillissement te onttrekken zodat de schuldeisers het nadien niet zouden kunnen claimen.

    Deze procedure kan enkel worden ingesteld wanneer het volstrekt noodzakelijk blijkt en wanneer bepaalde, gewichtige en met elkaar overeenstemmende aanwijzingen bestaan dat de voorwaarden van het faillissement voldaan zijn.

    Indien de voorzitter van de rechtbank van koophandel de procedure goedkeurt, verliest de schuldenaar het beheer van zijn goederen geheel of gedeeltelijk en worden er één of meer voorlopige bewindvoerders aangesteld.

  34. (art 60-61 faillissementswet en strafwetboek)

    Ja. In elk faillissement zijn de curatoren gehouden, binnen twee maanden na hun ambtsaanvaarding, aan de rechter-commissaris een memorie of kort verslag te overhandigen betreffende de vermoedelijke toestand van het faillissement, de voornaamste oorzaken, de omstandigheden ervan en de kenmerken die het vertoont. De rechter-commissaris maakt dit verslag over aan de Procureur des Konings.

    Op basis van dat verslag kan het parket oordelen de vervolging in te stellen. Maar ook gedurende de hele faillissementsprocedure moet een gefailleerde verplicht meewerken op straffe van gevangenisstraf en/of geldboete! In artikel 489 e.v. van het strafwetboek staat een opsomming van ‘misdrijven die verband houden met de staat van het faillissement’. Hieronder geven we de volledige lijst integraal uit het strafwetboek, maar we vatten eerst de meest belangrijke zaken die strafbaar zijn kort samen:

    Zelfstandigen die niet binnen de maand dat ze hebben opgehouden te betalen aangifte doen van hun faillissement (“de boeken neerleggen”, art. 489 bis, 4°)

    gefailleerden die geen gevolg geeft aan een oproeping van de rechter-commissaris of de curator of hen niet de vereiste inlichtingen verstrekken (art 489, 2°)

    gefailleerden die een adreswijziging niet meedelen aan de curator (art 489, 2°)

    gefailleerden die een deel van het actief hebben verduisterd of niet hebben opgegeven (art 489ter, 1°)

       Art. 489. Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van honderd frank tot honderdduizend frank of met een van die straffen alleen worden gestraft de kooplieden die zich in staat van faillissement bevinden in de zin van artikel 2 van de faillissementswet, of de bestuurders, in rechte of in feite, van handelsvennootschappen die zich in staat van faillissement bevinden, die :

      1° zonder voldoende tegenprestatie, ten behoeve van derden met inachtneming van de financiële toestand van de onderneming te aanzienlijke verbintenissen hebben aangegaan

      2° zonder wettig verhinderd te zijn, verzuimd hebben de verplichtingen gesteld bij artikel 53 van de faillissementswet na te leven.

      Art. 489bis. Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank of met een van die straffen alleen worden gestraft de personen bedoeld in artikel 489 die :

      1° met het oogmerk om de faillietverklaring uit te stellen, aankopen hebben gedaan tot wederverkoop beneden de koers of toegestemd hebben in leningen, effectencirculaties en andere al te kostelijke middelen om zich geld te verschaffen;

      2° verdichte uitgaven of verliezen hebben opgegeven of geen verantwoording hebben verschaft van het bestaan of van de aanwending van de activa of een deel ervan, zoals zij uit de boekhoudkundige stukken blijken op de datum van staking van betaling, en van alle goederen van welke aard ook, die zij naderhand zouden hebben verkregen;

      3° met het oogmerk om de faillietverklaring uit te stellen, een schuldeiser ten nadele van de boedel betaald of bevoordeeld hebben;

      4° met hetzelfde oogmerk, verzuimd hebben binnen de bij artikel 9 van de faillissementswet gestelde termijn aangifte te doen van het faillissement; wetens verzuimd hebben naar aanleiding van de aangifte van het faillissement de inlichtingen vereist bij artikel 10 van dezelfde wet te verstrekken; wetens naar aanleiding van de aangifte van het faillissement of naderhand, op de vragen van de rechter-commissaris of van de curators, onjuiste inlichtingen hebben verstrekt.

      Art. 489ter. Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank worden gestraft de in artikel 489 bedoelde personen die met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden :

      1° een gedeelte van de activa hebben verduisterd of verborgen;

      2° de boeken of bescheiden bedoeld in hoofdstuk I van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen, geheel of gedeeltelijk hebben doen verdwijnen; poging tot die wanbedrijven wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot drie jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank.

      Zij die zich aan die wanbedrijven of poging daartoe schuldig hebben gemaakt, kunnen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.

      Art. 489quater. De strafvordering terzake van de strafbare feiten omschreven in de artikelen 489, 489bis en 489ter wordt vervolgd los van enige vordering die bij de rechtbank van koophandel mocht zijn ingesteld. Nochtans kan de staat van faillissement voor de strafrechter niet worden betwist wanneer hij vastgesteld is bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing van de rechtbank van koophandel of van het hof van beroep aan het slot van een procedure waarbij de beklaagde partij was, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger van de gefailleerde vennootschap.

      Art. 489quinquies. Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank of met een van die straffen alleen worden gestraft zij die bedrieglijk :

      1° in het belang van de failliet verklaarde koopman of handelsvennootschap, zelfs zonder de medewerking van de koopman of van de bestuurders, in rechte of in feite, van de vennootschap, de activa geheel of ten dele wegnemen, verbergen of helen;

      2° verdichte of overdreven schuldvorderingen bij het faillissement indienen en bevestigen in eigen naam of door tussenpersonen.

      Art. 489sexies. Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank wordt gestraft de curator die zich schuldig maakt aan ontrouw in zijn beheer. Hij wordt daarenboven veroordeeld tot teruggave en schadeloosstelling die aan de boedel is verschuldigd. De schuldige kan bovendien veroordeeld worden tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.

      Art. 490. Alle arresten of vonnissen van veroordeling tot een gevangenisstraf, uitgesproken krachtens de artikelen 489, 489bis en 489ter, bevelen dat de beslissing op kosten van de veroordeelde bij uittreksel zal worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

      Het uittreksel bevat :

      1° de naam, de voornamen, de plaats en datum van geboorte, alsmede het adres en het inschrijvingsnummer in het handelsregister, van de veroordeelden en, in voorkomend geval, de handelsnaam of de benaming en de zetel van de faillietverklaarde handelsvennootschappen waarvan zij in rechte of in feite bestuurder zijn;

      2° de datum van het arrest of van het vonnis van veroordeling en het gerecht dat het heeft uitgesproken;

      3° de strafbare feiten die tot de veroordelingen aanleiding hebben gegeven en de uitgesproken straffen; wanneer, wegens eenheid van opzet, een enkele straf is uitgesproken uit hoofde van een van de voornoemde strafbare feiten en uit hoofde van andere strafbare feiten, vermelden de uittreksels alle strafbare feiten die met deze ene straf worden gestraft.

      Art. 490bis. Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die bedrieglijk zijn onvermogen heeft bewerkt en aan de op hem rustende verplichtingen niet heeft voldaan.

      Dat de schuldenaar zijn onvermogen heeft bewerkt, kan worden afgeleid uit enige omstandigheid waaruit blijkt dat hij zich onvermogend heeft willen maken.

      Ten aanzien van de derde die mededader of medeplichtig is, vervalt de strafvordering wanneer hij de hem overhandigde goederen teruggeeft.

  35. Een faillissement start met een vonnis dat verklaart dat persoon x of firma zus en zo failiet wordt verklaard. Daarna gaat de curator aan het werk, vereffent het faillissement en roept tenslotte de schuldeisers bijeen voor een afsluitingsvergadering. Daarop volgt een vonnis van sluiting van het faillissement, waarin ook vermeld staat of er verschoonbaarheid verleend werd. Dat vonnis wordt gedeeltelijk gepubliceerd in het Belgisch staatsblad. Op die manier is dus anoniem na te gaan of een welbepaald faillissement afgesloten is.

    Hoe vind je zoiets nu terug in het staatsblad ?

    1. surf naar het staatsblad
    2. kies uit Nederlands - Deutsch - Français
    3. kies rechtsboven "geavanceerd zoeken"
    4. geef in de lijn "Datum van publicatie " twee datums in, bijvoorbeeld 2009 01 01 en 2009 03 31. Kies datums die de periode aangeven waarin het vonnis zou kunnen afgesloten zijn. Dit mag ver uit elkaar liggen. Als je geen datums ingeeft, kan het ook lukken,  maar riskeer je te veel resultaten te krijgen.
    5. geef in de lijn "Woorden van tekst" de naam in van de onderneming in kwestie
    6. je kan in de lijn daaronder nog extra gegevens invoeren, zoals de vennootschapsvorm, om de opzoeking te verfijnen.
    7. klik op de knop "lijst" midden bovenaan.

    Als je geen lijst met resultaten krijgt zijn je zoekgegevens fout, of is er niets van opgenomen in het staatsblad. Volgens Graydon gebeurt het af en toe dat wettelijk verplichte publicaties om een of andere reden toch niet gebeuren. Je kan oefenen door in de lijn "Woorden van tekst" het woord "biopunt" in te geven en in de lijn daaronder "VOF". Als je het goed hebt gedaan, zie je dat de VOF biopunt op 8/1/2007 failliet werd verklaard en dat dit faillissement gesloten werd verklaard op 22/6/2009. Door in die lijst op de knoppen in de rechterkantlijn te klikken krijg je meer detail van het vonnis te zien.

    Om te herbeginnen, kies rechts bovenaan de knop "nieuwe opzoeking".

    Vóór 1 juni 1997 zijn de vonnissen niet online terug te vinden, dus moet er gebeld worden naar de griffie van de bevoegde rechtbank van koophandel om deze vraag te stellen. De rechtbank zal uit zo'n telefoontje niet concluderen dat er schuldeisers moeten verwittigd worden. De griffier zal wel vragen welk wettig belang de beller heeft bij de gevraagde informatie. Als je in het vonnis vermeld bent, heb je zo'n wettig belang, dus is dat geen echt probleem.

  36. Het handelsfonds, ook gekend als de drempel of de “zulle” is de waarde van de naambekendheid en van het klantenbestand van een zaak. Deze waarde is verkoopbaar, maar daarvoor moet er kort na het faillissement gehandeld worden. Zodra het faillissement in wijde kring bekend wordt, verliest de naam en het klantenbestand zijn commerciële waarde. Het is de techniek van de verkoop van het handelsfonds die ervoor zorgt dat een failliet bedrijf snel weer heropent, onder dezelfde handelsnaam, of onder een andere naam die verwijst naar de overname van het handelsfonds door een ander bedrijf. (vb. “oud huis Pimpermans”)

    Een voorbeeld : In de gazet van Antwerpen van 2 februari 2009 verscheen een artikel over het Zoerselse reisbureau Travel Lounge. Daaruit bleek dat na het faillissement van dit bureau op 12/2/9, het op hetzelfde adres en onder dezelfde naam heropend werd op 16/2/9, na een overname van naam en handelsfonds door Paradiso tours. Alle volstorte reissommen waren verzekerd, en het volstond de nieuwe uitbating van Travel Lounge onder het beheer van Paradiso tours een nieuwe vergunning te laten toekennen om onder dezelfde naam en vanop hetzelfde adres verder te werken. Klanten hoeven dus niets te merken van het faillissement van de zaak waar ze mee in zee zijn gegaan. Volgens de krant ging het initiatief voor deze overdracht van handelsfonds uit van de curator.

    Het behoort inderdaad tot de opdracht van de curator om de waarde van de failliete boedel te gelde te maken, en daarbij hoeft een curator zich niet te beperken tot materiële zaken, maar kan hij ook zaken zoals een handelsfonds, een octrooi, een uitvinding, een zelf ontwikkelde software verkopen.

    De gefailleerde ondernemer heeft er belang bij zich in te zetten voor de verkoop van het handelsfonds van zijn failliete zaak. Deze ondernemer is meestal ook beter dan de curator op de hoogte van de waarde van zijn zaak en van eventuele geïnteresseerden voor de overname. Meestal zijn dat de concurrenten uit de omgeving, maar het kunnen ook grotere groepen zijn die op zoek zijn naar uitbreiding van hun lokale netwerk.

    Omwille van het faillissement is het wel onmogelijk in deze op eigen houtje te handelen. Een zakelijk overleg met de curator, die wel gemachtigd is om deze kwestie juridisch te regelen, is aangewezen. Door deze stap te zetten naar de curator zorgt de gefailleerde ervoor dat er inkomsten zijn die de schuldeisers ten goede komen, levert hij de curator een bewijs van goede trouw, en zorgt hij dat zijn vroegere cliënteel zo weinig mogelijk hinder ondervindt van het faillissement. Onmiddellijk na het faillissement gaan samenwerken met de curator is emotioneel soms wel een grote stap, maar het is vanuit zakelijk oogpunt wel het overwegen waard.

  37. Het sociaal interventiefonds betaalt de outplacementbegeleiding voor personen ontslagen in een bedrijf dat in financiële moeilijkheden verkeert of dat failliet gaat. Tijdens de outplacementbegeleiding krijgt de deelnemer hulp in de zoektocht naar ander werk. Dit kan zowel leiden naar een nieuwe job als loontrekkende of als ondernemer. Onder bepaalde voorwaarden worden ook de kosten terugbetaald voor opleiding als onderdeel van de begeleiding.

    Het is belangrijk dat het bedrijf of de vestiging gelegen is in het Vlaamse gewest. Het is de werkgever of zijn wettelijke vertegenwoordiger (curator, vereffenaar, …) die de aanvraag moet indienen bij het sociaal interventiefonds van de VDAB.
    Mailen naar het sociaal interventiefonds.
    Meer info over voorzieningen voor werknemers (pdf, 119 KB) ontslagen door faillissement van hun werkgever.