Eerst leefloon, dan pas overbruggingsrecht

In de vierde pijler van het overbruggingsrecht is voorzien dat een zelfstandige na stopzetting om economische redenen kan aanspraak maken op een vervangingsinkomen uit zijn/haar sociale zekerheid.

Een van de drie manieren om te bewijzen dat het gaat om een stopzetting om economische redenen is het krijgen van een leefloon op het moment van de stopzetting als zelfstandige. (Dit is geregeld door art. 6 §2, 1° van het KB van 8/1/2017). De aanvrager van dit recht moet dus al een leefloon ontvangen terwijl die nog zelfstandige is. Wie de activiteit stopzet en bv. pas vanaf de dag volgend op de stopzetting een leefloon ontvangt, komt niet in aanmerking voor het overbruggingsrecht op grond van art. 6 § 2, 1°.

Dyzo trekt hier bijzonder de aandacht op omdat in de praktijk de sociale dienst van nogal wat OCMW's of sociale huizen eisen dat een zelfstandige eerst stopt. Pas daarna staat vast dat er geen inkomen meer is en kan het leefloon toegekend worden. Op veilig spelen kan het OCMW dus geld kosten ipv opbrengen.

Dyzo reikt alle Vlaamse OCMW's de hand om haar bijdrage te leveren in het vaststellen van het inkomen van een actieve zelfstandige die een leefloon aanvraagt. Dit voorstel wordt inhoudelijk en contractueel toegelicht elders op dyzo.be. Dyzo heeft voor geïnteresseerde diensten ook een downloadbare handleiding (ism POD Maatschappelijke integratie) en een opleiding beschikbaar.

Failliet Menulink: