Veelgestelde vragen

Categorie : Beslag
  1. Het grootste gedeelte van de informatie in dit artikel is ook toepasselijk op uitvoerend beslag zonder dat er zich een faillissement heeft voorgedaan.

    (art. 16 faillissementswet)
    Er moet een onderscheid gemaakt worden. Iemand wiens vennootschap met volkomen rechtspersoonlijkheid (bijvoorbeeld een BVBA) over kop ging, zal enkel aangesproken worden op hetgeen hij ingebracht heeft in de vennootschap (er zijn enkele wettelijke uitzonderingen ). Zijn privé-vermogen blijft dus buiten schot. Dat is precies het grote voordeel van een vennootschapsstructuur.

    Wanneer de handelaar geen vennootschapsstructuur had aangenomen, ligt het moeilijker. In principe is hij dan aansprakelijk met zijn hele vermogen.  Maar er is wettelijk voorzien in een aantal waarborgen voor de gefailleerde, of de beslagene, meer in het algemeen.

    Er zijn een aantal goederen, bedragen, sommen en uitkeringen die de schuldeisers en de curator helemaal niet kunnen opeisen bij de gefailleerde of bij iemand met schulden in het algemeen.

    1. De volgende goederen, zoals opgesomd in art. 1408 van het gerechtelijk wetboek, blijven onder het beheer en ter beschikking van de gefailleerde of beslagene, met uitzondering van de goederen die de beslagene volstrekt nodig heeft voor zijn beroep (bedoeld in 3° van het artikel):
      het nodige bed en beddegoed van de beslagene en van zijn gezin, de kleren en het linnengoed volstrekt noodzakelijk voor hun persoonlijk gebruik alsmede de meubelen nodig om deze op te bergen, een wasmachine en strijkijzer voor het onderhoud van het linnen, de toestellen die noodzakelijk zijn voor de verwarming van de gezinswoning, de tafel en de stoelen die voor de familie een gemeenschappelijke maaltijd mogelijk maken, alsook het vaatwerk en het huishoudgerei dat volstrekt noodzakelijk is voor het gezin, een meubel om het vaatwerk en het huishoudgerei op te bergen, een toestel om warme maaltijden te bereiden, een toestel om voedingsmiddelen te bewaren, één verlichtingstoestel per bewoonde kamer, de voorwerpen die noodzakelijk zijn voor de mindervalide gezinsleden, de voorwerpen die bestemd zijn om te worden gebruikt door de kinderen ten laste die onder hetzelfde dak wonen, de gezelschapsdieren, de voorwerpen en producten die noodzakelijk zijn voor de lichaamsverzorging en voor het onderhoud van de vertrekken, het gereedschap dat nodig is voor het onderhoud van de tuin, een en ander met uitsluiting van de luxemeubelen en luxeartikelen;
    2. De boeken en overige voorwerpen, nodig voor de voortzetting van studies of voor de beroepsopleiding van de beslagene of van de kinderen te zijnen laste die onder hetzelfde dak wonen;
    3. De goederen die de beslagene volstrekt nodig heeft voor zijn beroep, tot een waarde van (2.500 EUR) op het tijdstip van het beslag en naar keuze van de beslagene, behalve voor de betaling van de prijs van die goederen;  
    4. De voorwerpen die dienen voor de uitoefening van de eredienst;
    5. De levensmiddelen en brandstof die de beslagene en zijn gezin voor een maand nodig hebben;
    6. Een koe, of twaalf schapen of geiten, naar keuze van de beslagene, alsmede een varken en vierentwintig dieren van de hoenderhof, met het stro, voeder en graan, nodig voor het strooisel en de voeding van dat vee gedurende één maand.

    Door artikel 12 van de wet houdende diverse bepalingen (I) van 6 mei 2009, zijn maaltijdcheques vanaf 29/5/9 ook niet meer vatbaar voor beslag.

    Wat betekenen die wettelijke regels nu eigenlijk ? Een paar voorbeelden maken veel duidelijk :

    1. Een wasmachine of koelkast mag u wel hebben/houden, een droogkast of diepvriezer niet
    2. Een lamp per kamer daar mag u ook op rekenen, maar niet op vintage/design/antieke armaturen.
    3. Van de kinderen mag niets in beslag worden genomen, dus ook hun speelgoed niet. Discussie is er soms over professioneel aandoende pc’s of verwante apparatuur. Bij beslag is het ook verdacht als de kinderkamers veel beter voorzien zijn van meubels en toestellen dan de overige ruimten.

    De inkomens uit een beroepsactiviteit die een gefailleerde of andere beslagenen ontvangen sinds het vonnis van faillietverklaring of het beslagvonnis kunnen maar in beperkte mate geclaimd worden door de curator of gerechtsdeurwaarder (art. 1409-1412 gerechtelijk wetboek):

    Grenzen loonbeslag 2013
    schijf netto maandelijks inkomen voor beslag vatbaar % maximale inhouding
    0 -  1.058,62 euro 0% 0 euro
    1.058,63 - 1.137,04 euro 20% 15,68 euro
    1.137,05  – 1.254,67 euro 30% 35,29 euro
    1.254,68 - 1.372,62euro 40% 47,04 euro
    1.372,63 en meer 100% onbeperkt

    Wanneer de gefailleerde/beslagene één of meerdere kinderen ten laste heeft, worden de bovenstaande bedragen verhoogd met 64euro per kind ten laste.

    Voorbeeld : Een werknemer verdient netto 2000€/maand en heeft geen kinderen ten laste. Hij houdt 1274,29€ over van zijn loon. 725,71€ gaat naar de schuldeiser(-s).

    Vuistregels : wie meer dan 1372€ netto verdient, houdt maximaal 1274€ over na beslag. Wie minder dan 1058€ verdient, zal geen inhouding ondergaan, behalve in mei en in december, maanden waarin er extra nettoloon betaald wordt wegens vakantie en eindejaar. Als er meerdere personen een inkomen hebben in een gezin, worden de lonen niet samengeteld, en de beslagbeperking voor elk apart berekend. Er is wel maar verhoging van de grenzen voor kinderlast voor één van de echtgenoten.

    Tip : contacteer Dyzo voor een persoonlijke berekening.

    De onderstaande vervangingsinkomens (zoals weergegeven in art. 1410, §1 gerechtelijk wetboek) zijn eveneens binnen bepaalde grenzen beschermd, maar de grensbedragen zijn wel lichtjes anders dan hierboven. Ook hier geldt de verhoging voor de kinderen:

    1. de al dan niet provisionele uitkeringen tot onderhoud, door de rechter toegewezen, alsmede de uitkeringen die na echtscheiding aan de niet schuldige echtgenoot worden toegekend; 
    2. de pensioenen, aanpassingsuitkeringen, renten, rentebijslagen of als pensioen geldende voordelen betaald krachtens een wet, een statuut of een overeenkomst;
      2°bis. het vakantiegeld en de aanvullende toeslag bij het vakantiegeld betaald krachtens de wetgeving betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
    3. de werkloosheidsuitkeringen en de uitkeringen betaald door fondsen voor bestaanszekerheid;
    4. de uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid en de invaliditeitsuitkeringen betaald krachtens de wetgeving op de ziekte- en invaliditeitsverzekering of de wet van 16 juni 1960 die onder meer de maatschappelijke prestaties waarborgt ten gunste van de gewezen werknemers van Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi en de wetgeving betreffende de overzeese sociale zekerheid;
    5. de uitkeringen, renten en toelagen betaald krachtens de wetgeving op de vergoeding van schade uit arbeidsongevallen of beroepsziekten, of de genoemde wet van 16 juni 1960 of verzekeringsovereenkomsten aangegaan bij toepassing van de wetgeving op de overzeese sociale zekerheid, met uitzondering van het gedeelte van de uitkering bedoeld in § 2, 4°, van dit artikel; 
    6. (...)
    7. de militievergoedingen bedoeld bij de wet van 9 juli 1951;
    8. de uitkering toegekend bij onderbreking van de beroepsloopbaan.

    Indien de betrokkene gelijktijdig inkomens heeft uit een activiteit én een vervangingsinkomen, dan worden die bedragen samengevoegd voor de berekening van het beslagbaar gedeelte.

    Sommige uitkeringen zijn helemaal niet vatbaar voor beslag door de curator/gerechtsdeurwaarder. De gefailleerde/beslagene kan die uitkeringen dus behouden, hoe hoog ze ook zijn, aangezien er wettelijk geen grensbedragen zijn voor die uitkeringen. Het gaat om de volgende uitkeringen (zoals weergegeven in art. 1410, §2 gerechtelijk wetboek):

    1. de gezinsbijslagen, met inbegrip van deze betaald krachtens de wetgeving betreffende de soldijtrekkende militairen;
    2. de wezenpensioenen of -renten betaald krachtens een wet, een statuut of een overeenkomst;
    3. de tegemoetkomingen aan mindervaliden;
    4. het gedeelte van de vergoedingen uitgekeerd krachtens de wetgeving op de vergoeding van schade uit arbeidsongevallen die 100 pct. overschrijdt en toegekend wordt aan zwaar verminkten wier toestand de hulp van een andere persoon volstrekt en normaal vergt, evenals de bedragen toegekend voor de behoefte aan andermans hulp krachtens de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
    5. de bedragen uit te keren :
      1. aan de rechthebbende van geneeskundige verstrekkingen als tegemoetkoming ten laste van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen of krachtens de wet van 16 juni 1960 of de wetgeving betreffende de overzeese sociale zekerheid;
      2. als kosten voor geneeskundige, heelkundige, farmaceutische en verplegingszorgen of als kosten voor prothesen en orthopedische toestellen aan een door een arbeidsongeval of een beroepsziekte getroffen persoon krachtens de wetgeving betreffende de arbeidsongevallen of de beroepsziekten.
    6. de bedragen uitgekeerd als gewaarborgd inkomen voor bejaarden of als inkomensgarantie voor ouderen.
    7. de bedragen uitgekeerd als bestaansminimum;
    8. de bedragen uitgekeerd als maatschappelijke dienstverlening door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
    9. de uitkering voorzien in artikel 7 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. (Dit is de kosteloze faillissementsuitkering ingebouwd in de sociale zekerheid van de zelfstandigen. Meer weten ? Klik hier.)
    10. de al dan niet provisionele vergoedingen voor prothesen, medische hulpmiddelen en implantaten.
    11. de bedragen bepaald in artikel 120 van de programmawet (I) van 27 december 2006 uitgekeerd als tussenkomst van het Schadeloosstellingsfonds voor asbestslachtoffers.
  2. De uitgangssituatie is in deze vraagstelling steeds : Een deurwaarder heeft reeds alle beslagbare roerende goederen in de privé-woonst van een schuldenaar verkocht.

     

    Er kunnen zich daarna verschillende situaties voordoen.
     
    • Situatie A Als de gefailleerde door eigen arbeid nieuwe meubelen verworven heeft, en hij/zij heeft nog schulden die op diens persoonlijke eigendommen kunnen verhaald worden, dan kan een deurwaarder die nogmaals in beslag komen nemen.
    • Situatie B Familie of vrienden stellen meubelen ter beschikking van de gefailleerde in diens woonst. Het kan daarbij gaan om een partij meubelen die openbaar of onderhands verkocht zijn door de eerste deurwaarder in dit voorbeeld. Het kan ook gaan over nieuw door familie of vrienden aangekochte meubelen of meubelen die zij op overschot hebben. Overdrijf hier niet bij, bij de minste twijfel  In elk geval worden die goederen uitgeleend aan een gezin dat door beslag getroffen is.
    Deurwaarders kunnen in zo'n geval de meubelen (met uitzondering van de tegen beslag beschermde goederen) voor een tweede maal verkopen, want volgens het burgerlijk wetboek vormt bezit een vermoeden van eigendom. Dit vermoeden is gelukkig weerlegbaar. Daarvoor ga je als volgt te werk.
    • Je laat de verkoopsovereenkomst tussen de eerste deurwaarder en de welwillende vriend of het familielid registreren bij de dienst registratie (Fod Financiën).
    • Daarnaast moet een contract van bruikleen worden opgemaakt tussen vriend of familielid enerzijds en gefailleerde anderzijds.
    • Ook dit contract van bruikleen dient geregistreerd.

    De onderlinge verkoop en de bruikleen worden door die registratie openbaar, en dus tegenstelbaar aan derden. Dit wil zeggen dat een tweede deurwaarder daar rekening moet mee houden, en dus geen tweede beslag kan leggen, omdat het niet over goederen van de schuldenaar gaat.

     
    De bevoegde registratiedienst kan je als volgt vinden:
    Stap 1 : Klik hier.
    Stap 2 : Kies in de linkerkantlijn "bevoegdheden"
    Stap 3 : Kies uit de "administratie" -keuzelijst : "AKRED (Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen)"
    Stap 4 : Kies uit de onderliggende tabel "lijst van de bevoegdheden" : "Registreren van onderhandse akten die geen onroerende goederen betreffen"
    Stap 5 : Je krijgt een venstertje te zien waarin je een postcode van de woonplaats kunt ingeven, waarna je de contactgegevens van de juist dienst krijgt.
     
    Situatie C
    Een gefailleerde kan geen meubelen meer kopen en huurt dan maar een gemeubelde kamer. Hier komt het erop aan de meubels van de huisbaas niet in beslag te laten nemen. Dat zou namelijk de verhuurder kunnen aanzetten tot beëindiging van de huur of leiden tot verzuring van de relatie met de verhuurder. In dit geval is het nuttig bij het huurcontract een gedetailleerde boedelbeschrijving te voegen, door beide partijen ondertekend, en dat samen met het huurcontract, of apart, te laten registreren, zoals hierboven aangegeven.

    Als geen van de vorige situaties kan voor jou, wat kan je dan wel nog om je leven leefbaar te maken ? Je haalt je meubelen voor een prikje in de kringloopwinkel en je ziet af van dingen die in beslag kunnen genomen worden zoals droogkast, diepvries, flatscreen TV, dure HiFi.

  3. Een zelfstandige wiens eenmanszaak failliet gaat komt in een weinig benijdenswaardige positie terecht. Ook wie zaken doet met een vennootschap is niet steeds zeker van de bescherming van zijn persoonlijke bezittingen. Zijn woonst, en de inboedel van zijn woonst kunnen verkocht worden om zijn schulden te voldoen. Ook de goederen van de huwelijksgemeenschap zijn vatbaar voor beslag krachtens de wet.

     

    Maar afgezien van de wet, is er in feite ook gevaar voor inbeslagname van de roerende goederen die tot de persoonlijke eigendom van de met gedeeltelijke of gehele scheiding van goederen gehuwde echtgenoot behoren of voor de roerende goederen van de ongehuwd samenwonende ?

    Niet zelden gaan ondernemers na faling of in andere behoeftige situaties tijdelijk bij hun ouders of vrienden wonen. Komen de roerende goederen van de personen waarbij ze gaan inwonen daardoor in gevaar ?

    Volgens de wet ontstaat er dan een feitelijk gevaar voor inbeslagname van de goederen van die personen die welwillend onderdak verlenen aan een persoon in nood. Het komt er namelijk op aan te bewijzen wat eigendom is van wie. Met facturen van geregistreerde handelaars en het bewijs dat de betaling gebeurde door de oorspronkelijke bewoner sta je al heel wat sterker tegen een beslag. De beslagrechters zijn hier heel strikt in geworden en in de praktijk is er vaak gevaar voor waardevolle voorwerpen die al tientallen jaren in huis staan en waarvan geen dergelijke factuur + betalingsbewijs voorhanden is.

    Bij gebrek aan facturen kan er een beetje meer duidelijkheid ontstaan door een gedetailleerde boedelbeschrijving op te maken en die te laten registreren, zoals in vorige vraag is aangegeven. Helaas zal dat bewijs alleen kans maken als die boedelbeschrijving dateert van vóór het moment waarop de schuldenaar op dat adres komt wonen. Een boedelbeschrijving, zelfs in onverdachte tijden geregistreerd, biedt jammer genoeg geen sluitende garantie tegen beslag.

    Wat helpt ook niet tegen beslag : overeenkomsten tussen de schuldenaar en personen die onder hetzelfde dak wonen of die familie of vrienden zijn waarin de goederen worden verkocht, verhuurd of in bruikleen worden gegeven. Het helpt niet die overeenkomsten te laten opmaken door notarissen, gerechtsdeurwaarders of ze te laten registreren.

  4. Dan kun je ze gaan terugvorderen bij de beslagrechter. Dit heet revendicatie. Je hebt stevige bewijzen nodig, een advocaat en wat tijd om dit tot een goed einde te brengen. Het is vaak niet meer mogelijk de goederen te recupereren als ze al verkocht zijn op een veiling.

    Zoals je hierboven kon lezen is de bewijslast behoorlijk lastig en de kans dat je wint dus niet zo groot.

  5. Je kan de beslaglegger voorstellen om de in beslag genomen goederen te verkopen aan iemand die je kent en die bereid is ze aan jou in bruikleen te geven. Dit betekent dat je moet voorbereid zijn op het bezoek van de beslaglegger en dat je op tijd iemand vindt die wat geld wil uitgeven om je te helpen. (Beslagleggers zijn ofwel gerechtsdeurwaarder of curator. Een curator is de uitvoerder van een faillissement.) Er zijn twee voorwaarden voor die zogenaamde 'verkoop in der minne' :

    1. Je moet het verkoopsvoorstel bekend maken aan de beslaglegger. Die kan met het voorstel akkoord gaan of het weigeren. Die beslaglegger heeft het recht om de verkoop te weigeren tot 10 dagen na de beslaglegging. Dat laatste zal gebeuren als de beslaglegger (of de opdrachtgevende schuldeiser) vinden dat er abnormaal weinig voor geboden wordt.
    2. De opbrengst van die verkoop moet aan de beslaglegger betaald worden binnen de 8 dagen na het akkoord.

     

    Lees ook hoe je kan zorgen dat de goederen die bij jou in bruikleen staan niet in beslag kunnen genomen worden.

    Voor de juristen onder de surfers volgt hierna de lettelijke tekst van de toepasselijke wettekst. Dyzo haalde er de meta-info uit, om de leesbaarheid te verbeteren.

    Het gerechtelijk wetboek artikel 1562 bis 'De schuldenaar tegen wie een uitvoerend beslag op roerend goed geschiedt, kan de in beslag genomen goederen in der minne verkopen ten einde de opbrengst ervan aan te wenden voor de betaling van de schuldeisers. Op straffe van verval moet de schuldenaar binnen tien dagen na de betekening van de beslaglegging de gerechtsdeurwaarder in kennis stellen van de hem gedane voorstellen. Wanneer de gerechtsdeurwaarder meent dat deze voorstellen ontoereikend zijn of wanneer de schuldeiser bewijst dat deze ontoereikend zijn, wordt met het verzoek tot verkoop in der minne geen rekening gehouden. Behalve indien de weigering om met de verkoop in te stemmen is ingegeven door de bedoeling om de schuldenaar te benadelen, kan de schuldeiser niet aansprakelijk worden gesteld.
      De overdracht van de eigendom van het goed is afhankelijk van de betaling van de prijs ervan in handen van de gerechtsdeurwaarder binnen acht dagen na de aanvaarding van het aankoopbod. Bij niet-naleving van die termijn kunnen de goederen onverwijld openbaar te koop worden gesteld.'