Veelgestelde vragen

Categorie : Collectieve schuldenregeling
  1. De collectieve schuldenregeling is een procedure voor de arbeidsrechter die mensen met schuldoverlast toelaat via een afbetalingsregeling (vakterm = aanzuiveringsregeling) hun financiële toestand te herstellen. In de mate van het mogelijke moeten de schulden afbetaald worden. Ondertussen krijgt de schuldenaar een inkomen waarmee hij menswaardig kan leven. Deze werkwijze is geregeld in artikels 1675/2 t.e.m. 1675 van het Gerechtelijk Wetboek.


  2. De collectieve schuldenregeling staat niet open voor iedereen. Rechtspersonen (BVBA, GCV, VOF…) komen sowieso niet in aanmerking. Handelaars ook niet. Sommige zelfstandigen die geen handelaar zijn kunnen er wel beroep op doen, zelfs als ze zelfstandige blijven.
    De regeling wordt meest gebruikt door werknemers, mensen met een vervangingsinkomen (pensioen, werkloosheidsuitkering,…), ambtenaren,…
     
    Zelfstandige en handelaar worden vaak in één adem genoemd. Voor de wet zijn er wel belangrijke verschillen. Alle handelaars zijn zelfstandig, maar niet alle zelfstandigen zijn handelaars. Bijvoorbeeld, volgende beroepsactieven zijn wel zelfstandig, maar geen handelaar : vrije beroepen en bestuurders van een BVBA. (De BVBA is de handelaar, zijn zaakvoerder is geen handelaar.)
     
    Handelaars kunnen pas 6 maanden na de stopzetting van hun handelsactiviteiten of 6 maanden na de sluiting van het faillissement vragen om toegelaten te worden tot de collectieve schuldenregeling.
    Voor handelaars die hun schulden niet meer kunnen betalen heeft de wet de faillissementsprocedure voorzien. Ondanks zijn slechte faam, bevat de faillissementsprocedure toch een aantal elementen die handelaars kunnen aanzetten om hun schuldproblemen aan te pakken door hun boeken neer te leggen en niet te wachten tot ze in aanmerking komen voor collectieve schuldenregeling :
    • eenmanszaken kunnen verschoonbaarheid krijgen
    • kosteloze borgstellers kunnen bevrijd worden
    • de faillissementsprocedure neemt meestal 1 à 2 jaar in beslag. Collectieve schuldenregelingen duren vaak 7 jaar of meer.

    Handelaars zijn overigens strafrechtelijk verplicht hun boeken neer te leggen als ze met een onoplosbaar schuldenprobleem zitten. Handelaars hebben dus geen keuze tussen faillissement en collectieve schuldenregeling.

    Na een faillissementsprocedure zijn er soms nog restschulden die de gewezen handelaar nog geruime tijd achtervolgen :

    Voor die ex-gefailleerden is de collectieve schuldenregeling een tweede kans om aan een schuldenvrije toekomst te werken.
  3. Voorwaarden. Om in aanmerking te komen voor deze schuldenregeling moet voldaan zijn aan volgende voorwaarden.

    1. Het moet gaan om een natuurlijke persoon en dus geen handelaar.
    2. De schuldenaar dient zich in een situatie van duurzame schuldoverlast te bevinden. Tijdelijke financiële problemen zijn niet voldoende.
    3. Daarenboven mag de schuldenaar zichzelf niet “kennelijk onvermogend” hebben gemaakt. Zo mag hij bijvoorbeeld geen erfenis of werk weigeren om zijn schulden niet te moeten betalen.

    Er geldt een extra voorwaarde bij herroeping van een collectieve schuldenregeling. Als een schuldenaar zich niet gehouden heeft aan de voorwaarden bepaald door de rechter, inkomsten verborgen heeft of nieuwe schulden gemaakt heeft, kan de schuldenregeling herroepen worden door de arbeidsrechtbank. Na een herroeping kan de schuldenaar meestal 5 jaar lang geen nieuwe collectieve schuldenregeling meer krijgen.

  4. De regeling geldt zowel voor de particuliere als voor de beroepsmatige schulden. Alle schulden komen dus in aanmerking: achterstallen van alimentatie, hypothecaire leningen, fiscale schulden, schulden bij vrienden of familie, leveranciers van handelsgoederen of diensten aan bedrijven, RSZ, sociale bijdragen als zelfstandige…

  5. Niet alle zelfstandigen kunnen in collectieve schuldenregeling gaan, die regeling is voorbehouden voor niet-handelaars.

    Er zijn wel nogal wat ondernemers die zelf geen handelaar zijn, alhoewel hun zaak misschien wel handel drijft : de zaakvoerder , de werkende vennoten en de vennootschappelijke mandatarissen van een handelsvennootschap. Ook vrije beroepen worden meestal niet beschouwd als handelaars : apothekers, zelfstandige verpleegkundigen, artsen, advocaten, architecten, tandartsen, veeartsen enz.  en kunnen dus zonder wachttijd in collectieve schuldenregeling gaan als ze in een toestand van kennelijk onvermogen verzeilen.

    Handelaars kunnen pas 6 maanden na de staking van hun activiteit beroep doen op de collectieve schuldenregeling. In de meeste gevallen zijn de schulden ontstaan vóór de stopzetting van de zelfstandige activiteit. In dat geval moeten ze eigenlijk hun staking van betaling melden aan de rechtbank van koophandel die hen failliet zal verklaren. De faillissementsprocedure levert in de meeste gevallen een kortere maar ingrijpender oplossing voor de schuldenlast. Bespreek de mogelijkheid van collectieve schuldenregeling of faillissement best eerst met iemand die hier iets van kent vooraleer stappen te zetten. Dyzo helpt je graag kiezen.

    Niet handelaars die in een procedure collectieve schuldenregeling stappen en daarna hun zaak stopzetten (bijvoorbeeld doordat ze ander werk beginnen) kunnen aanspraak maken op een tijdelijke uitkeing, het overbruggingsrecht.  Je kan maximaal 12 maanden rekenen op deze uitkering. Vaak is er na zelfstandigheid nog recht op een werkloosheidsuitkering. Het overbruggingsrecht komt er maar als er geen recht is op andere uitkeringen.

  6. De collectieve schuldenregeling start door bij de arbeidsrechtbank een verzoekschrift in te dienen. De rechter gaat na of aan de voorwaarden voldaan is.

  7. Het opmaken van een verzoekschrift inzake collectieve schuldenregeling is niet eenvoudig. Een goede voorbereiding kan het verschil uitmaken tussen succes of mislukking van een aanvraag. Daarom raden we aan gebruik te maken van een van de drie volgende mogelijkheden :

    - een advocaat. Dit is veel voorkomend vrij beroep. Wil je een advocaat zoeken, of weten wat je kan doen als je middelen beperkt zijn ? Klik hier.

    - het OCMW. Dit is een openbare dienst, in elke gemeente is er wel een. Meer info ? Klik hier.

    - een CAW. Dit is een private instelling die in heel Vlaanderen voorkomt met een redelijke spreiding. Meer info ? Klik hier.

     
     
  8. De arbeidsrechtbank van de woonplaats van de schuldenaar is bevoegd.
    Vroeger moest men zich hiervoor wenden tot de rechtbank van eerste aanleg. Vanaf 1 september 2007 wordt elk nieuw dossier behandeld voor de arbeidsrechtbank. De lopende dossiers blijven tot 1 september 2008 onder de bevoegdheid van de rechtbanken van eerste aanleg.
    Op de zoekmachine onder volgende link kan iedereen snel de adressen en contactgegevens van de arbeidsrechtbanken in de omgeving vinden. Als de indeling in gerechtelijke arrondissementen u onbekend is, kan een telefoontje naar de griffie zekerheid brengen.
  9. De aanvraag tot collectieve schuldenregeling via de neerlegging van het verzoekschrift kost niets. De schuldenaar kan het verzoekschrift zelf neerleggen zonder tussenkomst van een advocaat, maar gezien de moeilijkheidsgraad van de procedure is die optie voorbehouden voor ingewijden.

  10. Volgens de wet moet de rechter in principe binnen de 8 dagen na het verzoek oordelen of de schuldenaar al dan niet in aanmerking komt voor de collectieve schuldenregeling. In de praktijk duurt het meestal wat langer dan 8 dagen. Indien de rechter de collectieve schuldenregeling toekent, zal de rechter een schuldbemiddelaar aanstellen die het beheer van de schuldenaar zijn inkomsten en goederen voor zijn rekening neemt. De rechter zal uit een lijst kiezen van schuldbemiddelaars. DIt zijn meestal advocaten, maar kunnen ook gerechtsdeurwaarders, notarissen, gerechtelijke mandatarissen, erkende OCMW's en erkende CAW's zijn.
    Er wordt van de toelating tot de collectieve schuldenregeling een bericht opgemaakt en dit wordt toegevoegd aan het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling.
     
    • Vanaf dan worden alle schuldeisers gelijk behandeld en mag niemand bevoordeeld worden. Hierop geldt 1 uitzondering voor de schuldenaar: hij mag zijn lopende schulden (bijvoorbeeld huurgeld of elektriciteit) verder blijven betalen en de alimentatie moet zelfs verder betaald worden.
    • De schuldenaar kan niet langer beschikken over zijn vermogen. Het vermogen bestaat uit alle goederen en rechten die de schuldenaar toebehoren op het ogenblik van de beschikking van de rechter, evenals de goederen en de rechten die hij tijdens de uitvoering van de collectieve aanzuiveringsregeling verkrijgt. Alle inkomens moeten overgemaakt worden aan de schuldbemiddelaar.
    • Het verder lopen van de interesten wordt opgeschort aangezien de schulden worden bevroren.
    • Bepaalde ‘uitvoerende beslagen [1] zijn niet meer mogelijk. Alle middelen van tenuitvoerlegging die strekken tot de betaling van een geldsom worden immers geschorst.
    • Uitzettingen uit de woning en de afsluiting van de stroomtoevoer blijven echter wel nog mogelijk.

    Vanaf de aanvaarding door de rechter mag de aanvrager, behoudens toestemming van de rechter :

    • Geen daad meer stellen die een ‘normaal vermogensbeheer’ te buiten gaat
    • Geen daad meer stellen die een schuldeiser zou bevoordelen, met uitzondering van de betaling van een onderhoudsschuld voor zover deze geen achterstallen betreft
    • Zijn onvermogen niet vergroten door bijvoorbeeld geld te lenen bij een bank

    Sinds 1 september 2013 wordt de toegang tot casino's, speelzalen en kansspelwebsites geweigerd aan personen die werden toegelaten tot de collectieve schuldenregeling.

     
    [1] Een uitvoerend beslag is een beslag dat gelegd wordt door een schuldeiser die een “uitvoerbare titel” heeft (bijvoorbeeld een vonnis). Dergelijk beslag heeft niet enkel een bewarende werking, maar kan uiteindelijk leiden tot de gedwongen verkoop van de in beslag genomen goederen.
  11. De schuldenaar ontvangt leefgeld van de schuldbemiddelaar. Er bestaan geen vaste regels voor de bepaling van het leefgeld. Dat varieert van schuldbemiddelaar tot schuldbemiddelaar.

     De wet voorziet voor personen die toegelaten worden tot een collectieve schuldenregeling minimumgrenzen voor het leefgeld. Het leefgeld moet minstens gelijk zijn aan het bedrag waarop geen beslag kan worden gelegd en dat niet kan worden overgedragen op basis van art.1409 e.v. Gerechtelijk wetboek. De schuldenaar kan schriftelijk instemmen tot minder leefgeld maar indat geval moet het leefgeld minstens gelijk zijn aan het leefloon (wat je zou krijgen van het OCMW als je geen inkomen hebt) verhoogd met de kinderbijslag.

    Het leefgeld mag horen zijn maar de schuldbemiddelaar moet altijd het doel van de CSR voor ogen houden en dat is in de mate van het mogelijke de schulden van de schuldenaar af te betalen.

    De schuldbemiddelaar moet tijdig het leefgeld betalen, hiervoor worden data afgesproken met de schuldenaar of worden deze bepaald in de minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsregeling.

    Voor meer uitleg en actuele bedragen van de grenzen van het loonbeslag, zie vraag 16 van de veel gestelde vragen over faillissement. Je vindt daar ook meer uitleg over welke goederen en uitkeringen in beslag mogen worden genomen en welke niet.

  12. De schuldbemiddelaar maakt aan de rechter een verslag over omtrent de stand van de procedure en haar verloop in de drie volgende gevallen:
    1. wanneer de rechter er om verzoekt
    2. Op het einde van de aanzuiveringsregeling
    3. Na verloop van elk jaar van de regeling.
    Het verslag werd niet aan de schuldenaar bezorgd maar lag wel gratis ter inzage bij de griffie van de arbeidsrechtbank voor wie in collectieve ging voorafgaand aan 23/4/12.
     
    Voor wie tot de collectieve schuldenregeling wordt toegelaten vanaf 23/4/12 gelden volgende nieuwigheden :
    - de inkomsten van de schuldenaar komen op een speciale rekening op naam van de schuldenaar, in plaats van op de rekening van de schuldbemiddelaar;
    - de schuldbemiddelaar moet ervoor zorgen dat de schuldenaar doorlopend op de hoogte kan zijn van de verrichtingen op en het saldo van die rekening;
    - de schuldbemiddelaar moet een kopie van zijn jaarverslag bezorgen aan de schuldenaar.
  13. De collectieve schuldenregeling kan mogelijk uit 3 fases bestaan, met name de minnelijke aanzuiveringsregeling, de gerechtelijke aanzuiveringsregeling en de totale kwijtschelding van schulden.
     
  14. In eerste instantie probeert de schuldbemiddelaar tot een minnelijke aanzuiveringsregeling te komen. Dit is een plan over hoe schulden afbetaald zullen worden.
    De schuldbemiddelaar onderhandelt met de schuldeisers omtrent een voorstel van zo'n minnelijke aanzuiveringsregeling dat hij opmaakt. Het principe van contractuele vrijheid geldt in deze fase, er staan dus geen beperkingen op de inhoud van deze regeling. Als zowel schuldenaar als de schuldeisers akkoord gaan met zijn voorstel, zal de rechter het plan bekrachtigen. Als de schuldenaar niet akkoord gaat met dit plan moet hij dit binnen de twee maanden melden aan de schuldbemiddelaar, ofwel via een aangetekende brief met ontvangstbericht, ofwel via een verklaring bij de schuldbemiddelaar.

    De schuldbemiddelaar heeft zes maanden tijd om zo'n minnelijke aanzuiveringsregeling af te ronden. Deze termijn kan eenmalig verlengd worden met maximum zes maanden. Wanneer de schuldbemiddelaar er uiterlijk binnen één jaar niet in slaagt om een minnelijke aanzuiveringsregeling tot stand te brengen, kan er een gerechtelijke aanzuiveringsregeling of zelfs een totale kwijtschelding van schulden opgelegd worden door de rechter.

    De wet bepaalt dat de duurtijd niet langer dan zeven jaar mag zijn, tenzij de schuldenaar zelf een langere termijn vraagt om bijvoorbeeld zijn woning te kunnen behouden. Deze termijn begint normaal te lopen op de dag dat de procedure collectieve schuldenregeling opgestart werd, maar de rechter kan ook een andere startdatum bepalen.
    Als de schulden te groot zijn om binnen deze termijn terugbetaald te worden, kan er een deel van de schulden kwijtgescholden worden. De schuldeisers moeten daar uiteraard wel akkoord mee willen gaan.
     

     

  15. Wanneer geen akkoord wordt bereikt door middel van een minnelijke aanzuiveringsregeling, zal de schuldbemiddelaar het dossier voorleggen aan de rechter om een gerechtelijke aanzuiveringsregeling op te leggen. De rechter kan dan een gerechtelijke aanzuiveringsregeling opleggen aan schuldenaar en schuldeisers. De maatregelen die door de arbeidsrechter kunnen worden opgelegd zijn echter beperkt en kunnen slechts worden opgelegd voor een periode van maximum 5 jaar. De rechter kan ondermeer uitstel van betaling toestaan, interestvoeten verminderen en/of interesten, vergoedingen en kosten kwijtschelden.

    Wanneer blijkt dat deze maatregelen niet volstaan om de schulden af te betalen en tegelijkertijd te waarborgen dat de schuldenaar en zijn gezin een menswaardig bestaan kunnen leiden, kan de schuldenaar de rechter vragen te besluiten tot een gedeeltelijke kwijtschelding van schulden. Deze kwijtschelding is wel aan strenge voorwaarden gebonden.
    Wanneer de rechter schulden kwijtscheldt, kan hij de verkoop bevelen van alle voor beslag vatbare goederen. De rechter kan dus het huis, de auto, de TV van de schuldenaar… laten verkopen. 
    In sommige gevallen kan de rechter beslissen dat een aanzuiveringsregeling van meer dan vijf jaar kan, om zo ervoor te zorgen dat bijvoorbeeld de woning niet verkocht hoeft te worden. Dit moet de schuldenaar wel altijd zelf vragen.
     
    Wat houdt de totale kwijtschelding van schulden in (fase 3)?
     
    Wanneer blijkt dat de schuldenaar over onvoldoende middelen beschikt om een minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsregeling te doen slagen, kan de rechter een volledige kwijtschelding van de schulden toestaan.
    Voorbeeld: Je bent volledig invalide en er is geen mogelijkheid meer om ooit jouw inkomsten te verhogen.
    Voorbeeld: Je bent op pensioen en je inkomen zal niet meer omhoog gaan.

    In principe moet de schuldbemiddelaar een vraag tot totale kwijtschelding voorleggen aan de rechter. Maar als hij nalaat dit te doen, terwijl de schuldenaar meent dat dit voor hem de enige oplossing is, kan hij dit ook vragen aan de rechter.
    De rechter is bij een totale kwijtschelding verplicht om alle voor beslag vatbare goederen te laten verkopen. Bij een totale kwijtschelding van schulden zal dus de woning, de auto... van de schuldenaar verkocht worden. De rechter kan hierbij wel begeleidingsmaatregelen opleggen aan de schuldenaar.

    Voorbeeld: Hij kan oordelen dat de schuldenaar in budgetbegeleiding moet.
    Voorbeeld: Bij een verslaving kan hij oordelen dat de schuldenaar moet afkicken.
    Deze verplichtingen kunnen tot vijf jaar na de kwijtschelding van de rechter geldig blijven. Worden de opgelegde verplichtingen niet nageleefd, kan de rechter zijn beslissing herroepen.

  16. Dat kan niet zomaar, er is toelating nodig van de rechter die de CSR toegestaan heeft.

     
    Wat is het juridische probleem ?
    U zal vóór het starten van een zelfstandige activiteit een machtiging van de rechter moeten hebben. Het opstarten van een zelfstandige activiteit wordt immers gezien als een ‘daad die het normaal vermogensbeheer te buiten gaat’.
     
    Waar staat dat geschreven ? Als we artikel 1657/7, §3 van het gerechtelijk wetboek even vertalen voor niet juristen, staat daar het volgende.
     
    De beslissing van de rechtbank die inhoudt dat een persoon met schuldoverlast mag beginnen met een collectieve schuldenregeling brengt ook een verbod met zich mee. Het is dan onder andere verboden :
    - iets te doen dat verder gaat dan “een normaal vermogensbeheer”;
    - de ene schuldeiser voordeliger te behandelen dan de andere;
    - zijn onvermogen te vergroten.
    De rechter kan op vraag van die persoon wel een toelating geven voor een van die verboden zaken, maar daar moeten wel goede redenen voor opgegeven worden.
     
    Opgelet, er zijn rechters die het starten van een zaak in deze situatie altijd systematisch weigeren, hoe goed je overtuigingsdossier er ook uitziet. Zij stellen zich op het strikte standpunt dat deze schuldenregeling niet openstaat voor handelaars in ruime zin, niet aan het begin, maar ook niet tijdens de uitvoering van het aflossingsplan. Er zijn er andere die de deur op een kier houden.
     
    Welke strategie maakt kans op slagen bij die rechters die open staan voor deze mogelijkheid ?
     
    Dergelijke vraag werd al eens afgewezen (door de beslagrechter te Gent op 9/1/2004) om volgende reden: de boedel van de schuldenaar dient als onderpand voor de schuldeisers (betrokken in de CSR), en het opstarten van de activiteit brengt teveel risico’s met zich mee voor deze boedel: het is onzeker dat de inkomsten (uit de zelfstandige activiteit) zullen volstaan om de kosten (uit de zelfstandige activiteit) te dekken (en om aan schuldaflossing te doen).
     
    In dat geval waarin de rechter zijn toelating weigerde kreeg de rechter heel weinig concrete gegevens voorgelegd over het risico dat de geplande onderneming met zich bracht.
     
    Het hof van beroep van Gent heeft op 30/11/2004 tijdens een lopende schuldenregeling wèl toelating gegeven om te starten, onder bepaalde voorwaarden weliswaar.
     
    Om meer kans te maken op een rechterlijke toelating, raden we in dit geval dus aan bij je vraag om toelating aan de rechter bewijsstukken te voegen die aantonen dat je zelfstandige activiteit grondig voorbereid is en met name steunt op een financieel plan, ondernemingsplan, enz. waardoor de rechter in staat is (zo concreet mogelijk) de risico’s in te schatten van het opstarten van de zelfstandige activiteit (en de mogelijke gevolgen op het aanzuiveringsplan). Om zo’n ondernemingsplan op te maken kunnen de meesten wel wat hulp gebruiken. Klik hier voor meer info.
    Ook dient aangetoond waarom het niet waarschijnlijk is dat de kandidaat-starter een loontrekkende activiteit zou kunnen beginnen in de plaats van de gevraagde zelfstandige activiteit.
     
    Stel dat je de toelating krijgt, merken de klanten van de nieuwe zaak dan iets van het bestaan van die collectieve schuldenregeling die de bewegingsvrijheid van hun nieuwe leverancier beperkt ?
    Het zou wel eens kunnen dat ze verwittigd worden door de griffier van de rechtbank, of dat ze door de schuldbemiddelaar gevraagd worden om aan hem te betalen in plaats van aan de nieuwbakken zelfstandige.
    Om een leefbare uitbating en een werkbare situatie te creëren is het dus ook raadzaam in de toelatingsvraag te laten opnemen dat de griffie en de schuldbemiddelaar zich dient te onthouden van rechtstreekse contacten met de klanten van de kandidaat-zelfstandige. Bovendien is het ook raadzaam dat laatstgenoemde in het kader van een raamakkoord met zijn schuldbemiddelaar de toelating bekomt om een deel van de aangegeven inkomsten in kas te houden om regelmatige en aan de onderneming verbonden uitgaven mee te betalen.
     
    We kunnen dus niets anders dan besluiten dat de combinatie van een schuldenregeling met een zelfstandige activiteit zelden gevraagd wordt, niet steeds kan, en soms moeilijk loopt. Het is voorbehouden voor doorzetters die zich omringen met goede raadgevers en wat geluk hebben met de bevoegde rechter.

    Wie als actieve zelfstandige in collectieve schuldenregeling stapt (dit kan voor niet-handelaars zoals vrije beroepen en voor wie werkt onder een vennootschapsstructuur) zal in zijn verzoekschrift reeds moeten aantonen dat het voortzetten van die zelfstandige activiteit de kans op terugbetaling van de schulden vergroot.

  17. Indien er binnen 5 jaar een “terugkeer is tot beter fortuin” (bijvoorbeeld een erfenis die de schuldenaar krijgt), is een herroeping mogelijk.

     
  18. Een kosteloze borg is een persoon die zich met zijn hele vermogen verbindt ten voordele van de hoofdschuldenaar en die er geen belang bij heeft zich borg te stellen. Er wordt als het ware een 2e schuldenaar toegevoegd die, wanneer de hoofdschuldenaar zijn schulden niet voldoet, de schulden zal betalen.

     
    Gevallen waar moeilijkheden mogen verwacht worden :
    Als de borgsteller een gezin vormt met de hoofdschuldenaar (het gaat bijvoorbeeld over een echtgenoot of over een samenwonende partner) is er veel kans dat de rechter zal oordelen dat hij of zij rechtstreeks voordeel had bij de borgstelling, waardoor de rechter geen bevrijding zal toestaan. Een vennoot die zich borg stelde voor kredieten van zijn vennootschap maakt evenmin veel kans op bevrijding, gezien men veelal aanneemt dat hier wel een belang speelt bij het toekennen van de borg.
  19. Iemand die zich kosteloos borg heeft gesteld voor de persoon die de collectieve schuldenregeling heeft aangevraagd, kan volledig of gedeeltelijk van die verbintenis worden bevrijd. Dat is het geval wanneer de rechter vaststelt dat die verbintenis onevenredig is met de inkomsten en het vermogen van de borgsteller.

    Als de borgsteller zijn enige eigendom waar hij zelf in woont moet (laten) verkopen om de schuld te voldoen, zal de rechter wellicht bevrijding toestaan.
  20. De borgsteller moet bij dezelfde rechtbank waar het verzoek tot collectieve schuldenregeling is ingediend een verklaring indienen. Uit die verklaring moet blijken dat zijn borgstelling te groot is rekening houdend met wat hij/zij verdient en bezit.
    Die verklaring mag er om het even hoe uitzien, maar moet wel op papier staan. De wet eist ook bewijzen, die bij de verklaring moeten gevoegd worden :
    • kopie van de laatste belastingsaangifte van de borgsteller
    • lijst van de bezittingen en van de schulden van de borgsteller
  21. Vanaf het moment dat het verzoekschrift tot bevrijding van de kosteloze borg neergelegd is ter griffie van de arbeidsrechtbank tot het moment dat de rechtbank beslist over die vraag, is er schorsing van uitvoering, wat wil zeggen dat er geen beslag mag gelegd worden.

  22. Als bij een minnelijke regeling de hoofdschuldenaar een kwijtschelding krijgt, dan geldt dat ook voor de kosteloze borgsteller.

    Als een schuldeisers te laat of nooit zijn schadeeis indient, krijgt hij niets van de schuldenaar. Deze schuldeiser kan zich ook niet tot de borgsteller wenden om zijn schuld betaald te krijgen.

  23. Een lopende collectieve schuldenregeling kan herroepen worden als er iets misloopt met de basisvoorwaarden, voornamelijk als de schuldeiser zich onttrekt aan zijn/haar verplichtingen.

    Nadeel van een herroeping is dat er daar een wachttijd van 5 jaar aan verbonden is, met andere woorden, eens een collectieve schuldenregeling herroepen is moet je 5 jaar wachten als je die procedure nog eens zou willen gebruiken.

    De herroeping is niet gemaakt om door de schuldenaar gebruikt te worden, het initiatief hiertoe ligt bij de schuldbemiddelaar of bij de schuldeiser(-s). Het is tot 1/9/2013 onduidelijk of je als schuldenaar vrijwillig afstand kunt doen van een lopende procedure collectieve schuldenregeling.

    Met ingang vanaf 1/9/2013 is een wetswijziging van kracht : de schuldenaar kan vanaf dan wel vrijwillig afstand doen, en er geldt geen wachttijd als je daarna toch weer je toevlucht moet nemen tot collectieve schuldenregeling. Een eenvoudige brief naar de griffie van de arbeidsrechtbank volstaat. De rechter moet na de vrijwillige afstand wel uitspraak doen over de verdeling en de bestemming van de gelden op de bemiddelingsrekening.

    Het spreekt vanzelf dat je goed moet nadenken en goede raad inwinnen vooraleer je beslist vrijwillig afstand te doen van een lopende procedure. Het einde van de procedure, zowel bij herziening als bij vrijwillige afstand,heeft als gevolg dat de schuldeisers weer allemaal beslag kunnen komen leggen op elk persoonlijk of gemeenschappelijk bezit van de schuldenaar.